Vrouw/Glossy
2020625959
Glossy

Hoe gaat het nu met...

Marieke Noort: Ik ben nog altijd clean

Een pilletje, dat kon ze toch best proberen? Maar Marieke Noort, zus van schrijfster Saskia, had direct een obsessieve hang naar drugs. Het liep zo uit de hand dat ze niet eens meer voor haar twee tieners kon zorgen. We spraken haar in 2016 voor VROUW Glossy. Onderaan het verhaal de update die VROUW-collega Maria maakte.

2016

„Achteraf denk ik: hoe heb ik het in godsnaam volgehouden? En het ook nog verborgen weten te houden? Het was een eenzaam bestaan. Ik schaamde me kapot. Voor mijn gevoel was ik de enige moeder die zo debiel was om dit te doen. Aan de buitenkant had ik alles: ik had een mooi huis, twee auto’s voor de deur, ging een paar keer per jaar op vakantie. Ik kon heel goed de schijn ophouden, maar vanbinnen lag ik in puin.”

„Er ligt geen jeugdtrauma aan mijn verslaving ten grondslag. Ik had een onbezorgde jeugd in Bergen en was een brave puber. Ik rookte niet, was altijd op tijd thuis. In tegenstelling tot mijn vier jaar oudere zus Saskia, die zich veel meer afzette. Wel was ik zwaar op de hand en erg onzeker. Ook toen ik ging studeren had ik het gevoel nergens bij te horen.”

„Ik was een jaar of 22 toen er een nieuwe drug opkwam: xtc, gepresenteerd als lovedrug die niet verslavend zou zijn. Ik had niks met drugs, maar dit wilde ik wel een keer proberen. Inmiddels woonde ik in Amsterdam en kwam via een vriend in de bekende club iT terecht. Daar nam ik een half pilletje… Een geweldige ervaring! Ik was niet onzeker, niet moe. Ik hield van mezelf, danste en praatte met iedereen. Dit was waar ik mijn hele leven naar had gezocht! Ik hoorde eindelijk ergens bij.”

„Mijn vrienden vonden het leuk voor af en toe, maar bij mij was het vanaf het eerste moment obsessief. Ik telde af naar het volgende feest en was in één klap klaar met het gezuip en gebral in studentenkroegen. Ik belandde op mijn 24e in een soort verlate puberteit. Ik was afgestudeerd en had nog geen werk, haalde nachten door en viel heel veel af. Ik was een schim van mezelf geworden, al had ik dat zelf niet in de gaten. Tijdens een feestje dat mijn ouders hadden betaald, betrapte mijn moeder me op het toilet toen ik net een pil in mijn mond stopte. Ik probeerde het te sussen: ’Iedereen doet het. Zoals jullie vroeger jointjes rookten, gebruiken wij nu pilletjes’.”

„Maar toen ik met kerst in het ziekenhuis belandde, werd duidelijk dat het helemaal niet zo onschuldig was. Ik had een nierbekkenontsteking - een veel voorkomende complicatie bij drugsgebruikers. Mijn ouders moesten hun vakantie naar Tanzania, waar ze drie jaar voor hadden gespaard, afzeggen. Ik bezwoer mezelf: ’Dit doe ik nooit meer!’ Zes weken heb ik niks gebruikt. Daarna toch weer, maar in veel mindere mate.”

„Omdat je van xtc grote pupillen krijgt, was ik overgegaan op cocaïne. Dat werd echt mijn drug. Het was minder zichtbaar en ik kon er makkelijker een klein beetje van nemen. En dat deed ik gewoon thuis. Ik doseerde het zo dat ik om elf uur ’s avonds gewoon kon slapen; voor mijn gevoel had ik dan toch een normaal leven.”

„Maar ik was natuurlijk ziek in mijn hoofd. Toen ik zwanger raakte, dacht ik vooral: ’Nu kan ik negen maanden niks gebruiken!’ Gelukkig maar... Ik houd zielsveel van mijn kinderen en ze zijn echt mijn redding geweest. Tijdens mijn zwangerschappen bleef ik clean, maar daarna had ik snel weer een dealer te pakken en ging ik weer snuiven. Krankzinnig. Alsof het hebben van twee kleine kinderen niet vermoeiend genoeg is. Ik ging ook steeds meer drinken om mijn drugsverbruik te verdoezelen.”

„Ook tijdens etentjes met vrienden ging ik stiekem snuiven en me steeds raarder gedragen. Dan was er geen gesprek met me te voeren, zat ik op de praatstoel en ratelde ik maar door. Voor mijn gevoel had ik het onder controle. Ik deed het tenslotte niet iedere dag. Maar het ging van kwaad tot erger. Er viel geen contact met mij te maken, ik had een muur van hier tot Tokio om me heen. Ook loog ik veel. Dan zegde ik afspraken met mijn ouders plotseling af, of nam ik de telefoon niet op. En ik zag er niet uit: mager, wallen, puisten. Raakte ook nog mijn baan kwijt. Niet eens door mijn verslaving, maar toch. Ik kwam thuis te zitten en voelde me compleet mislukt: een werkeloze, verslaafde moeder.”

