Vrouw/Lezerscolumn
1825736365
Lezerscolumn

Lezerscolumn

Esther: Dáárom hamsterde ik cake, slagroom en sinas

Esther Kant (53) laat zich niet zo snel uit het veld slaan. Ze probeert overal iets positiefs in te zien. Ook in barre tijden zoals deze. Ze heeft twee kinderen waarvan de oudste, Joris, vanwege zijn verstandelijke beperking in een logeerhuis woont. Ze schreef een Lezerscolumn over de boodschappen die ze voor haar zoon deed.

Joris komt om het weekend thuis. Dan maken we er als gezin een echt feestje van: mijn zoon bepaalt wat we gaan eten en we hebben dan een leasehond waarmee we veel lopen. We doen gewoon leuke dingen met elkaar. Wat Joris heeft is niet bekend. Ik zeg altijd: „Joris’ aandoening is niet te googelen.”

Eetproblemen

Mijn zoon heeft al vanaf zijn geboorte eetproblemen. Als hem iets niet bevalt? Als er iets is waardoor hij onrustig wordt? Dan gaat hij op slot. Dan weigert hij te eten. Dat ik werd gebeld door zijn begeleider dat Joris weigerde te eten verbaasde mij dan ook niet. Want hij is in de war. Niemand krijgt hem uitgelegd wat corona is en hoelang het virus bijft rondwaren. Hoe kan ik mijn zoon duidelijk maken dat hij voorlopig niet meer thuis mag komen?

Mijn zoon is in hongerstaking en het enige dat dan helpt is naar hem toe gaan met dingen die hij dan wel eet en drinkt. Ik sprak met zijn begeleiders af dat ik boodschappen zou gaan doen voor mijn kind. Gelukkig heeft Joris een eigen achterdeur dus mocht ik hem, mits wij de nodige maatregelen in acht namen, bij hoge uitzondering bezoeken.

Hamsteren

Met een knoop in mijn maag liep ik door de supermarkt. Op zoek naar het enige wat mijn kind nu nog wil eten en drinken: cake, slagroom en sinas. Waar iedereen nu ’hamstert’ op toiletpapier, pasta en verse groente sloeg ik groot sinas, cake en slagroom in. Trillend op mijn benen legde ik de band vol met mijn gehamsterde producten. Voor de buitenwereld was dat waarschijnlijk een vreemd gezicht maar voor mij, voor mijn kind, bittere noodzaak.

Terwijl ik alle spullen een voor een op de band legde hoorde ik ineens een stem: ’Zo. Zo Ga jij een feestje geven?’. Had ze het nou tegen mij? Ik keek op en staarde in het gezicht van een vrouw. Ze had het inderdaad tegen mij. Normaal gesproken heb ik mijn woordje wel klaar, maar nu bevroor ik. Was het grappig bedoeld? Zeker niet. De afkeuring droop ervan af.

Stop met veroordelen

Ik werd veroordeeld op de inhoud van mijn boodschappenkarretje. Ik die zoveel mogelijk probeert om zonder oordeel te leven. Die dat ook haar kinderen bijbrengt. Ik - inmiddels gepokt en gemazeld als het gaat om nare opmerkingen of ongevraagd advies krijgen over mijn zoon - stond als genageld aan de grond. Iedereen handelt uit angst. Iedereen probeert op zijn/haar manier om met een situatie te dealen.

Lieve mensen, je kunt niemand veroordelen op de inhoud van zijn/haar boodschappenkar. Laten we nu extra lief voor elkaar zijn. Veroordeel anderen niet. Vooral nu niet. En zeker niet op datgene wat iemand in zijn/haar winkelwagen legt. Laten we, zoals de minister recent zei, ervoor zorgen dat die 1,5 meter ons dichterbij elkaar brengt.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.
safe-and-fast iconVeilig betalen
box icon14 dagen bedenktijd
safe-and-fast iconVeilig betalen
box icon14 dagen bedenktijd