Vrouw/Columns & Opinie
2142684627
Columns & Opinie

Maartje zoekt een man, de column

Deel 2: ’Hij had drie kinderen bij drie verschillende vrouwen’

Lange relaties waren niks voor hem, vertelde hij uit zichzelf. „Te veel verleiding” en „ik ben toch een man”. ’Kan ik hem ergens lozen?’, dacht ik.

Lange relaties waren niks voor hem, vertelde hij uit zichzelf. „Te veel verleiding” en „ik ben toch een man”. ’Kan ik hem ergens lozen?’, dacht ik.

Maartje is 33 jaar en woont samen met haar 5-jarige dochtertje in Amsterdam. Na een 10-jarige relatie is ze nu al een aantal jaar single. En zelfs met aardig wat ’date-ervaring’ op zak blijven mannen en de datingwereld haar verbazen. Bij VROUW deelt Maartje wekelijks haar meest bizarre date-avonturen.

Lange relaties waren niks voor hem, vertelde hij uit zichzelf. „Te veel verleiding” en „ik ben toch een man”. ’Kan ik hem ergens lozen?’, dacht ik.

Lange relaties waren niks voor hem, vertelde hij uit zichzelf. „Te veel verleiding” en „ik ben toch een man”. ’Kan ik hem ergens lozen?’, dacht ik.

Hoe dump je een crimineel zonder voor altijd over je schouder te moeten kijken? Dat was een vraag die ik mezelf afgelopen week stelde nadat een eerste koffiedate totáál anders uitpakte dan ik had verwacht…

Ik had net mijn Asos-retourpakketje afgegeven bij het postkantoor toen ik Gregory voor de tweede keer tegen kwam. Eerder ontmoetten we elkaar bij de tramhalte in mijn buurt en hadden we al spontaan een praatje gemaakt. Ook dit keer sprak hij me direct aan. „Maartje was het toch? Hoe gaat het?” Hij kwam net uit zijn gymsessie en zag er goed uit in zijn zwarte Nike-outfit. „Wanneer gaan we een keer koffie drinken”, vroeg hij. Hij leek me een enthousiaste, knappe gast en koffie drinken kon geen kwaad, dacht ik. Bovendien, hoe fijn dat knappe mannen je blijkbaar ook nog ’in het wild’ aanspreken in plaats van onpersoonlijke direct messages of ingewikkelde dating apps. „Wil je mijn Instagram of mijn nummer”, vroeg ik, want blijkbaar geef ik mensen tegenwoordig een keuze. „Geef me je nummer, want ik doe niet aan social media”, antwoordde hij.

Nieuwsgierig

Toen ik die avond omstreeks kwart voor twaalf half versuft een docu lag te kijken, ging mijn telefoon. Wie mij kent, weet dat je me zo laat niet lastig moet vallen (#mijnietbellen), dus ik nam niet op. Op WhatsApp zocht ik naar de profielfoto bij het nummer, maar dat was enkel een afbeelding van een graffitimuur. Uit nieuwsgierigheid belde ik toch maar terug. „Maartje, Gregory hier. Zullen we morgen afspreken?” Omdat hij me nogal overrompelde, reageerde ik met een terughoudend: ’Laten we morgen even kijken’.

De volgende dag was het prachtig weer en besloot ik ’s middags lekker lang naar buiten te gaan. „Je kunt ook naar het park komen”, zei ik tegen Gregory, die me al de hele ochtend aan het berichten was. Ik was toch al aangekleed en was wel in voor een gezellige ontmoeting. „Is goed, ik ben er over een uur.” Eenmaal in het park belde hij me waar ik was. Ik noemde het ene parkcafé na het andere, omschreef het pad langs de buitengym en deelde mijn live locatie, maar hoe ik het ook uitlegde, hij had geen idee waar ik was.

Geïrriteerd

„Stuur me jouw locatie, dan kom ik jouw kant op”, zei ik. Maar hij wist niet hoe, en geïrriteerd zei hij dat ík het hem niet uit hoefde te leggen. Na twintig minuten door het park dolen, werd hij ronduit agressief aan de telefoon, waardoor ik totaal geen zin meer had om hem nog te ontmoeten. Ik hing op en vervolgde mijn wandeling. Totdat hij plotsklaps tóch ineens voor mijn neus stond...

Ik schrok van zijn look. Hij droeg een jas met een enorme doodskopprint boven een sterk gebleekte jeans en had een gek hoedje op. ’Hoe had ik eerder iets in hem gezien?’, dacht ik. Toch liep ik uit beleefdheid maar met hem mee naar een cafeetje voor de geplande coffee to go. Hij bestelde een XL koffie, een broodje en een American cookie. Ik een thee. „U kunt hier alleen pinnen”, zei de dame achter de counter toen Gregory een stapel briefgeld uit zijn zak haalde. Hij had geen pasjes en pinnen met je telefoon bestond in zijn wereld blijkbaar al helemaal niet. Met tegenzin rekende ik af (zó niet mijn ding op een eerste date) en we vervolgden onze wandeling.

Afknapper

Gregory begon te vertellen. Hij was tweeënveertig en elektricien maar zat op het moment – hoe toevallig – nét tussen twee klussen in. Hij had drie kinderen bij drie verschillende vrouwen en lange relaties waren niks voor hem, vertelde hij uit zichzelf. „Te veel verleiding” en „ik ben toch een man”. ’Kan ik hem ergens lozen?’, dacht ik.

Maar toen moest de grootste afknapper nog komen: hij loosde zijn lege koffiebeker en lunchverpakking achteloos in de bosjes. Ik was zo in shock dat ik er niet eens wat van durfde te zeggen.

Eenmaal het park uit, bleek Gregory helemaal het mannetje op straat. Hij werd gegroet door letterlijk elk straatschoffie dat voorbij liep of scooterde, al waren sommigen zó jong, dat het zijn zoontjes hadden kunnen zijn. Bij de afslag naar mijn huis namen we afscheid „Ik weet het al hoor, ik wil je nog een keer zien!”, zei hij enthousiast, gevolgd door een schamper lachje van mij.

Geen social media, geen profielfoto, geen locatie willen delen, geen pinpas, geen werk en geen fatsoen. Dat zijn mij net even iets te veel hokjes afgevinkt in de categorie ’Amsterdamse crimineel’. Ik sla even over.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.