Vrouw/Opgebiecht
317924277
Opgebiecht

Opgebiecht

’Was ik maar nooit naar de stad verhuisd’

Deze keer biecht een VROUW-lezeres op dat ze spijt heeft van haar verhuizing naar de grote stad.

Ik groeide op in een dorp en als kind vond ik dat fantastisch, als puber vreselijk. Er was niks te doen, ik vond mezelf veel ruimdenkender dan mijn leeftijdsgenoten en eigenlijk wilde ik maar één ding: naar de grote stad. Daar gebeurde het allemaal, daar lééfde je echt. Maar ik bleef in het dorp en groeide over mijn rebelse ik heen. Ik werd verliefd op een jongen uit een dorp verderop en van het een kwam het ander.

Wegkwijnen

We trouwden, kregen kinderen en kochten een huis met wat grond eromheen. En langzaam maar zeker verdween mijn verlangen naar de stad naar de achtergrond. Totdat de kinderen groter werden en ik met een ’leeg nest’ kwam te zitten, omdat ze allemaal uitvlogen vanwege samenwonen, een baan of een opleiding. Zaten we daar met ons tweetjes in dat grote huis met die lap grond. En ineens greep het me naar de keel. Zou ik hier wegkwijnen?

Mijn man was de hele dag weg vanwege zijn baan als fysiotherapeut in de stad, maar ik werkte voornamelijk thuis als consulent. Op een gegeven moment gooide ik de knuppel in het hoenderhok. Ik verveelde me, was niet gelukkig en wilde weg uit het dorp. Ik wilde van het stadse leven proeven. Het leven ten volle voelen.

Kroeg

Mijn man keek me aan alsof ik gek was geworden. Waar kwam dit ineens vandaan? Ik probeerde hem uit te leggen dat ik na zoveel jaar echt toe was aan een andere omgeving, dat ik gek werd van de sleur en dat ík nu eens aan de beurt was. Dertig jaar geleden had ik al willen verhuizen, maar toen had ik hem zijn zin gegeven en besloten te blijven. Nu moest híj maar eens volgen.

Het had nog heel wat voeten in de aarde, maar we verkochten ons huis en betrokken een ruim appartement in de oude binnenstad. Eerst was mijn man nukkig, maar hij zag al snel de voordelen. Hij werkte al in de stad en kon nu alles op de fiets af. Hij ging ineens borrelen met collega’s en dan lopend vanuit de kroeg naar huis. Mijn man bloeide helemaal op.

Aangereden

In eerste instantie was ik ook blij. Zie je wel, ik had gelijk gehad. Dit was het echte leven! Maar toen sloeg het noodlot toe. Mijn lieve man werd aangereden toen hij na een bezoek aan de kroeg naar huis liep. Volgens de bestuurder was hij zomaar overgestoken. In de ambulance is hij overleden. Ik heb niet eens afscheid kunnen nemen. En nu zit ik hier in m’n eentje. En dan is die o zo bruisende stad ineens een heel eenzaam oord.

Mijn man had hier zijn collega’s, ik werkte nog altijd thuis en had nog geen tijd genomen om mensen te leren kennen. En toen brak ook nog eens corona uit, waardoor ik helemaal niemand meer zag. Ik heb me nog nooit zo verlaten gevoeld. Het liefst zou ik het appartement verkopen en teruggaan naar het dorp. Maar er staat niks te koop wat ik nu in mijn eentje kan betalen. Ik zou in een ander dorp kunnen kijken, maar ook daar zou ik helemaal opnieuw moeten beginnen.

Openbaar vervoer

Elke dag denk ik: ’Zou dit ook gebeurd zijn als we in het dorp waren gebleven?’ Ik denk het niet. Dan was mijn man gewoon met het openbaar vervoer naar huis gekomen. Dan was hij niet in een kroeg blijven plakken, maar had hij veilig op de bank gezeten. Bij mij. En die gedachte is ondraaglijk...

De rubriek Opgebiecht is gebaseerd op waargebeurde verhalen.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.