„En toch had bijna niemand iets door. Sommige vriendinnen vroegen wel: ‘Je bent vel over been, gaat het wel goed met je? Gebruik je soms drugs?’ Ik heb dat toen toegegeven, maar was heel goed in bagatelliseren: het stelde zogenaamd niet zoveel voor. Tijdens een weekend in Antwerpen vroeg mijn moeder er rechtstreeks naar. Ik was op dat moment onder invloed en kon het niet ontkennen. ‘Ja, ik gebruik cocaïne en ik denk dat ik een probleem heb,’ zei ik, ‘maar daar doe ik al iets aan.’ Kort daarvoor had ik online hulp gezocht. Ik zag in dat het zo niet langer ging. Mijn moeder schrok heel erg, maar dacht: ’Ze zoekt hulp en dan komt het goed’. Dat dacht ik zelf ook: ’Ik stop met de coke en ga door met mijn leven’.”

„Op eigen kracht ben ik een tijdje gestopt met cocaïne. Maar ik hield het niet vol en het liegen en bedriegen begon weer van voor af aan. Als de kinderen bij mij waren, gebruikte ik nauwelijks. Zo kon ik het voor mezelf goed blijven praten. Mijn leven was een puinhoop. Ik belandde in een afkickkliniek, een maand lang. Daar ontdekte ik: ik ben misschien totaal gestoord, maar in ieder geval niet de enige - er zijn meer moeders die zulke gekke dingen doen. De boodschap was dat ik moest stoppen met drinken, omdat de alcohol mijn cocaïneverslaving stimuleerde. Maar de rest van mijn leven geen alcohol meer? Daar wilde ik niet aan.”

„Niet veel later moest ik opnieuw worden opgenomen, dit keer drie maanden in een kliniek in Zuid-Afrika. De kinderen konden gelukkig weer bij hun vader terecht. Hij zei: ‘Al zijn het zes maanden, word alsjeblieft beter, de kinderen hebben je nodig.’ In Zuid-Afrika brak mijn verzet. Toch heb ik in de jaren erna nog drie opnames gehad. Steeds viel ik na vijf, zes maanden terug. Ik was erg depressief en zat vol zelfmedelijden. Vooral de gedachte dat ik nooit meer alcohol kon drinken vond ik moeilijk te aanvaarden. Ik dacht: als ik clean ben, maar nog steeds depressief en ongelukkig, wat heb ik er dan aan?”

„Anderhalf jaar geleden bereikte ik het absolute dieptepunt: ik raakte voor de zoveelste keer mijn baan kwijt en was zelfs zo ver heen dat ik niet meer voor mijn kinderen kon zorgen. Nooit zal ik vergeten dat ik van mijn behandelaar mijn ex moest opbellen om te zeggen dat de kinderen niet meer bij mij konden zijn. Het was een periode van totale mislukking, totale eenzaamheid. Ik zat alleen nog maar op de bank, ging alleen de deur uit om de hond uit te laten. Ik had heel donkere gedachtes: ‘Als ik morgen niet wakker word, is het niet erg. Iedereen is beter af zonder mij.’ Maar er zelf een einde aan maken, durfde ik niet. Bij de gedachte dat de kinderen hun moeder dood op de bank zouden vinden, werd ik overspoeld door angst.”

„Dat ik uit die diepe put ben gekomen, heb ik te danken aan mijn behandelaar. Hij was keihard: ‘Jij gaat weer naar Zuid-Afrika!’ Ik sputterde tegen dat ik dat niet kon opbrengen, maar iets in mij zei: ‘Geef het nog één kans, de allerlaatste.’ Als ik de kinderen niet had gehad, had ik het denk ik opgegeven. Maar ik wilde het voor hen proberen en ben op mijn knie‘n gegaan. Ik wist dat dit mijn allerlaatste kans was.”

„Mijn ex en ik hebben de kinderen verteld wat er speelde. Bij de eerste opnames hadden we verzonnen dat ik weg moest voor werk of dat ik ziek was. We wilden het woord ‘verslaving’ nog niet noemen. Maar ze werden ouder en waren ook niet gek. En ik wilde stoppen met liegen. Een goede keuze: door er met ze over te praten kreeg ik nog meer verantwoordelijkheidsgevoel. Hoe moest ik het ze uitleggen als ik nog een keer de fout inging? Tijdens die twee maanden in Zuid-Afrika ben ik gaan inzien dat ik moest stoppen met mezelf zielig te vinden. Behalve clean wilde ik ook een beetje gelukkig worden. Anders zou ik het niet redden. Ik heb daar geleerd om van mezelf te houden. Een enorm proces dat tot de dag van vandaag voortduurt.”

