Nieuws/Vrouw
1775720190
Vrouw

Marlies klom met de overleden Eric Arnold: 'Geen berg is de prijs van de dood waard'

Marlies Neefjes is de derde Nederlandse vrouw in de geschiedenis die de top van de Mount Everest bereikte. De vrijdag overleden bergklimmer Eric Arnold heeft in haar team gezeten. Zijn dood kwam dan ook hard binnen bij de klimster. "Ik kon het niet geloven toen ik het nieuws hoorde. Eric was zo gedreven. Het komt dan wel heel dichtbij."

"Ik heb Eric in 2009 ontmoet op de Cho Oyu. Eric zat toen in een andere groep, maar ze hadden slecht weer en na twee pogingen is zijn groep weggegaan en is hij bij mijn groep gekomen. Ook in 2012 hebben we dezelfde berg beklommen. In 2012 moest ik echter op 6500 meter afhaken vanwege een bevroren vinger. Eric is toen tot 250 meter onder de top gekomen. Hij moest omdraaien vanwege het slechte weer. In 2013 klom ik aan de andere kant, de noordkant van de Mount Everest. Eric is toen niet naar de Mount Everest afgereisd omdat hij een doorgesneden achillespees had."

Haar familie was niet bepaald enthousiast, toen Marlies Neefjes (54) op haar 51ste begon aan de levensgevaarlijke beklimming van de Mount Everest. "Van origine ben ik een watermens. Als kind vond ik niets leuker dan zwemmen, surfen en zeilen. Maar toen ik mijn huidige partner leerde kennen, werd ik net als hij verliefd op de bergen."

'Gewone klimmertjes'

"Samen beklommen we heel wat toppen, van de Alpen tot nog hogere bergen in Nepal, Peru en India. Op een gegeven moment vroeg René van de Bos, de eerste Nederlander die de Mount Everest beklom, of de Cho Oyu niet iets voor ons was. Ik zei meteen nee, een achtduizender was voor ons ‘gewone klimmertjes’ een te grote uitdaging.

Maar onbewust was het zaadje geplant. Uiteindelijk besloot ik toch mee te gaan met de expeditie. Aangezien mijn vriend moeite heeft met bergen boven de 6000 meter, vertrok ik in 2009 samen met mijn klimmaat Dennis naar Tibet. Daar is hij omgekomen."

Intens verdrietig

"Ik was intens verdrietig. Op dat moment dacht ik dat ik nooit meer zou klimmen. Toch begon het uiteindelijk weer te kriebelen. Ik wilde dolgraag mee met een expeditie van Summit Climb naar de Mount Everest. Mijn ouders waren mordicus tegen en ook mijn vriend wilde niet dat ik zou gaan. Hij wist natuurlijk donders goed wat de risico’s waren van zo’n klim, helemaal na mijn ervaring op de Cho Oyu. Dat maakte het voor mij extra moeilijk om het besluit te nemen."

Bevroren vinger

"Ik heb geen kinderen, anders had ik nooit op dit niveau geklommen. Maar de verantwoordelijkheid voor een kind is veel groter dan die voor een volwassen partner. Ik heb altijd gedacht dat ik spijt zou krijgen als ik het niet zou doen, mijn droom was te sterk. Op een gegeven moment zei mijn vriend: ‘Ik kan je niet tegenhouden, dus ik laat je gaan’."

"Helaas werd de tocht niet wat ik ervan had verwacht. Ik had de pech dat ik al vrij snel een bevroren vinger kreeg, waarschijnlijk doordat ik een klein wondje bij mijn nagel had. Als ik niet terug zou gaan, zou het zeker een amputatie worden. Geen enkele berg is dat waard, dus brak ik de tocht voortijdig af. Ik moest in mijn eentje terug naar beneden, er ging alleen een keukenjongen mee die geen woord Engels sprak."

"Door de eenzaamheid werd ik extra geconfronteerd met de pijn en met mezelf. Ik dacht nog niet eens aan het enorme geldbedrag dat ik nu kwijt was, ik vond het veel erger dat ik mijn droom moest opgeven. Uiteindelijk hebben ook veel andere expeditieleden de top niet gehaald, aangezien het weer plotseling omsloeg. Er zijn dat jaar tien mensen overleden op de berg."

Onzeker

"In mijn eentje vloog ik in april naar Kathmandu. Mijn groep bestond uit 12 mensen, de gemiddelde leeftijd lag rond de 38 jaar. Daar werd ik onzeker van, ik merkte al snel dat de anderen sneller waren. Dit gaat niets worden, dacht ik. Speelde mijn leeftijd dan toch een negatieve rol? Tijd is tijdens het klimmen heel belangrijk. Kom je niet snel genoeg van het ene kamp naar het andere, dan mag je uit veiligheidsoverwegingen niet verder omhoog."

