Nieuws/Vrouw
262533500
Vrouw

Het zal je maar overkomen mijn achterbuurvrouw heeft altijd pijn

De buurvrouw van Jan-Willem

De buurvrouw van Jan-Willem

Ruim twaalf jaar geleden ben ik verhuisd naar een kersverse nieuwbouwwijk in Arnhem-Zuid, op initiatief van mijn voormalige vrouw. Zelf had ik het prima naar mijn zin op de plek waar wij woonden, maar zij vond het beter om naar een buurt te verkassen met wat minder - hoe zeg ik dat netjes - sociaal maatschappelijk gedoe.

De buurvrouw van Jan-Willem

De buurvrouw van Jan-Willem

Na een uitgekiende overtuigingscampagne, die ruim twee jaar heeft geduurd en waarin ik werd bestookt met veel nieuwe, potentiële woonomgevingen, gaf ik mijn verzet op en ging ik overstag.

Knallend straatfeest

Een aantal fanatieke buurtbewoners met oog voor sociale samenhang was zo vriendelijk geweest om alvast een wijkvereniging op te richten. Eén van hun eerste wapenfeiten was het organiseren van een knallend straatfeest om elkaar een beetje beter te leren kennen. Je moest dan wel eerst lid worden. Een slimme zet natuurlijk om zieltjes te winnen; je bent toch nieuwsgierig naar al die nieuwkomers.

Het barstte toentertijd in onze wijk van de jonge stellen, die zo’n beetje allemaal aan kinderen waren begonnen. Speciaal voor al dat jonge grut waren van die luchtkussens neergezet, zodat papa en mama ongestoord in de aanpalende feesttent met een borrel in de hand konden socializen.

In diezelfde feesttent werd ik op een gegeven moment op de schouder getikt. Ik draaide me om en zag een blonde vrouw voor me staan. “Hallo Jan Willem, ken je me nog?”, vroeg ze.

De alcohol had op dat moment mijn geheugen nog niet gegijzeld en ik moest eerlijk bekennen dat haar gezicht me weliswaar ergens bekend voorkwam, maar verder had ik geen idee wie ze was. Laat staan dat ik haar naam wist.

Zoenend in de bolide

Mijn vader heeft mij ooit geleerd om dan vooral niet allerlei namen te gaan noemen waarvan je hoopt dat het uiteindelijk bingo is. Dat is altijd zo gênant.

“Ik ben Cindy. We gingen lang geleden even met elkaar om toen we nog in Zutphen woonden”, zei ze. Er begon me iets te dagen. En toen ze vertelde dat we zelfs hadden gezoend in de auto van haar vader, ging het lampje nog wat feller branden in mijn hoofd.

“Jemig Cindy, wat ben je groot geworden”, riep ik jolig en hardop, zodat iedereen om ons heen direct getuige was van onze hereniging. We raakten aan de praat en vertelden over onze levenspaden, terwijl ik mij ondertussen stiekem afvroeg hoe dat zoenen ook alweer ging in de bolide van haar pa.

We stelden onze partners tot slot nog even aan elkaar voor en gingen weer onze eigen gang. In de jaren daarna zagen we elkaar zo nu en dan op straat of in de supermarkt. Soms maakten we dan even kort een praatje.

Ergens in de zomer van 2011 zag ik haar vanuit de keuken tergend langzaam langs mijn huis lopen. Het zag er zorgwekkend uit en ik liep naar buiten om te vragen wat er aan de hand was.

Klap van het vliegtuig

Ze vertelde dat ze een jaar daarvoor tijdens haar werk als stewardess in een vliegtuig had gezeten dat een harde landing had gemaakt. Door de klap die ontstond, was er iets misgegaan in haar rug. Botte pech dus.

Ze had veel pijn, ging naar de huisarts, en voor ze het wist zat ze in de medische molen. Aan haar blik kon ik in ieder geval duidelijk aflezen, dat de pijn haar doorgaans zo goedlachse gezicht in zijn greep had.

Wat volgde was een serie aan operaties om de rug weer mobiel en pijnvrij op te leveren. Niets mocht echter baten en in 2014 heeft haar chirurg verteld dat ze uitbehandeld is. Ze konden niets meer voor haar doen.

