Vrouw/Opgebiecht
1456319492
Opgebiecht

'De Nice-dader heeft een wig gedreven tussen mij en mijn medemens'

Nice

Nice

Vandaag hield Frankrijk 1 minuut stilte ter nagedachtenis aan de 84 dodelijke slachtoffers van de aanslag in Nice. De aanslag op die prachtige boulevard grijpt mij, net als veel anderen, aan. De nasleep brengt meer dan verdriet: ik ben boos. Maar vooral bang voor mijn eigen, achterdochtige gedachten.

Nice

Nice

De afgelopen dagen werden gedomineerd door beelden en berichten over de dolle dodemansrit van de geradicaliseerde Mohamed Lahouaiej Bouhlel (31). Het was een grote schok. Net als zovelen identificeer ik me met de gezinnetjes die op de boulevard flaneerden, nog nagenietend van het prachtige vuurwerk.

Angst zaaien

Net als zovelen huil ik mee met de nabestaanden. Het beeld van het afgedekte lichaampje van het meisje met de pop zal ik wel nooit meer kwijtraken. Net zoals je ook de paniek in de ogen van nabestaanden en getraumatiseerde omstanders niet snel vergeet.

Hiervóór waren het de aanslagen op de luchthaven Zaventem en de Brusselse metro’s en de moordpartij in het Bataclan-theater die angst zaaiden. Na elke aanslag domineren twee letters de krantenkoppen: IS. De haat en terreur die IS zaait, grijpt diep in op vele levens. Niet alleen op de levens van nabestaanden, maar ook op de levens van mensen die nog nooit met terreur te maken hebben gehad.

Vogelvrij

Wij, de 'gewone mensen', zijn vogelvrij verklaard door IS. Onze kinderen en wijzelf verdienen het blijkbaar afgeslacht te worden door bommen, geweren, messen en vrachtwagens. En tot die gewone mensen reken ik mezelf en mijn gezin. Ineens denken mijn man en ik na voordat we een vakantie boeken. Willen we eigenlijk wel het vliegtuig in of überhaupt op een drukke vakantiedag met onze kinderen op Schiphol staan?

IS laat ons nadenken over alle leuke dingen in het leven. Een groot festival, de Nijmeegse Vierdaagse... Willen we – dúrven we – daar eigenlijk nog wel bij aanwezig te zijn? Wellicht zakt het weer, maar voor mij is het antwoord op dit moment 'nee'. Ik mijd de massa. Want je moet er toch niet aan denken dat…

Diskwalificeren

Veel erger dan bewust leuke dingen aan je voorbij laten gaan, vind ik de manier waarop de terreur ingrijpt in mijn gedachten, in de gevoelens die ik over mijn medemensen heb. Nooit heb ik meegedaan aan wij-zij denken. Hoe hard het 'theedrinken' met Nederlandse moslims – populair onder linkse politici om begrip te kweken en met elkaar in dialoog te blijven – ook belachelijk werd gemaakt, ik vónd dat helemaal niet belachelijk.

Integendeel. Ik wil niet meedoen aan het diskwalificeren. Ik voel verdriet als ik me inleef in moslims. Wat moet het moeilijk zijn om vanwege naam, hoofddoek, geloof of uiterlijke kenmerken scheef aangekeken te worden. En dat terwijl je zelf ook misselijk wordt van terreurdaden, en alleen maar vreedzaam wilt samenleven.

Achterdochtig

Zo wás ik dus altijd. Maar de aanslag in Nice voelt als een keerpunt. Ik voel dat er iets in mij verandert. Ik wil het niet, maar het gebeurt. Voor het eerst voel ik iets anders dan alleen empathie en verontwaardiging. Voor het eerst merk ik dat ik inwoners van mijn multi-cultiwijk met een scheef oog bekijk. Dat ik achterdochtig ben. Boos en bang. Frankrijk is dichtbij, zijn wij de volgende?

Voor het eerst denk ik nu zélf 'wij' en 'zij'. In de trein naar Schiphol bekijk ik mijn medepassagiers anders. Ziet iemand er verdacht uit? Een jonge jongen met baard op straat: is hij geradicaliseerd? Het volledig bedekte meisje in de supermarkt: smeedt zij plannen om af te reizen naar het kalifaat? Nederlandse vrouwen die zich bekeren tot de islam; zijn 'zij' opeens tegen 'ons'?

Wig

De dader van de aanslag van Nice is in mijn hoofd gekropen. Daar heeft hij een wig gedreven tussen mij en mijn medemens. En ineens merk ik hoe diep dat zit, en dat het al langer aan de gang is. Vorig jaar ging mijn zoon voor het eerst naar school, een katholieke, witte school op zo’n 10 minuten fietsen van ons huis.

Een moeder van een klasgenoot vertelde dat ze aanvankelijk gekozen had voor de openbare school op loopafstand van haar huis, lekker makkelijk. Tot ze doorkreeg dat de klas van haar zoon voornamelijk uit Marokkaanse kinderen zou bestaan. Op dat moment had ze alsnog voor 'onze' school gekozen. "Ik wil niet discrimineren hoor", vertelde ze er nog vlug bij.

In de dop

Ik zei maar niets. Ik heb namelijk exact dezelfde keuze gemaakt. Dankzij mijzelf en de moeder van mijn klasgenoot is die 'zwarte' school nu nog een beetje zwarter. Samen hebben we afstand gecreëerd. De potentiële klasgenootjes behandeld alsof het radicalen in de dop zijn, bij wie je je kind liever weghoudt. Een blamage. 'Wij-zij'-denken met alle schadelijke gevolgen van dien: komen de buitengesloten kindertjes over tien jaar verhaal halen? Eigenlijk schaam ik me dood.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.