Vrouw/Dagboek van een minnares
165908188
Dagboek van een minnares

Dagboek van een minnares

Deel 212: ’Ik heb zin in hem, maar ik ben zwanger’

„Sorry hoor”, zegt Jelle, de klusjesman. „Ik vind het hier veel te druk. We kunnen niet eens een normaal gesprek voeren zo. Zullen we maar weer gaan?” Voor ik het weet, staan we weer buiten. Ineens denk ik aan mijn lekkende dak. Misschien kan deze Jelle me wel helpen. Dus stel ik voor een drankje bij mij thuis te doen. Ik kijk nog even uitdagend naar Mark en Josien voor ik de zaak weer uitloop en voel Marks ogen in mijn rug branden.

Als we met een – alcoholvrij – biertje op mijn bank zitten, wijs ik hem op mijn plafond. Hij verdwijnt meteen naar boven, komt na een half uurtje terug en zegt dan dat hij het lek provisorisch heeft gerepareerd. „Het dak is hartstikke rot”, zegt hij dan. En terwijl hij door het huis dwaalt, begint hij over de slechte staat van de keuken en de schimmel in de badkamer. Het huilen staat me nader dan het lachen. Hoe moet ik hier ooit een kind grootbrengen?

Jelle ziet het en zegt: „Bel gewoon je huisbaas. Daar betaal je toch huur voor?” Daarbij komt hij zo dicht naast me zitten dat ik de sproetjes op zijn neus kan tellen. Zijn ogen zijn knalblauw en zijn tanden spierwit. Hij ziet er eerder uit als een surfer dan als een klusjesman. „Vind je me echt te jong?” Ik twijfel. Aan de ene kant heb ik ontzettend veel zin in hem, aan de andere kant ben ik natuurlijk zwanger. Wat word ik voor moeder als ik de eerste de beste kerel die zich aanbiedt wil bespringen?

Jelle legt zijn hand op mijn knie. Ik leg hem terug. Hij neemt een slokje bier en knipoogt naar me. „Ik denk dat je maar eens moet gaan”, zeg ik dan. Zijn ogen worden donkerder en hij buigt zich voorover om me te kussen. Ik deins terug. Hij neemt nog een slokje bier en grijnst. „Jammer”, zegt hij. Dan pakt hij zijn jas. „Ik heet Jelle Jansen. Voor het geval je me wilt opzoeken op Instagram. Of als je nog eens een klusje voor me hebt.”

Dan is hij weg en blijf ik met kloppend hart achter. Ik kleed me uit en ga onder de douche staan. Ik leg mijn handen op mijn buik. Er is al duidelijk een kleine zwelling te zien. Ik voel me bang. Wie de vader ook is, hij zal er niet voor mijn kindje zijn. Ik moet het helemaal alleen doen. En dat wil ik eigenlijk helemaal niet.

Zondag

Ik ben bij mijn moeder. Ze kijkt me onderzoekend aan. „Er is iets met je”, zegt ze dan. „Je ziet er anders uit. Ben je soms zwanger?” Ik kan niet anders dan het beamen. Ze geeft me een dikke knuffel en feliciteert me. Ze is de allereerste die dat doet. De andere mensen die op de hoogte zijn – mijn beste vriendin, zus en de verloskundige – doen niets anders dan hun zorgen uiten.

„Het komt goed”, zegt mijn moeder. „Ik zit er al een tijdje over na te denken om naar Amsterdam te verhuizen. Dit huis is veel te groot voor mij alleen en het lijkt me leuk om wat dichterbij jou en Frederique te wonen. Misschien kunnen we wel samen gaan wonen. Dan kan ik op je kindje passen als jij aan het werk bent.”

Ik knik. Aan de ene kant is dit natuurlijk een ideale oplossing, aan de andere kant moet ik er niet aan denken om dag en nacht met mijn moeder door te brengen. Dus ik knik maar wat en zeg dat ik erover na wil denken. Mijn droom is nog steeds dat Mark en ik samen een gezinnetje gaan vormen.

’s Avonds bekijk ik de Instagrampagina van Jelle. Hij is duidelijk in zijn nopjes met zichzelf. Ik zie vooral veel foto’s van zijn ontblote bovenlichaam. Ik klik de pagina weg en ga op zoek naar sites waar vrouwen zich kunnen aanmelden als Sugarbabe. Ik kan daar niet al te lang meer mee wachten, want ik kan moeilijk met een dikke buik gaan daten met zo’n man.

Voor ’suikernichtjes’ is het gratis, ’suikerooms en -tantes’ (heb je die ook?) moeten betalen. Ik maak een profieltekst aan waarin ik beschrijf dat ik welbespraakt, goedgekleed én gemanierd ben en opgegroeid in ’t Gooi. En dat ik een aardige man zoek om hem gezelschap te houden en om mee te shoppen, maar dat seks niet tot de mogelijkheden behoort. Ik ben benieuwd of er een man is die daar genoegen mee neemt.

En net als ik door de profielen van mannen wil gaan scrollen, piept mijn telefoon. Een berichtje van Mark! Eindelijk. Even voel ik me heel blij, tot ik zijn tekst lees. ’Laura, we moeten praten. Ik wil zeker weten of ik de vader ben of niet. Dus ik eis een vaderschapstest. Wanneer kunnen we die inplannen?’

Dagboek van een minnares teruglezen?

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.