Nieuws/Vrouw
199467488
Vrouw

Als mama straks wakker is...

Lezeres Vanja (31) is politieagente en dus niet onbekend met heftige momenten. Eén gebeurtenis zal zij nooit meer vergeten: haar ontmoeting met de kleine Kiara.

Zomer 2014, een zondagse middagdienst aan bureau Amstelveen-zuid, samen met mijn collega Melissa. We besluiten om deze middagdienst in burger te werken. Het is een mooie dag, de zon schijnt en we zijn lekker bezig met de routine controles.

Reanimatie

Op zondag eten we altijd met de hele dienst Chinees. Ook deze zondag zitten we gezellig met elkaar aan een tafel. Nog aan het uitbuiken van mijn heerlijke Chinese maaltijd, hoor ik zacht door mijn spreeksleutel een melding van een reanimatie binnenkomen. "Reanimatie aan de Grote Beer in Amstelveen" hoor ik de centralist van de meldkamer zeggen.

Ik spring samen met mijn collega Melissa op van tafel en we sprinten naar ons burgervoertuig. Ik ga aan de bijrijderskant zitten. Ik pak het blauwe zwaailicht van de grond, steek de stekker in het contact en zet hem op het dak van de burgerauto.

Adrenaline

We rijden de poort van het bureau uit, over de Beneluxbaan richting de Grote Beer. Ik voel de adrenaline in mijn lichaam opkomen, ondanks al meerdere reanimaties te hebben meegemaakt blijft het iets met je lichaam en psyche doen.

Binnen enkele minuten zijn we ter plaatse. Ik zie dat de ambulance ook net aan is komen rijden. Ik zie verder nog geen andere hulpverleningsvoertuigen staan. We zijn de eerste! De adrenaline giert door mijn lijf. Ik wil dat leven redden!

Tunnelvisie

Ik stap uit ons voertuig. Ik zie dat de ambulancebroeders ook uit hun voertuig stappen. Ik loop achter de ambulancebroeders de centrale hal in. Samen met de broeders snellen we de trappen op naar de betreffende woning, ik heb geen idee of Melissa mij volgt. Ik zit volledig in mijn tunnelvisie en ben volledig gefocust op het redden van een leven.

Bij de woning zie ik in de deuropening een vrouw staan, dit later de buurvrouw bleek te zijn. Ik loop achter de broeders de woning in. Ik word overvallen door een vieze lucht, geen lijklucht, maar een... ja… een urinelucht... ja zo kan deze geur het beste beschrijven.

Trapje

In een waas hoor ik de buurvrouw zeggen: "Daar in de slaapkamer, ze ligt daar op bed". Samen met de broeders stap ik de slaapkamer binnen. Een jonge vrouw begin 30 ligt op haar zij in bed. Ik zie dat een van de broeders haar controleert, maar al snel draait hij zich om en zegt "Ze is al een tijdje dood, ze is al helemaal stijf." Helaas, ik kan niks meer voor deze jonge vrouw betekenen.

In een rare waas van het nieuws dat deze jonge vrouw, niet veel ouder dan ik, al even dood zou zijn loop ik door naar de woonkamer. Ik zie dat de televisie aan staat op een kinderprogramma. Ik zie overal etensresten liggen, ik zie dat keukenkastjes openstaan en dat er een trapje bij het aanrecht staat.

Rommel

Ik snap het niet, ik ben verbaasd. Ik kijk om mij heen. Wat betekent dit, deze rommel? Ik zie dat een van de ambulancebroeders bij mij is komen staan. In mijn waas concentreer ik me op wat hij wil zeggen. Terwijl in mijn hoofd de vraag rondgaat wat mijn waarnemingen betekenen, hoor ik de broeder zeggen "De vrouw is al even overleden, ze is lijkstijf en al zeker 12 uur dood. Er was ook nog een klein kind in de woning, deze zit bij de buren."

