Nieuws/Vrouw
1982948245
Vrouw

Lone van Roosendaal: Het was slikken om mezelf zo terug te zien

Op tv krijgt ze steevast de rol van kreng toebedeeld, maar daar ligt Lone van Roosendaal niet wakker van. Zelf gaat de vijftigjarige actrice alleen een discussie niet uit de weg als ze ruimte voor verbetering ziet. “Ik werk het best met mensen die ook geen lange tenen hebben.”

Waarschijnlijk heeft menig Goede tijden, slechte tijden-fan in de cliffhanger voor de zomer tandenknarsend gezien hoe Billy de Palma het voor elkaar kreeg Ludo Sanders voor het altaar te krijgen. Het serpent heeft het ’m toch geflikt.

Sinds eind vorig jaar speelt Lone van Roosendaal, bekend van haar hoofdrollen in musicals als Mamma mia! en Cats en als de geniepige Melanie uit Voetbalvrouwen, een gastrol in de RTL 4-oersoap.

Vreselijke vrouw

Billy is een vreselijke vrouw, beaamt de actrice op de benijdenswaardige woonboot waar ze ruim vijftien jaar geleden met haar man en twee dochters neerstreek. “Voor mij is een huisje-boompje-beestjevrouw die alles voor elkaar heeft veel minder interessant, zeker in een soap.

Wel ben ik blij dat ik in theatervoorstellingen minder word getypecast. Maar het grote publiek vindt het blijkbaar toch het leukst als ik een kreng speel.” Met een glimlach: “Er zijn mensen die met vervelender dingen hun hypotheek moeten betalen.”

Leiden zulke bitchy rollen tot de overtuiging van buitenstaanders dat je in het dagelijks leven ook een beetje zo bent?

“Dat zou onterecht zijn. Ik ben wel een pittige tante, vooral op werkgebied. Maar in tegenstelling tot mijn personages ga ik nooit over lijken.”

Om roem is het je nooit te doen geweest.

“Nee, ik vind het nog steeds moeilijk om voor te stellen dat je aan iemand een handtekening vraagt. Wat moet je ermee? Vroeger had je van die musicalfans die elke keer weer na een voorstelling met me op de foto wilden. Dan dacht ik: we zijn toch al eens samen vereeuwigd?

Aan de andere kant: anderen geven hun geld uit aan blowen, dus ik ben blij dat deze mensen voor een theaterkaartje kiezen. Gelukkig word ik niet veel herkend, daar kan ik niet zo goed mee omgaan. Ik doe vriendelijk, hoor. Maar fans zetten je op een voetstuk. Alsof ik beter of belangrijker ben dan zij. Daar word ik ongemakkelijk van.”

Je hebt sowieso een ambivalente houding ten opzichte van de entertainmentwereld, toch?

“Ik heb heel sterk het gevoel dat ik op het toneel hoor. Ik hoor te spelen en te zingen. Maar ik heb moeite met al die randvoorwaarden. Of met regisseurs. Ik wil ze begrijpen en ik wil dat ze mij begrijpen. Maar soms botst het.”

Sta je als lastig bekend?

“Misschien, omdat ik zo graag wil weten waaróm ik iets moet doen. Ik kan dan echt een kleuter zijn en eindeloos doorvragen: maar waarom, waarom? Ik wil gewoon weten: wat moet ik doen om te komen waar jij me wilt hebben? De ene regisseur kan dat beter uitleggen dan de ander.

En ik ben heel slecht in onoprecht zijn, ik wijs meteen aan waar het pijnpunt ligt. Daar kan niet iedereen tegen. Ik werk het beste met mensen die ook geen lange tenen hebben.

Of ik ergens op een zwarte lijst sta? Laat ik het zo zeggen: ik heb wel gemerkt dat ik bij bepaalde personen een paar jaar bij castings ben genegeerd. Dat leek me geen toeval.”

Tekst gaat door onder de foto

Corné van der Stelt

Corné van der Stelt

Hoe bevalt het je bij Goede Tijden?

“Superleuk. Je hebt weinig tijd, je zou het bijna een red-je-reetproductie kunnen noemen. Maar daar staat veel vrijheid tegenover. De regisseurs geven me vaak de kans om wat dingen te herschrijven, om Billy meer humor te geven bijvoorbeeld.