"Gelukkig verdween in de hoogtekampen het verschil met de anderen. Mijn expeditie ging via de noordkant, die moeilijker en minder populair is dan de zuidkant."

Hel op aarde

"Kamp 3, het laatste kamp voor de top, was letterlijk de hel op aarde. Het was er ontzettend desolaat, een graad of -30 en er stond een keiharde wind die alles verwoestte. Die avond lag ik daar in de kou in mijn tent te wachten tot we mochten vertrekken. Slapen en eten lukte niet meer, ik was alleen maar bezig met mijn voorbereiding. Sneeuw smelten, warm aankleden, stijgijzers en klimgordel om. Niets mocht op dat moment meer fout gaan."

"Op een gegeven moment zag ik hoe langzaam allemaal lichtjes de berg op gingen, ik kreeg er een soort kerstgevoel van. Eenmaal lopend kon ik nergens aan denken, ik telde alleen mijn stappen. Steeds tot honderd en dan weer opnieuw. Ik genoot van de intense stilte, de gigantische sterrenhemel en de prachtige roodtinten van het ochtendgloren. Op dat moment voelde ik me zo nietig, een klein stipje op zo’n grote berg."

Stoffelijke overschotten

"Stoffelijke overschotten kunnen vanaf deze hoogte niet worden meegenomen naar beneden, dus die blijven op de berg liggen. Bij het eerste lichaam dat ik zag, raakte ik volledig van slag. Ik kon niet meer stoppen met huilen. Maar op een gegeven moment zette ik een knop om, ik wist dat ik er nog veel meer zou tegenkomen. Het went niet, maar je vindt een manier om er mee om te gaan."

"Bang ben ik geen moment geweest. Als je toegeeft aan het stemmetje van angst in je hoofd, ga je verkrampen. Dat kan niet. Wel controleerde ik altijd heel goed de touwen voor ik er mijn veiligheidslijn in klikte. Maar goed ook, want één keer had ik zomaar een los touw in mijn handen. Als ik daar aan was gaan hangen, had het fout kunnen aflopen."

Euforie

"De laatste meters naar de top waren het allermooist. Op dat moment wist ik namelijk zeker dat ik het ging halen. Als derde Nederlandse vrouw was het me gelukt! Ik genoot van de weidsheid om me heen, de prachtige omgeving. Zo bijzonder, op dat punt is niets ter wereld meer hoger dan jij."

"Toch was ik niet uitzinnig blij. Voor een deel kwam dat omdat het gebrek aan zuurstof op die hoogte emoties afvlakt, maar ook omdat ik er voor mijn gevoel nog niet écht was. Ik wist dat het moeilijkste gedeelte nog zou komen, de afdaling. Tijdens dat deel vallen veel slachtoffers, juist omdat je extra vermoeid bent en makkelijk uit kunt glijden op de smalle richeltjes."

Lastige Jak

"Pas toen ik kamp 1 had bereikt en werd gefeliciteerd door klimmers die nog om hoog gingen, kwam de euforie. Pas toen besefte ik dat ik een grote prestatie had geleverd. Ook al was ik extreem vermoeid en wist ik amper hoe ik de laatste kilometers moest lopen, ik wist dat dit laatste stuk relatief eenvoudig was. Nu zou ik zeker veilig terug komen."

"Althans, dat dacht ik. De laatste nacht in het advanced base camp werd ik wakker, omdat er iets zwaars op mijn hoofd terechtkwam. De sherpa die op mijn gegil afkwam, zag dat een jak mijn tent voor een rots had aangezien en er tegenaan was geleund. Had ik de Everest overleefd, werd ik op het nippertje bijna gedood door een Jak!"

Extreme kou

"Helemaal klaar ben ik nog niet. Zo staat de Denali in Alaska nog op mijn lijstje, die is vooral lastig is vanwege de extreme kou. Er is altijd een nieuwe uitdaging te vinden. Geen beter gevoel dan een top bereiken, maakt niet uit hoe hoog die is!"

"Zelfs als je me nu vraagt of ik de Mount Everest nog eens wil beklimmen, zou het geen volmondig ’nee’ zijn. Ook niet na de dood van Eric. We weten ook niet precies wat de doodsoorzaak is. Was het hoogteziekte? Was het een hartstilstand door uitputting of longoedeem? Eric heeft zijn droom waargemaakt, maar deze prijs is te hoog. Geen enkele berg is dat waard."

Mmv Marion van Es

Kijk voor meer informatie over de expeditie van Marlies Neefjes op www.marlieseverest.nl

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.