BAM, terug in de realiteit, weg rare waas. Dit betrof het antwoord op mijn waarnemingen, aangaande de televisie, de etensresten, de kasten, het trapje. Ik roep dat de woning een plaats delict wordt en dat iedereen de woning uit moet. Dit om te voorkomen dat er sporen verloren gaan, mocht zich hier een misdrijf hebben voorgedaan. Want hoe kan het toch dat een vrouw, van mijn eigen leeftijd daar dood op haar bed ligt!

Opgetrommeld

In de hal zie ik dat er meerdere collega’s op de melding zijn afgekomen. Een soort robot komt er in mij los. Alles moet opgetrommeld worden. Ik vraag aan een collega om een logboek plaats delict op te starten. Ik bel de chef van dienst om hem bij te praten over het incident. Ik hoor dat hij al is opgetrommeld en onderweg is. Een collega bewaakt de voordeur om te voorkomen dat er iemand de woning binnen loopt.

De chef van dienst komt ter plaatse. Hij wil dat iemand bij de buren op het kind gaat passen in afwachting van familie. Hij wil dat ik die taak op mij neem, omdat ik in burger ben en dus geen afschrikkend politie-uniform draag. Ik mag niet vertellen aan het kind dat haar moeder overleden is, dat moet overgelaten worden aan naaste familieleden. Mensen die ze vertrouwt. Ik begrijp het en nog steeds in die robotmodus stap ik de woning van de buren binnen.

Pakje drinken

Ik loop een halletje door, achter de buurvrouw aan richting de woonkamer. Op een bank in de woonkamer zie ik een klein meisje zitten, van ongeveer 3 jaar. Ze zit rustig op de bank een broodje en wat fruit te eten. Daarnaast staat een pakje drinken en een bakje La Vache qui rit. De televisie staat op een tekenfilm afgestemd. Mijn robotmodus is als een donderslag verdwenen.

In een klap besef ik dat de vrouw die verderop dood in haar bed ligt, de moeder is van dit meisje. Dit meisje heeft geen moeder meer die haar zal knuffelen of met haar zal spelen. Ik voel me boos, verdrietig, raar, maar ik blijf professioneel, zoals dat hoort! Ik ga naast het meisje op de bank zitten. "Hallo, ik ben Vanja" zeg ik. Ik zie dat het meisje opkijkt.

Ongemakkelijk

"Hallo ik ben Kiara" zegt ze. Ik voel me ongemakkelijk. Ik vraag of het eten haar smaakt. "Ja" zegt ze en laat zien wat ze allemaal voor haar heeft liggen. Ik probeer Kiara zoveel mogelijk op haar gemak te stellen. Ik probeer mijn politiemodus zoveel mogelijk uit te schakelen en mijn moedermodus aan te zetten. Ik praat met Kiara over de alledaagse dingen die een 3-jarig meisje interesseren, de dingen die ook mijn eigen dochter van ruim anderhalf interesseren.

Ik vertel Kiara dat ik een dochtertje heb. Ik laat zien hoe mijn portofoon werkt en ik praat mee over de tekenfilms die voorbij komen op de televisie. Ik voel dat er een klik ontstaat tussen mij en Kiara. Het ongemakkelijke gevoel verdwijnt.

Kopen

Ik zie dat Kiara het bakje La Vache qui rit pakt, er een stokje uithaalt en deze in de kaas doopt. Ze stopt het in haar mond. "MMMMM dat is lekker!" zegt ze. "Als mama straks wakker wordt, vraag ik of ze dit ook voor mij wil kopen!" Mijn hart breekt... Ik denk 'Oh lieve schat, mocht dat maar zo zijn...'

Voorzichtig vraag ik aan Kiara hoe lang haar mama al aan het slapen is? Aan haar antwoord hoor ik dat ze geen tijdsbesef heeft, wat verwacht je ook van een kind van 3? Ze vertelt wel dat ze bij mama was gaan liggen en dat mama wel een beetje raar deed.

Pannenkoeken

Door mijn hoofd schieten allemaal horrorscenario’s: Hoe lang is haar mama al dood? Hoe lang heeft zij in dat huis geleefd, terwijl haar mama dood in bed lag? Hoe heeft zij voor haarzelf gezorgd zonder haar mama? "Wat heb je gegeten toen mama aan het slapen was?" vraag ik. "Pannenkoeken!" zegt ze enthousiast.

