Vrouw/Opgebiecht
1896004094
Opgebiecht

Opgebiecht

’Een collega verzon dat ik het met de baas deed’

Lastig, zo’n positie tussen de baas en de werknemers in. Deze vrouw moest er erg aan wennen.

Lastig, zo’n positie tussen de baas en de werknemers in. Deze vrouw moest er erg aan wennen.

In de rubriek Opgebiecht kun je anoniem je geheim delen. Deze keer vertelt een lezers hoe ze mikpunt werd van roddel en achterklap bij haar nieuwe baan. En dat in tijden dat grensoverschrijdend gedrag zo onder een vergrootglas ligt.

Lastig, zo’n positie tussen de baas en de werknemers in. Deze vrouw moest er erg aan wennen.

Lastig, zo’n positie tussen de baas en de werknemers in. Deze vrouw moest er erg aan wennen.

„Vol goede moed begon ik aan mijn nieuwe uitdaging. Ik moest dik een uur treinreizen elke ochtend en avond, maar omdat het een mooi stapje op de carrièreladder was, had ik dat ervoor over.

Ik nam afscheid van een leuke baan, waar ik een enorm goede band met mijn collega’s had opgebouwd. Maar ik had het gevoel dat het tijd was om me verder te ontwikkelen en dat kon bij mijn nieuwe werk.

Grootse plannen

Mijn nieuwe leidinggevende begon zelf ook net bij het bedrijf en had grootse plannen met het team waarin ik terechtkwam. In die plannen paste ik met mijn ervaring heel goed, zei hij. Ik kreeg een functie die iets afweek van de werkzaamheden die mijn naaste collega’s uitvoerden. Dat wekte wrevel, merkte ik.

Mijn leidinggevende had me ook wel ’gewaarschuwd’ voor de houding binnen het team. Het zou een pittige klus worden, maar er stonden zoveel mooie dingen te gebeuren, verzekerde hij me. Qua visie op het werk lagen we best op een lijn, dus het leek me een toffe uitdaging.

Het team bestond uit een mengeling van jonge en oudere mensen. Ik had al snel door dat mijn leidinggevende, met wie ik het goed kon vinden, niet zo populair was op de werkvloer. Vóór mijn komst bleek er al wat weerstand tegen alle nieuwe plannen en collega’s te zijn opgebouwd.

Ik deed mijn best om goed in de groep te liggen, maar voelde me al snel heel onzeker. De mentaliteit van mijn collega’s paste niet zo bij de open en losse houding die ik gewend was uit mijn vorige baan. Daar kon alles, was the sky the limit. Hier wilde niemand verandering of dingen eens anders proberen.

Reddingsboei

Mijn nieuwe werkzaamheden vereisten dat ik ideeën ook met enige overtuiging wist over te brengen. Dat lukte me helemaal niet, omdat ik me geïntimideerd voelde door de vijandige toon van collega’s.

Een oudere collega beet me in de eerste maand al eens toe ’dat ze heus wel wisten hoe het allemaal moest, en dat ik niet hoefde te denken dat ik ze kon vertellen hoe het zogenaamd allemaal in elkaar zat’.

Ik kroop langzaam steeds meer in mijn schulp, maar al snel kwamen er nieuwe collega’s in het team die ik als een reddingsboei aanklampte. Ook zij waren nieuw en hadden maatjes nodig. Het hielp.

Sabotage

Langzaam begon ik mijn draai te vinden, ik had soms zelfs lol met een clubje collega’s, waardoor de weerstand van de oude garde wat beter te behappen viel. Intern maakten we gebruik van een chat-systeem, omdat veel mensen ook vanuit huis werkten.

Dat zorgde natuurlijk ook voor 1-op-1 gesprekken met collega’s. Er werden grapjes gemaakt, maar er werd ook geklaagd. En ik voelde me vaak een beetje verscheurd tussen het sentiment in het team en mijn loyaliteit naar mijn leidinggevende. Want die leidinggevende gebruikte mij als thermometer en zag me als een vertrouweling.

Ook hij klaagde weleens tegen mij over de oude garde, die projecten saboteerde, overal ’nee’ op zei en vooral veel beren op de weg zag. In een gesprekje met hem peilde hij me een keer over wie er negatief op de werkvloer was en wie niet.

Stom genoeg vertelde ik het, omdat ik dacht dat het zou helpen om in de toekomt alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Hij was weinig op de werkvloer, waardoor ik me niet altijd gesteund voelde. Soms belde hij na 19.00 uur om te horen ’hoe het was op de vloer’. Fijn, even ventileren. Maar eigenlijk ook heel gek natuurlijk.