Soms ga ik te ver, want als het aan mij ligt, wordt GTST een soort komedie. Dan word ik teruggefloten, en terecht. Maar ik vind het leuk dat Billy, ondanks dat ze zo hard is, over een soort sarcasme beschikt dat bij het publiek toch een kleine glimlach oplevert.”

Het lijkt me wel lastig voor een perfectionist dat een scène er snel op moet staan.

“Ik weet wat de voorwaarden zijn: het moet in twintig minuten gebeuren. Iedereen doet zijn best. Als er echt een probleem is, kun je dat aankaarten, maar in het algemeen geldt dat we dóór moeten. Die duidelijkheid werkt heel goed voor me.

Toen ik aan Expeditie Robinson deelnam, vroegen mensen die mij als discussiemens kennen, of ik het niet vreselijk vond. Als ik in het zand moet slapen en ik weet dat er verderop een matras ligt... Natuurlijk ga ik dan in discussie. Maar ja, het was er niet, dus waarom zou ik?

Als er ruimte is om iets te verbeteren, pak ik die. Is dat niet zo, bijvoorbeeld door tijdsdruk bij GTST, dan leg ik me daarbij neer. Soms heb je mazzel en kijk je terug op een mooie scène en soms denk je ‘jammer’.”

Een misverstand over jou is dat je dol op glitter en glamour zou zijn.

“Toen ik voor Robinson werd benaderd, benadrukten de makers: het is wel zonder make-up, hè? Ik dacht alleen maar: dat geldt toch voor iedereen of ben ik nou gek?

Uiteraard was het slikken om mezelf zo terug te zien. Maar ik behoor niet tot de groep die zich altijd uitgebreid opmaakt voordat ze de deur uitgaat en voor elke outfit een ander tasje heeft. Dan zit ik liever een uur te niksen op de bank.

Op een feestje als de Beau Monde Awards voel ik me een Alice in Wonderland. Ik heb geen idee van merken. Toon me een leuk shirtje van de Wibra en je kunt me zo laten geloven dat het Gucci is.

Aan shoppen heb ik een teringhekel. Een beetje slenteren door de stad is prima, maar stuur me niet met een missie op pad.”

Heb je veel vriendinnen?

“Doordat ik de afgelopen tijd heel druk met de voorstelling The bridges of Madison County en GTST was, zat ik in een cocon. Thuis op de boot is mijn basis. Ik ben geen allemansvriend, maar ga wel heel secuur met mijn vriendschappen om.

Er zijn een paar mensen die ik zou bellen met een kwestie. Al denk ik nog vaak dat ik het allemaal zelf moet oplossen. Ik leg zelfs niet snel iets bij mijn echtgenoot neer, omdat ik vaak vind dat ik me niet zo moet aanstellen.

‘Dat kun je prima zelf’ was een gevleugelde uitspraak van mijn moeder. Mijn jeugd was wat hobbelig, ja. Ik had hippie-ouders en voor hun scheiding waren we buitenstaanders in een katholiek Zuid-Limburgs dorpje waar we als raar werden beschouwd.

Het heeft me ook heel zelfstandig gemaakt. Je wordt een doorbijter als je beseft dat niemand anders het voor je doet.”

Je gaf je dromen ook niet op toen je zwanger de Kleinkunst Academie verliet. Al was de biologische vader van je oudste dochter snel uit beeld.

“Ik wilde haar iets geven wat ik nooit had gehad: geld. Of in ieder geval een jeugd waarin dingen wél kunnen. Ik kwam uit een vrij geldloos gezin. Het was geen optie om als bijstandsmoeder thuis te zitten.

Een collega zei laatst dat hij zich een opmerking van mij herinnerde uit de tijd dat ik in De Efteling in De kleine zeemeermin speelde en de understudy van Simone Kleinsma in Mamma mia! was.

Kennelijk heb ik gezegd: ‘Wacht maar, mijn tijd komt snel’. Blijkbaar had ik een heilig geloof dat ik het ging maken. Terwijl ik heel onzeker kan zijn over mijn talent. Het was meer: hoe stom ik het wereldje ook kan vinden, voor mij is er niks leukers.”

Tekst gaat door onder de foto

Corné van der Stelt

Corné van der Stelt

Je bent vlak voor de zomer vijftig geworden. Als je een tussenbalans opmaakt, heeft het leven je dan goed behandeld?