Ik probeer het weer los te laten en ik hoor dat er iets wordt gezegd over de portofoon. "Hoor je dat?" zeg ik "Ze zoeken een boef en ze vragen of wij willen helpen zoeken!". Ik zie een schittering in Kiara’s ogen verschijnen. Samen springen we van de bank. We kruipen naar het raam en stiekem kijken we door het raam naar buiten. De boef mag ons niet zien!

Luchtje

"Ja, daar achter die auto!" zeg ik. "Daar staat hij. We duiken terug onder het raam. We hebben de boef gevonden!!!! Trots en als echte buddy’s kruipen we terug naar de bank. Ik zie dat Kiara lol heeft, dat doet me goed. Maar ondertussen denk ik aan haar mama die daar verderop in de slaapkamer ligt. Ik moet even een luchtje scheppen en vraag aan Melissa of zij eventjes bij Kiara wil gaan zitten.

Ik loop naar buiten om een sigaretje te roken. Ik zie de chef van dienst en vraag aan hem of er al contact is met familie. Ik hoor de chef zeggen dat het nog niet gelukt was om familie te achterhalen, en dat het nog wel even kon duren.

Chef

De chef vraagt hoe het met mij gaat. Tja, goede vraag... "Het gaat wel" zeg ik, maar ik merk dat het huilen mij nader staat dan het lachen. Toch laat ik dit niet merken, want anders haalt de chef mij hier weg en ik wil Kiara hier niet achterlaten. Ik kon er voor haar moeder niet zijn, maar voor haar ben ik er wel!

Ik loop terug naar de woning waar Kiara samen met mijn collega Melissa op de bank zit. "Er wordt nog een boef gezocht, Kiara" zeg ik. En als echte speurneuzen kruipen we weer naar het raam. We speuren de straat af, maar we zien niemand, geen beweging. Er wordt wat gezegd over mijn portofoon.

Speuren

"Hoor je dat?" vraag ik. "De boef moet hier ergens zijn!" Samen speuren we de straat af. "Daar!" hoor ik Kiara zeggen. "Daar komt hij aangelopen!" Trots kruipen we weer terug naar de bank, ook de tweede boef hebben we gevonden!

De uren gaan voorbij. Samen vonden we nog meer boeven, speelden we kappertje, maakten we tekeningen en werden tekenfilms als Dora volledig doorgesproken. Tijdens onze avonturen hoorde ik Kiara regelmatig vragen "Is mijn mama al wakker?"

"Nee, lieverd" zeg ik. Ik merkte dat onze band in die korte tijd steeds hechter werd, iets wat een valkuil kan zijn binnen het politiewerk. Want er zal een moment komen dat ook ik naar huis ga en afscheid zal moeten nemen.

Ziek

Regelmatig liep ik naar buiten om even een 'luchtje te scheppen'. Ik voelde mij verdrietig, boos, aangedaan, gewoon niet te beschrijven wat het met je doet. Ik hoorde van de chef van dienst dat de moeder al een paar dagen ziek was en met hoge koorts op bed lag.

Volgens de bevindingen van de schouwarts zou ze in de vroege ochtend of de avond ervoor overleden zijn. Dit nieuws gaf mij een klein beetje opluchting. De opluchting dat mijn 'kameraadje' Kiara, mijn partner in boeven zoeken, niet heel lang voor zichzelf heeft hoeven zorgen.

Oppas

22:00 uur. De oppas van Kiara was aan komen lopen in de veronderstelling dat zij die nacht moest oppassen. Ze werd opgevangen door collega’s. Even later was daar ook mijn aflossing. Het moment van afscheid nemen was daar. Afscheid van mijn kleine grote heldin. Voor de laatste keer loop ik de woning van de buren binnen. Ik zie dat de oppas zich over Kiara heeft ontfermd.