Zuur wijf

Op een dag zat ik met een collega en een stagiair op kantoor te werken, toen ik ontdekte dat er over mij geroddeld werd. Ik zag de collega en de stagiair steeds driftig tikken in hun openstaande chatschermen, en dat gebeurde net wat vaker nadat ik iets gezegd of gevraagd had.

Lichaamstaal liegt niet, het was overduidelijk dat het over mij ging. Ik boog voorover om zogenaamd plakband van het bureau van de stagiair te pakken om een blik op zijn scherm te werpen. ’Wat een zuur wijf’, las ik in de vluchtigheid.

Auw, dat deed zeer. Ik lachte me vaak rot met die twee namelijk! En deze twee heren schreven onafhankelijk van elkaar mijn chatbox vol met geklaag over anderen. Ik, een zuur wijf?!

De gezelligheid met de nieuwe collega’s begon steeds minder op te wegen tegen de negativiteit die ik meekreeg van anderen. Helemaal omdat mijn functie afweek en ik met enthousiasme mensen mee moest krijgen in mijn plannen. Dat enthousiasme is moeilijk vol te houden als je keer op keer stuit op onderlinge weerstand.

Kort daarop liep ik na een werkdag met mijn baas mee naar het station, toen hij vertelde dat er een roddel ging binnen het team ’dat ik de lakens met hem had gedeeld’. Hij drukte zich wat grover uit dan ik nu doe en ik schrok me rot.

We konden het goed vinden, we scheelden niet veel in leeftijd, maar huh? Ik had gewoon een vriend, en hij een vriendin. De roddel bleek bedacht door een van de oudgedienden in het team, waar ik eigenlijk nooit veel mee te maken had. Een man nota bene!

Ik dacht dat alleen vrouwen zo gemeen over elkaar praten... Maar er moest natuurlijk een reden verzonnen worden waarom ik daar zat, en dat kon kennelijk niet vanwege mijn kwaliteiten zijn.

Gekleineerd

Ik voelde me ontnuchterd en zo gekleineerd. Voor de tweede keer in korte tijd ontdekte ik dat, terwijl iedereen doorgaans leuk in mijn gezicht deed, er achter mijn rug om van alles over mij werd gezegd en gedacht. Ik wist mezelf steeds minder een houding te geven op het werk en dat begon een wissel op mij te trekken.

Ik kwam steeds vaker huilend thuis. Tot ik voor de zoveelste keer tijdens een borrel met vrienden op het terras klaagde over mijn werk. Nee, het was nog steeds niet heel erg leuk. Ja, mensen deden nog steeds heel onwelwillend. Een vriend zei: ’Waarom ga je er eigenlijk niet gewoon weg?’ Maar ik wilde niet opgeven, het moest en zou lukken! Ik moest gewoon zorgen dat het niet zoveel invloed op me had.

Ik kreeg steeds meer last van de sfeer op het werk en na de zoveelste huilbui bij thuiskomst, solliciteerde ik op een functie bij een concurrerend bedrijf. Ik werd direct aangenomen. Ook deze baan stond enorm goed op mijn CV, ik sloeg letterlijk twee vliegen in een klap. Een betere baan en meer werkplezier.

Mijn leidinggevende begreep er niks van toen ik vertelde dat ik wegging en ik proefde zelfs boosheid. Omdat ik naar de concurrent vertrok, hoefde ik trouwens ook niet meer terug te komen tot mijn opzegtermijn erop zat. Zonder afscheid ben ik weggegaan en ik zou liegen als ik zeg dat ik daar rouwig om was.

Doormodderen

Destijds realiseerde ik me ook niet goed genoeg hoeveel impact het werk op me had. Switchen van baan was het beste dat ik had kunnen doen, want inmiddels werk ik ergens waar ik enorm op mijn plek zit.

Soms overweeg ik weleens om mijn leidinggevende van toen – die inmiddels ook een andere baan heeft en dat zal niet voor niks zijn – te laten weten hoe ik me voelde in het team en onder alle weerstand. Maar ja, wat schiet ik ermee op?

Ik ben gelukkig nu en adviseer iedereen die te vaak met buikpijn naar zijn werk vertrekt ’s ochtends om niet te lang door te modderen. Je werk niet zien als straf of gevecht, geeft zoveel plezier!”

Heb je ook iets op te biechten? Dat kan! Stuur het (anoniem) naar de redactie van VROUW via oproep@vrouw.nl.

Wil je niets van VROUW missen?

Speciaal voor de trouwste lezeressen versturen we elke dag een mail met al onze dagelijkse hoogtepunten. Abonneer je hier.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.