Vrouw/Columns & Opinie
15096418
Columns & Opinie

Feuilleton - De Vechtscheiding

Deel 11: ’Ik maak alles kapot waar je trots op bent’

Anouk en Bas lijken het helemaal voor elkaar te hebben: ze hebben een goedlopende zaak, een mooi huis en een leuke tweeling (14). Ze vormen het ’perfecte’ plaatje, totdat het noodlot toeslaat en Anouk en Bas plotseling lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Volg wekelijks hun verhaal vanuit beide kanten bekeken. Deze week: Anouk.

Vol afgrijzen kijk ik naar Bas. Hij verbergt zijn hoofd in zijn armen en huilt met flinke uithalen. De kinderen huilen met hem mee. Ik weet niet wat ik erger vind: zijn verraad of het feit dat hij nu ligt te snotteren. Wat een softie. Eerst zonder overleg de bom laten barsten en vervolgens in tranen uitbarsten. Alsof het om hem draait. En niet om de kinderen.

Vragen

Ik was even uit het veld geslagen door zijn bom, maar nu hij huilt ben ik weer bij mijn positieven en neem de regie over. Ik sla mijn arm om Storm, die naast me zit, en grijp over tafel de hand van Lente: „Liefjes,” zeg ik schor: „Liefjes, ik begrijp dat het heel moeilijk is…”

„Ik ook,” snikt Bas. Ik negeer hem en ga door tegen de kinderen: „Ik vind het ook heel erg, maar we gaan er alles aan doen om het zo makkelijk mogelijk voor jullie te maken. Daarom hebben we besloten dat papa voorlopig – ik denk tot na de zomer – in het tuinhuisje blijft wonen. Zo kunnen jullie er rustig aan wennen.” Bas kijkt verbaasd op, maar voordat hij er iets tegenin kan brengen, praat ik door: „Ik kan me voorstellen dat jullie vragen hebben?”

Buurvrouw

Storm niet. Lente wel. Lente barst van de vragen. Ik laat haar praten en beantwoord haar vragen uitvoerig, zodat Bas niet meer aan het woord komt. Dit deel heb ik voorbereid: de kinderen zullen niet hóren dat de breuk door Bas komt, maar ik wil wel dat ze het vóelen. Bas zit er onhandig bij. Hij weet niet meer wat hij moet doen. Sukkel. „Ga maar sporten,” zeg ik. Gedwee laat hij zich wegsturen.

Als de kinderen op bed liggen en Bas naar de sportschool is, ga ik de tuin in. Ik wil de schade opnemen die Bas in mijn kruidentuin heeft aangericht. Het is een mooie lenteavond. Ik sla een vest om en snuif diep voor ik de tuin inwandel. Uit mijn ooghoeken voel ik mijn buurvrouw naar me kijken. Afgunst. Ze kan er ook niets aandoen.

Mijn buurvrouw is een alleenstaande moeder en jaloers op mijn fijne leventje. Als ik aan haar denk, ben ik blij dat ik Bas net gedwongen heb voorlopig in het tuinhuis te wonen in plaats van weg te gaan. Wat een treurigheid zo alleen. Ik ben blij dat wij tenminste voor de buitenwereld nog een normaal stel lijken.

Tot mijn verbazing blijft ze staan voor een praatje. Dat heeft ze in maanden niet meer gedaan; ze schoot de laatste tijd meteen weg als ze me zag. Ja, als ze mij zag. Niet als ze Bas zag. Bizar.

Het kwartje

En dan opeens valt het kwartje… Het voelt als een stomp in mijn buik.

Het voelt hetzelfde als toen de buurman van mijn schoonmoeder dacht dat Bas een blonde vrouw had. Hij had Bas met een blonde vrouw in een auto gezien. Ik dacht destijds dat die buurman Bas’ broer had gezien met een laatste scharrel. Maar het onhandige wegdraaien van mijn schoonmoeder vond ik vreemd.

Ik kreeg dat gevoel ook toen ik laatst op kantoor kwam. Toen ik nog buiten mijn fiets stond vast te maken, hoorde ik ze binnen veel herrie maken: hard lachen en keten. Tot ik binnenkwam, toen viel het stil. En dat ongemak voel ik nu weer: zij weten iets wat ik niet weet. En nu ik naar de triomfantelijke kop van mijn buurvrouw kijk, weet ik ook wát zij wel weet en ik tot voor een seconde geleden nog niet wist. Zij heeft het met mijn man gedaan.

Ik sta voor mijn geruïneerde kruidentuin en realiseer me dat mijn man mij met mijn buurvrouw heeft bedrogen. Oók met mijn buurvrouw. Met wie nog meer? Ik negeer mijn buurvrouw en begin te schoffelen. Alles moet eruit. De kruidentuin moet weg. Het wordt een rozenperk. Geen kruiden meer. Geen herinneringen meer aan Bas zijn sproeibeurt.

Wraak

Al schoffelend zin ik op wraak. Voor z’n ontrouw, z’n verraad, z’n slapheid, z’n ijdelheid. Zal ik nu iets met de filmbeelden doen die ik nog heb? De beelden van een zondagochtend waarop Bas zichzelf wel heel lief vond…

Zal ik de kinderen vertellen dat hij een ander heeft? Al ploeterend kijk ik om me heen. Dan valt mijn blik op zijn Porsche. Zijn trots. De Porsche beschadigen is te makkelijk en te duidelijk door mij gedaan. Maar de auto staat wel voor zijn ijdelheid en trots.

Ik loop het huis in, vis de staart van de zalm uit de vuilnisbak en pak de rerservesleutels van de auto. Met staart en sleutels loop ik weer naar de auto, open de deur en verstop de staart onder de autostoel. „Omdat je zo van deze geur houdt, schat,” fluister ik. „Maak je borst maar nat. Ik maak alles kapot waar je trots op bent. Dit is pas het begin.” En sluit dan de deur.

De Vechtscheiding teruglezen?

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.