Ik loop naar Kiara toe. "Ik ga weg, ik ga naar huis," zeg ik, met pijn in mijn hart en een brok in mijn keel. Ik zie dat Kiara opkijkt en mij met grote ogen aankijkt "Kom je zo dan wel terug?" hoor ik haar zeggen. De tranen branden in mijn ogen, maar professioneel als ik probeer te blijven slik ik ze weg. "Nee," antwoord ik. "Ik kom niet terug, een andere lieve collega zal nu bij jou blijven. Ik ga nu naar mijn eigen dochtertje, misschien zien we elkaar nog wel eens." Kiara pakt me vast en geeft me een knuffel...

Verwerking

Stilte in de auto, terug richting het bureau. Ik vraag aan Melissa hoe het gaat. Ik hoor haar zeggen "Het gaat goed, hoe gaat het met jou?" Ik voel dat ik mij nog steeds groot wil houden, maar antwoord "Dit raakt mij zo erg. Ik had dat kunnen zijn in dat bed en mijn dochtertje die dan voor zichzelf moet zorgen."

Terug op het bureau is er een debriefing met alle collega’s die ter plaatse zijn geweest, de chef van dienst en de collega’s van de afdeling collegiale ondersteuning. De collega’s van collegiale ondersteuning worden opgeroepen als er een heftig situatie is geweest, waarbij zij collega’s ondersteunen in hun verwerking.

Snikken

Een voor een doen we ons verhaal, beginnend bij het eerste koppel ter plaatse: Melissa en ik. Melissa begint en vertelt haar verhaal. Vervolgens is het mijn beurt. Ik voel dat ik mij eigenlijk nog steeds groot wil houden. "Dit grijpt mij zo erg aan..." begin ik te vertellen. Verder kom ik niet, de tranen stromen over mijn wangen en ik begin te snikken als een klein kind.

Op, stuk, klaar ben ik. Ik kan mij niet herinneren wanneer ik zo erg gehuild heb. Ik had moeite met stoppen en om mijn verhaal verder te vertellen. De collega’s van collegiale ondersteuning hebben mij vervolgens apart genomen en er voor gezorgd dat ik thuisgebracht werd. Thuis, ik ren de trap op, naar mijn dochtertje die diep ligt te slapen. Ik pak haar vast en knuffel haar stevig.

Als een blok

Ik slaap die nacht als een blok. Als ik de volgende ochtend wakker word, komen de tranen meteen weer en ik kan niet stoppen. Ik kan mijn gedachten niet verzetten. Ik had het kunnen zijn, daar in dat bed en mijn dochtertje die dan voor zichzelf zou moeten zorgen…

Ik heb vijf dagen om even bij te komen, want mijn volgende dienst is vrijdag. Maar ik kom niet bij. Ik blijf huilen en de nachten zijn lang. Ik val pas in slaap als mijn vriend uit de nachtdienst thuiskomt. Dan weet ik dat iemand voor mijn dochter kan zorgen als ik dood in bed lig.

Bronchitis

Die vrijdag wil ik weer graag aan het werk, maar onderweg word ik overvallen door angst: wat als vandaag weer zoiets gebeurt? De collega van het team collegiale ondersteuning aarzelt niet en stuurt me meteen door naar de bedrijfsmaatschappelijk werker. Na het eerste gesprek ga ik met mijn gezin op vakantie. Ik word ziek en omdat ik al van jongs af aan problemen heb met mijn luchtwegen krijg ik bronchitis. Het is zó erg dat een arts mij naar een ziekenhuis wil hebben.

Dat is voor mij de druppel: ik wil af van de angst dat ik in bed dood word aangetroffen, en mijn dochtertje geen moeder meer heeft. Ik stop meteen met roken en ga veel gezonder leven. Ik ben inmiddels 23 kilo afgevallen en voel me ontzettend goed. Door mijn nieuwe levensstijl heb ik ook het verhaal rond Kiara en haar moeder een plekje gegeven.

Lieve Kiara, jou zal ik nooit vergeten... Nooit!

Wil jij ook jouw bijzondere verhaal delen op VROUW.nl? Laat het ons weten!

Laat hier je gegevens en verhaal achter

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.