Nieuws/Vrouw
304116336
Vrouw

Verhalen achter het nieuws

Mirjam: Ik gebruikte mijn depressie als excuus

Dat je nooit te oud bent om een boek te schrijven, bewijst Mirjam Vriend. Ze schreef op haar 52ste haar debuut Genade. Het boek is deels gebaseerd op haar donkere jeugd: ze groeide op met een depressieve moeder en kampte zelf ook met depressies.

In hoeverre kun je je ontworstelen aan de ballast van je familie? Aan een familietrauma? Dat was de vraag die Mirjam zichzelf stelde nadat ze zelf depressief, iets dat ze omschrijft als ’vijftig tinten zwart’. Haar voornemen om geen slachtoffer te worden van de erfelijke aandoening, ging niet zonder slag of stoot: „Na het beëindigen van mijn eerste huwelijk kreeg ik last van depressies. Ik herkende het van mijn moeder, maar het was ook anders.”

Borstkanker

„Mijn moeder - die begin zestig overleed aan borstkanker - was als het ware ’aangepast’ depressief; ik had het als kind niet 1,2,3 door. Ze functioneerde, gaf muziekles, zorgde voor ons... Ze deed als alleenstaande moeder haar best om de boel draaiende te houden. Ze ging maar door, probeerde er het beste van te maken. Maar er was duidelijk geen levensvreugde, en in de weekenden had ze altijd migraine. Ze had een gevoelige natuur en was zelf erg beschermd opgevoed. Ze kon niet omgaan met verdriet.”

Scheiding

„Alle dingen die haar verdriet deden - zoals de scheiding van mijn vader - zaten als het ware ’bevroren’ in haar. Ze wilde zichzelf liever niet te veel waarnemen. Mijn moeder was iemand die niet trots op zichzelf was, droeg praktische kleding en knipte haar eigen haar. Ze zorgde niet goed voor zichzelf. Ze ging dapper door, maar in de weekenden stortte ze dus steevast in.”

„Pas in de pubertijd begon ik die patronen te herkennen. Toen ontdekte ik dat ons gezin niet de hele wereld is. Toen voelde ik de somberheid om haar heen, voelde ik wanneer ze verkeerde in een andere stemming. Besefte ik dat er een andere sfeer in huis hing dan bij de meeste kinderen. Ik zag geen vrolijke vrouw, maar een vrouw met pijn. Iemand die niet opging in een sociaal leven. Over mijn kindertijd lag daardoor een deken van verdriet.”

Paniekaanvallen

„Ik was als kind een vrolijke stuiterbal, maar in de pubertijd kreeg de weemoed ook mij te pakken. Ik heb voor de intense grijsheid wel een plek kunnen vinden, maar heb lang alles van de grauwe kant bekeken. Ik kampte met dezelfde levensangst die ik ook bij mijn moeder zag. In meerdere opzichten durfde ik mijn vleugels niet uit te slaan.

Ik had paniekaanvallen en dagen waarop ik heel verdrietig was. Maar de depressie voelde voor mij ook wel veilig: daardoor hoefde ik niks. Ik koos als het ware voor de zekerheid van ongeluk, in plaats van voor de onzekerheid van geluk. Want voor geluk moet je er op uit, je kwetsbaar opstellen, je nek uitsteken. Dat durfde ik niet. Ik gebruikte mijn levensangst als excuus.”

Twee zonen

„Ik heb moeten leren om te handelen. Met hulp in alle soorten en maten heb ik mij een weg gebaand tot ik voelde ’nu heb ik beet’, nu kan ik zelf ’het stuur’ pakken. Dat heeft lang geduurd. Ik hoop dat anderen daar korter over doen. Daarom wil ik er ook over praten. Om anderen te helpen. Om uit te dragen: laat je niet kisten! Zeg het als iets voor jou schadelijk voelt.”

„Ik heb ook moeten leren om dit aan te geven, om mijn grenzen te bewaken. Waar ik een streep trek en niet verder ga. Soms heb ik rigoureus vriendschappen of andere contacten verbroken omdat ze niet (meer) goed voor mij voelden. Voor mij was het accepteren van de ballast van mijn moeder essentieel, pas daarna kon ik verder. Ik moest er doorheen om het niet door te geven aan de volgende generatie: mijn twee zonen. En ik denk dat dat gelukt is.”

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.