Vrouw/Lezerscolumn
1831153998
Lezerscolumn

Lezersbrief

’Mijn ouders hadden geen kinderen mogen krijgen’

Vrouwen die niet goed voor hun kind kunnen zorgen vanwege verslaving, psychiatrische ziekte en/of verstandelijke handicap moeten verplicht anticonceptie krijgen, dat vindt oud-kinderrechter Cees de Groot. Dit zodat zij zich niet (meer) kunnen voortplanten. Dat staat in de petitie van de Beraadsgroep verplichte anticonceptie, die De Groot naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Hij spant zich al lange tijd in voor verplichte anticonceptie. Het pleidooi wordt onder meer gesteund door Heleen Dupuis, hoogleraar medische ethiek in ruste en oud-VVD-senator. Babette Boom (49) is zo’n kind van ouders die De Groot bestempelt als ’ongeschikt’. „Alles wat zo vanzelfsprekend lijkt, was voor mij onbekend terrein.”

Als kind van een moeder met een verstandelijke handicap en diverse psychiatrische problematiek vind ik dat ik recht heb om me uit te spreken over dit moeilijke onderwerp. Wanneer ben je geschikt voor het ouderschap en waar ligt de grens? Ook moeders zonder deze problematiek zullen niet altijd geschikt zijn om de verantwoordelijkheid van een nieuw leven te dragen. Een kind op de wereld zetten is een verantwoordelijkheid voor het leven. Een kind is kwetsbaar. Een ouder kan een kind maken of breken. Met slechts één kwade zin kan je als ouder grote schade aanrichten. Laat ik mij vooral bij het onderwerp houden.

Psychiatrische stoornis

Mijn moeder heeft drie kinderen op de wereld gezet. Drie nazaten kreeg zij samen met mijn vader die helaas ook een psychiatrische stoornis had. Dan val je als kind niet bepaald in de prijzen. Het kan dan ook niet uitblijven dat je klappen krijgt wanneer je uit zulke ouders geboren wordt.

Een moeder is een grote referentiekader in het leven. Je kijkt als kind veel van je moeder af. Iets wat je, lijkt mij zo, in een later stadium van het leven goed uitkomt bijvoorbeeld wanneer je zelf moeder wordt. Maar ook de kleinere dingen in het leven, zoals: het draaiende houden van een huishouden, het omgaan met persoonlijke hygiëne, koken, gesprekken voeren, sociale contacten onderhouden etc.

Bovenstaande heb ik bij mijn moeder zelden tot nooit gezien. Alles, maar dan ook alles wat zo vanzelfsprekend lijkt, was voor mij onbekend terrein. Koken? Ik kende slechts drie gerechten. Drie gerechten in de basis. Zo was een salade maken niets meer of minder dan een krop sla pellen, er een hard gekookt ei in gooien met flink wat mayonaise. Groenten kwam uit een potje, ik wist niet beter. Vlees was veelal een gebakken kaasplak. Ik mocht als tiener niet douchen want dan werd de badkamer nat, er werd mij niet uitgelegd dat het bloed wat ik op een ochtend in mijn onderbroek aantrof een doodnormale zaak was. Ik dacht dat ik doodging.

Moeder

Zelden tot nooit zag ik mijn moeder een gesprek voeren. Zelden tot nooit had mijn moeder een vriendin of sociale contacten. Mijn moeder zat de hele dag achter haar naaimachine. Blijkbaar deden alle moeders dat. Een gesprek met haar voeren? Dat kon niet. Wij spraken al snel een andere taal. Helpen met huiswerk? Dat is iets wat enkel in sprookjes bestond zo geloofde ik. In mijn gedachten zie ik nog altijd de moeder die om alles huilde en die niet wist wat ze met haar kinderen aanmoest. Toen er na mij nog twee kinderen geboren werden, heb ik de moedertaak op me genomen. Een zorgeloos kind zijn ben ik niet geweest.