“Het was knetterhard werken, het is me niet in de schoot geworpen. Wel heb ik mazzel gehad met Voetbalvrouwen, dat was een kantelpunt. Ik was al een jaar of 35 en had in Zoop de nuffige moeder van Nicolette van Dam gespeeld. Toen ging ik casten voor Voetbalvrouwen, ook van Johan Nijenhuis.

Na afloop bleek dat iedereen me wilde hebben, behalve Talpa. Ik snapte het wel: ze wilden voor Melanie, net als in de Britse versie, iemand met meer een modellenuiterlijk. En toch voelde ik: die rol is voor mij.

Geen idee wat Johan heeft gedaan, misschien wel een hercasting met mensen van wie hij zeker wist dat ze het toch niet zouden worden. Uiteindelijk ging iedereen toch akkoord en waren ze heel blij met me. Omdat het zo’n in het oog springende rol was, gingen daarna alle deuren op theatergebied open.”

De manier waarop Billy op Ludo heeft gejaagd, lijkt eigenlijk wel wat op hoe jij je pijlen op je man Eric richtte, ruim twintig jaar geleden.

“Jaren eerder was ik hem al tegengekomen met mijn toenmalige vriend, net als Eric een toneeltechnicus. We werden aan elkaar voorgesteld en die vriend zei al: ‘Is dat niet het type waar jij eigenlijk op valt?’ Ik ontkende dat: hij was mij te veel man, haha.

Twee jaar later ging hij mee op een tournee van een productie waarin ik speelde. Toen ik hem weer zag, dacht ik: die schoenen wil ik weleens onder m’n bed. Daarnaast bleek hij helemaal mijn soort humor te hebben.

Toen we een overnachting in Stadskanaal hadden, wilde ik mijn slag slaan. De hele avond hadden we zitten kletsen tot de bar dichtging. Hij wilde al in zijn vrachtwagen gaan slapen. Ik vertelde dat er beneden een pingpongtafel stond. Natuurlijk was ik erop gebrand om mee te gaan naar zijn slaapplaats.

We speelden een potje tafeltennis en, geloof het of niet, het balletje kwam terecht in mijn decolleté. Ik zei: kom hem maar halen. Hij liep naar me toe, viste het tussen mijn borsten uit en liep weer terug naar zijn kant van de tafel.

Later bracht hij me met een droog kusje op de wang terug naar mijn hotelkamer. De volgende dag heb ik hem ontweken; ik schaamde me kapot.”

Uiteindelijk zijn jullie mooi bij elkaar gekomen.

“We hadden daarna in Amsterdam afgesproken, maar ik kwam een half uur te laat. Het was vóór de mobieletelefoontijd. De barman zei: ‘Ben jij Lone? Eric is al naar huis, ik moest je de groeten doen’.

Maar hij had verteld waar hij ongeveer woonde en toen heb ik een taxi gepakt, wat boven mijn budget was. Ik ben alle portieken in zijn straat afgegaan in de hoop zijn naambordje te zien. Bij de laatste deur dacht ik: als hij hier niet woont, heeft het niet zo mogen zijn. En ja hoor, daar stond zijn naam.

We hebben later nog een dochter gekregen. En toen we een paar jaar geleden vierden dat hij vijftig werd, heeft mijn oudste dochter gevraagd of hij officieel haar vader wil zijn. Hij is ook een erg leuke man en altijd op mijn hand. Het zijn gewoon eikels, zegt hij, als ik ergens gedoe heb.

Af en toe roept hij: ‘Nou Loon, dat had net iets handiger gekund, je hoeft niet voor iedereen de kolen uit het vuur te halen’. Daar heeft hij gelijk in.

We zouden er hooguit vaker op uit moeten gaan, om het te laten bruisen in de relatie. Desnoods een weekendje Leeuwarden. Niks doen is gevaarlijk op deze leeftijd, vind ik. Hoewel ik ook niet moet denken aan een man die elke avond iets wil doen. Dus ik denk dat ik hem maar hou.”

Tekst: Bernice Breure

Dit verhaal lees je in ZOMER, het magazine dat deze zaterdag voor het laatst bij De Telegraaf zit. Vanaf komende zaterdag ontvang je VROUW Magazine weer.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.