Alsof dat nog niet erg genoeg was, heeft de laatste operatie, waar ze alle hoop op had gevestigd, haar een onaangenaam ‘souvenir’ opgeleverd in de vorm van een nieuwe, chronische pijnbeleving, die de pijn van de jaren daarvoor ruimschoots overtreft.

Eind dertig en afgekeurd

En daar sta je dan als volledig afgekeurde vrouw van eind dertig en moeder van twee bruisende, opgroeiende jonge kinderen, met gelukkig wel een liefhebbende, zorgzame partner aan je zijde.

Ik probeer me voor te stellen hoe het zou zijn als ik te horen zou krijgen dat ik voor de rest van mijn leven niet meer actief kan zijn in het werk dat mij altijd zoveel vrijheid en plezier opleverde.

Of dat ik moet dealen met constante pijn en een rug die alles doet wat ik niet wil, of andersom. Hemeltergend, die gedachte alleen al. Ik ben al een piepert als ik even hoofdpijn heb of me niet lekker voel.

Links of rechts zal je toch op zoek moeten gaan naar de resetknop om een modus te vinden om nog een beetje van het leven te kunnen genieten. De één zal daar anders mee omgaan dan de ander. Veel hangt af van je wilskracht, levenslust. Je mentale gesteldheid zal constant op de proef worden gesteld.

Slapen gaat gelukkig redelijk, vertelde ze laatst. Maar dat komt vooral omdat ze overdag zoveel van haar lichaam vraagt, dat ze ’s avonds uitgeput naar bed gaat.

Bewondering en respect

Cindy is een paar jaar terug voor een paar uur per week gaan werken als postbezorger bij ons in de wijk. Ze kan dat werk in haar eigen tempo doen en houdt zo haar rug enigszins soepel.

Iedere keer als ik haar voorbij zie lopen als ik aan de keukentafel zit, word ik overvallen door een gevoel van bewondering en respect. Tegelijkertijd realiseer ik mij hoe gezegend ik ben met een lijf dat wel goed en vooral pijnvrij functioneert.

Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend dat alles het na behoren doet, maar dat is het niet. We staan er vaak te weinig bij stil hoe kostbaar ons lijf eigenlijk is.

Afgelopen dinsdag werd er tegen de avond bij mij aangebeld. Ik deed open en trof Cindy aan in haar werkoutfit. Ze vroeg of ik heel even tijd voor haar had. Toen ik bevestigend knikte, stak ze van wal.

Pijnmaatjes

Ze vertelde dat ze al een flinke tijd op zoek is naar lotgenoten om mee te praten. Vrouwen van in de dertig of veertig met kinderen, die zijn uitbehandeld en ook kampen met chronische pijn aan de rug.

Ze heeft weleens contact gehad met lotgenoten, maar dat waren veelal een stuk oudere dames, met wie ze niet echt een klik had.

Net toen ik me ging afvragen wat ze nu precies van me wilde, kwam het hoge woord eruit: “Jij schrijft toch voor VROUW? Zou jij niet voor één keer kunnen regelen dat er een oproepje in VROUW komt voor mij?”, vroeg ze. De manier waarop ze mij aankeek, verraadde de ernst van haar hartenkreet.

Ik nam haar even mee de woonkamer in, stelde wat vragen en ijsbeerde wat rond. “Wat zou je er van vinden als ik een stuk over jou schrijf?”, vroeg ik uiteindelijk. Ze keek me in eerste instantie verbaasd aan en zei toen: “Dat zou fantastisch zijn Jan Willem, maar wel met een oproepje toch?” Ik moest lachen om haar vastberadenheid en stelde haar gerust.

Dus bij deze: ken jij iemand die in een vergelijkbare situatie zit als Cindy en daar graag (opbeurend) over wil praten met haar? Stuur dan de contactgegevens naar paterc1974@gmail.com

O ja, met instemming van Cindy heb ik voorgesteld dat ze pijnmaatjes zoekt in plaats van lotgenoten. Klinkt toch heel wat opgewekter, nietwaar.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.