„Ik ben er nog niet. Maar ik ben al meer dan een jaar clean en veel gelukkiger met mezelf dan alle andere jaren bij elkaar. Ik probeer mijn kicks nu uit andere dingen te halen, geniet van kleine dingen. Hardlopen, leuke dingen doen met de kinderen, lol hebben met vriendinnen. Toen ik nog gebruikte, leek een leven zonder drank en drugs me saai. Maar mijn leven is juist veel rijker geworden. Een liefdesrelatie is op dit moment nog te ingewikkeld voor mij. De focus ligt nog te veel op mezelf en het inrichten van mijn nieuwe leven. Maar ik geniet zoveel mogelijk van mijn hervonden vrijheid, van kleine geluksmomenten. Ik probeer van iedere dag een feestje te maken en koester de relaties die ik heb met vrienden en familie. Zo hoef ik me niet meer eenzaam te voelen. Ik kijk uit naar wat de toekomst nog meer voor mij in petto heeft op het gebied van liefde en werk. Volg nu ook een opleiding, zodat ik andere verslaafden kan gaan begeleiden.”

„De angst voor een terugval speelt altijd op de achtergrond. Het houdt me scherp. Ik weet dat deze ziekte nooit weggaat, ben ook genetisch belast: er zitten aan beide kanten verslaafden in de familie. Tel daar mijn sombere aard en mijn onzekerheid bij op en alle lichten staan op rood. Ik moet honderd procent zonder alcohol en drugs leven.”

„Natuurlijk denk ik weleens: ’Lekker, een glaasje wijn’. Maar als ik nu een borrel pak, is de stap naar een snuif zo gemaakt en dan ben ik verloren. Gelukkig sta ik niet meer stijf van de trek. Ik kan weer genieten van feestjes. In de zomer werd het nieuwste boek van mijn zus gepresenteerd en daar werd natuurlijk gedronken. Vroeger was dat een probleem geweest, nu had ik een onwijs leuke avond. Voor het eerst werd het succes van mijn zus niet overschaduwd door mijn problemen.”

„Ik ben ook een fittere en gezelligere moeder geworden. Op zaterdagochtend sta ik met mijn zoon op de tennisbaan. Dat was vorig jaar nog ondenkbaar. Toen dacht ik alleen maar: hoe kom ik de dag door, na alles wat ik de avond ervoor had gebruikt. Mijn kinderen gaan natuurlijk uit straks, doodeng vind ik dat. Ik zal niet zeggen dat ze niet mogen experimenteren. Wel: ‘Wees er alsjeblieft eerlijk over, zodat we het erover kunnen hebben.’ Ze hebben in ieder geval een moeder die niet naïef is. Ze zijn gewaarschuwd, ze weten wat er met mij is gebeurd en dat ze moeten oppassen, omdat ze misschien ook het gen hebben. Vreselijk dat het zo ver moest komen dat zelfs mijn kinderen konden zien hoe slecht het met me ging. Maar ik weet dat het nodig was om tot die totale ommekeer te komen. Ze hebben het me gelukkig vergeven en zijn hartstikke trots op mijn herstel. Mijn zoon zei pas: ‘Als jij weer gaat drinken of gebruiken, word ik heel boos. Dan ga ik naar papa toe en hoef ik je even niet meer te zien’. Dat heb ik in mijn oren geknoopt.”

Update 2019

Marieke (48): „Ik heb in de afgelopen drie jaar geen terugvallen gehad. Ik ben clean en het gaat goed me. Het leven is mooi! Begrijp me niet verkeerd, ook ik heb donkere dagen. Maar inmiddels leer ik hoe ik daarmee moet omgaan, en grijp ik niet naar drugs of alcohol als het minder gaat. Als ik me niet goed voel praat ik met iemand, doe ik iets leuks, ga ik hardlopen of accepteer ik gewoon dat ik het zwaar heb. Dat hoort er nou eenmaal ook bij.

„De opleiding waarmee ik in 2016 nog bezig was, heb ik afgerond. Ik werk nu dan ook als senior ervaringsdeskundige bij de GGZ - NHN. Daarnaast heb ik een counselingbedrijf waar ik mensen met een verslaving help.”

Liefde

„Er is ook weer liefde op mijn pad gekomen. Het is fijn om te ontdekken dat ik ook op een gezonde manier een relatie kan hebben. Ik heb al mijn familie- en vriendenbanden hersteld. En ook het co-ouderschap met mijn ex gaat ontzettend goed. Mijn kinderen, inmiddels 17 en 14, zijn erg blij dat het zo goed gaat. Ze vertrouwen me en zijn trots op me.”

„Ik zie tegenwoordig kansen en heb een toekomstbeeld. Dat had ik eerder nooit! Waar ik eerst tegen de stroom in ging, creëer ik nu mogelijkheden. Al die donkere wolken heb ik achter me gelaten. Ik wil dan ook meegeven; wat er ook is, waar je ook mee kampt, je kan aan jezelf werken. Er is hoop!”

Maria Deniz

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.