Vrouw/Lezerscolumn
1628987479
Lezerscolumn

Lezerscolumn

’Onze kleine meid vocht voor haar leven en ik zat hier een ijsje te eten’

Bjelke: „Mijn man had me in een rolstoel naar buiten gebracht en voorzichtig op dit bankje geholpen.”

Bjelke: „Mijn man had me in een rolstoel naar buiten gebracht en voorzichtig op dit bankje geholpen.”

Bjelke Rietveld-Debruijn (40) is moeder van vier en heeft nogal wat uitdagingen gekend. Na een diep dal heeft ze uiteindelijk het ultieme geluk in zichzelf en haar leven gevonden en heeft daar haar werk van gemaakt. Als moedercoach leert ze nu andere moeders hoe ze blijvend zonder schuldgevoel en met lef weer voor zichzelf en hun eigen geluk kunnen kiezen. Want dat helpt enorm om een betere en leukere moeder te zijn.

Bjelke: „Mijn man had me in een rolstoel naar buiten gebracht en voorzichtig op dit bankje geholpen.”

Bjelke: „Mijn man had me in een rolstoel naar buiten gebracht en voorzichtig op dit bankje geholpen.”

„Jij hebt vast ook herinneringen aan momenten die doodnormaal lijken, maar eigenlijk verre van dat waren. Zo zal ik het eten van dit ijsje op de foto nooit vergeten. Het was een zonnige dag in september 2019 en de wereld om me heen was in volle gang. Mensen liepen, fietsten en reden vrolijk voorbij. Maar diep in mij was het stil. En ijskoud.

Mijn man had me in een rolstoel naar buiten gebracht en voorzichtig op dit bankje geholpen. Pal voor het ziekenhuis, midden in Groningen. Het was de eerste keer dat ik weer in de buitenlucht kwam. Maar dat kwam niet echt binnen. Ik leefde in een roes en met dikke ogen van al het verdriet perste ik er een glimlach uit.

Een aantal dagen eerder was ons leven onverwachts volledig op z’n kop gezet. En dat was onze nieuwe werkelijkheid. Onze kleine meid, van nog geen kilo, vocht binnen de muren van dit ziekenhuis in haar glazen huisje voor haar leven. En ik zat hier.

Zonnestralen

De zonnestralen verwarmden mijn gezicht. En ik voelde dezelfde warmte op mijn lijf. Maar de kou en de pijn overheersten. In mijn lichaam van de diepe verse snee in mijn buik. In mijn hart van de onmacht en het leven tussen hoop en vrees.

Na dit ‘uitje’ reed mijn man mij in de rolstoel door de lange gangen van ons tweede thuis weer naar haar toe. Om te kijken, te praten, te neuriën, aan te raken. Er gewoon te zijn. Want dat was alles wat we konden doen. Dit voelde zo minimaal maar was juist zo van levensbelang voor haar.

Zittend aan haar zijde dacht ik terug aan het ijsje dat ik at, zittend in de zon. Ik voelde dat het een lichtpuntje was geweest. En me weer een klein beetje kracht had gegeven. Om hier te zijn, hier te zitten met mijn armen door de gaten van de couveuse. Doodmoe en gebroken. Hopend op een volgend lichtpuntje.

Inmiddels weet ik dat lichtpuntjes altijd bestaan. Hoe uitzichtloos en ijskoud de situatie ook is. En dat we ze mogen koesteren. Elk moment van de dag.”

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.