Mede omdat ook mijn vader de nodige psychiatrische stoornissen had, was ons gezin ontwricht. Wij hebben daar als kinderen enorm onder geleden. De ruzies, het verbale geweld waarin nooit rekening werd gehouden met de kinderen, zorgden ervoor dat er geen veilige thuisbasis was. Thuis was het ’foute boel’. Altijd. Of, bijna altijd.

Eén kind

Inmiddels ben ik 49 jaar. Ik ben zelf moeder van een dochter. Bewust hebben mijn partner en ik gekozen voor één kind. ’Stel je voor dat ik het verpruts?’, dacht ik. Er mocht nooit meer een kinderziel beschadigd raken. Het moederschap deed ik op intuïtie, er viel niets af te kijken immers. Ik leerde dat je in het moederschap nooit perfect kunt zijn, ook moeders zijn maar mensen. Uit mijn jeugd leerde ik hoe het niet moest. Ik draaide alles wat ik had gezien in mijn ouderlijk huis om. Zo ontstond er voor ons kind wél die veilige thuishaven. Iets wat nog altijd opgaat, onze volwassen dochter komt nog altijd graag thuis. Voor mij het grootste cadeau, het had immers ook heel anders kunnen lopen.

Met de wijsheid van nu vind ik dat mijn ouders geen kinderen hadden moeten krijgen. Wij zijn beslist geen zielige kinderen, wél beschadigde kinderen. We hebben weinig tot niets geleerd, we zijn niet voorzien van een referentiekader, er is geen fundament gelegd. Je kunt tien psychiaters loslaten op ’wat wij meemaakten’ en ze staan met hun oren te klapperen. Geen mens heeft ook maar een beetje besef van de leegte die zo’n jeugd met zich meebrengt: de eenzaamheid, de jaloezie die je voelt bij vriendjes of vriendinnetjes waar het wel fijn is...

Overleden

In mijn dromen komt het nog vaak voor dat ik gezellig met mijn moeder ergens lunch of ga winkelen. Een gelijkwaardig gesprek voeren met je moeder is iets wat ik niet ken. Net zoals dat het voor mij onvoorstelbaar zou zijn om mijn moeder te bellen voor een advies of goede raad. Ik kan voor niets bij mijn moeder terecht. Tijdens het laatste kerstdiner wat ze bij haar thuis gaf, serveerde ze cup a soup in wegwerp bekertjes. Dan hoefde ze niet af te wassen. Een koffiepad gebruikt ze twee keer waarbij ze mij de gebruikte geeft.

Met mijn vader heb ik gebroken, hij is inmiddels overleden. Een moeilijk rouwproces volgde. Met mijn moeder heb ik ook gebroken toen er weer eens een hoop onenigheid ontstond. Ik kan het niet meer opbrengen. Mijn hele leven ben ik voor mijn moeder aan het zorgen geweest, het leverde me enkel verwijt en claimgedrag op.

Fysiek geweld

Toch blijf ik met een ongelooflijk loyaliteitsconflict achter. Ze is op leeftijd. Hoe zal ik mij voelen wanneer ze zal overlijden? Iets wat onvermijdelijk is. Hoe redt ze zich in deze moeilijke tijd? Ze is eenzaam. Ze vervuilt. Tegelijkertijd maakt ze ruzie met iedere vrijwilliger die bij haar over de vloer komt. Mijn ouders hadden geen kinderen mogen krijgen. Ze hebben zichzelf tekort gedaan maar vooral ons. Er is niet van ons genoten. Wij waren, zo heb ik dat ervaren, meer een blok aan het been. Ik ben uitgescholden, voor alles uitgemaakt, met de grond gelijk gemaakt en heel soms was er zelfs fysiek geweld. Dat mag je een kind niet aandoen. Nooit!

Wanneer ik mijn ogen sluit, zie ik mezelf met mijn dochter de eendjes voeren voordat ik haar naar de kleuterschool breng. Ik zie haar kleine handjes de grote boterhamzakken induiken op zoek naar brood voor de bedelende eenden. Pure geluksmomenten om 8.00 uur in de ochtend. Dat... dát, had ik mezelf ook zo gegund...

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.