Nieuws/Vrouw
318698423
Vrouw

De Urenfabriek deel 16: 'Wat wil je ook met zo'n tegenpartij?'

Man met hamer in rechtszaal

Man met hamer in rechtszaal

In deel 16 van De Urenfabriek lees je hoe Felice haar eerste zitting met Ria beleeft.

Man met hamer in rechtszaal

Man met hamer in rechtszaal

Stipt om acht uur gaan we in de oude Volvo van Ria op weg naar Den Bosch. Het ruikt een beetje muf in de auto. Naar oude gevulde koeken. Ria zit achter het stuur, Lian ernaast. Ik zit achterin. Speciaal voor vandaag heb ik mijn dieppaarse broekpak van Armani Red aangetrokken. Uitverkoopje, maar dat ziet niemand.

‘Hebben we alles bij ons?’ vraag Ria met overslaande stem.

‘Tien pleitnota’s, toga, dagvaarding, de Tekst & Commentaar, alles zit in je pleitkoffertje,’ antwoordt Lian efficiënt.

Ik heb een opschrijfboek bij me met een extra pen. Alle uitspraken en wetten waar we aan refereren heb ik voor de zekerheid nog een keer gekopieerd. Ik heb er zin in vandaag. Leuk om Ria een keer te zien pleiten. Ik denk dat ze de wederpartij er flink van langs gaat geven. Dat is immers waar Ria goed in is, de afdeling Gif & Venijn. Ik merk dat Ria nogal gespannen is. Ze ziet lijkbleek en is opvallend stil. Lian probeert af en toe een praatje aan te knopen, maar dat wil niet echt lukken. Dat komt ook doordat Ria ín de TomTom zit, die de route naar Den Bosch per meter beschrijft. Door Lians toedoen hadden we bijna de verkeerde afslag genomen. Ze begon tegen Ria te praten over de advocaat van de wederpartij, ene Rutger de Jager, toen de mevrouw van de TomTom riep: ‘Neem nu de afslag, nu de afslag nemen!’ Op het nippertje kon Ria nog afremmen en afslaan. Ze was not amused. Ben ik even blij dat ik veilig achterin zit.

Eenmaal aangekomen bij de rechtbank parkeren we bij een schoolplein met spelende kinderen. Als we uitstappen, draait Ria zich om, wijst naar de speeltuin en zegt lachend tegen Lian: ‘Zullen we Felice daar achterlaten? Er is ook een zandbak.’

Lian schiet in een honend lachje.

Ik wil roepen: ‘Goed idee, zal ik dan zandkoekjes bakken van jouw lelijke rotkop?’ Maar dat kan natuurlijk niet. Mijn humeur is op slag verpest.

We ontmoeten onze cliënt, mevrouw De Vries van Fodex, in de gang voor de rechtszaal, waar meneer Coenders ook al is gearriveerd. Het is een bleek mannetje van rond de vijftig met flinterdun grijs haar. Zou hij een drankprobleem hebben? Ik heb een beetje met hem te doen. Asociaal om met drank op achter het stuur te zitten, maar om hem meteen te ontslaan? Wat moet hij dan? Alsof je zo makkelijk een baan vindt als je vijftig bent. De sfeer op de gang is gespannen. Iedereen zegt beleefd gedag, maar het liefst zouden ze elkaar de ogen uit het hoofd krabben. Dan komt een knappe man van rond de vijftig in toga de trap op gerend. Aan zijn pols glinstert een duur horloge. Is het een Rolex? Hij loopt naar de wederpartij en verontschuldigt zich voor de vertraging. Ria heeft hem ook gezien en wendt haar hoofd af. Haar gezicht is nog bleker dan normaal en ze is zo dun, je kijkt dwars door haar heen. Ineengedoken schuifelt ze nerveus heen en weer op haar stoel. Zo heb ik haar nog nooit gezien. Kwetsbaar, klein, bang. Ik moet de neiging onderdrukken om een arm om haar heen te slaan en te zeggen dat het allemaal wel goed komt. In plaats daarvan blijf ik staan en frunnik wat aan de randjes van de stapel papieren die ik heb gekopieerd. Wat is hier aan de hand?! De vlotte baas in toga komt op Ria af en zegt met een grijns: ‘Dag Ria, dat is lang geleden.’

Ria wil nog iets terugzeggen, maar precies op dat moment komt de bode ons ophalen. Ik ga als laatste naar binnen en neem naast Lian plaats op de rij stoelen voor het publiek. Ria en onze cliënt zitten aan het tafeltje links voor de rechter. Coenders en zijn advocaat zitten aan het tafeltje rechts. De rechter vraagt wie er allemaal aanwezig zijn in de zaal. De griffier noteert de namen. Ook die van mij! Het pleiten kan beginnen. Eerst mag de eiser. Rutger de Jager maakt er een show van. ‘Mijn cliënt was dan ook hoogst verbaasd toen hij merkte dat... Het kan toch niet zo zijn dat... Een tragische samenloop van omstandigheden...’ Als mr. De Jager weer gaat zitten, zelfingenomen knikkend naar zijn cliënt, is de beurt aan Ria. Ze neemt een slok water en begint heel zachtjes te praten. De rechter schraapt zijn keel en zegt: ‘Pardon mr. De Roos, zou u misschien iets harder kunnen spreken? Ik kan u heel slecht verstaan.’

Ria begint opnieuw met haar pleidooi. Ze spreekt niet heel veel luider dan daarvoor. Ze is duidelijk van haar stuk gebracht. Ik zie van opzij dat ze rode vlekken in haar nek heeft die zich langzaam uitbreiden. Het rood in haar nek steekt fel af bij het wit van haar bef. Onze cliënt heeft dat ook gezien en kijkt hoopvol naar de rechter. Valt de zaak nog te redden? Het verhaal van Ria komt absoluut niet over. Het mist de snelheid, helderheid en kracht van een goed pleidooi. Zoveel kan ik zelfs constateren. Lian zit diep te zuchten naast me en ze schuift ongemakkelijk heen en weer. Ik voel haar tenen bijna krullen in haar overjarige Manfield-pumps. Tot overmaat van ramp laat mr. De Jager midden in het verhaal van Ria ‘per ongeluk’ zijn wetboek van de tafel vallen. Dat maakt een hard, dof geluid, waardoor iedereen is afgeleid van het pleidooi. Vooral Ria zelf.

‘Mijn excuses,’ zegt hij met een grijns als hij het wetboek weer van de grond pakt.

Na repliek en dupliek zegt de rechter dat we de uitspraak binnen zeven dagen ontvangen. Ik denk dat ik de uitkomst wel weet. We lopen de zaal uit. Buiten loopt mr. De Jager weer op ons af en zegt zelfverzekerd tegen Ria: ‘Goede terugreis en wellicht tot gauw.’ Hij knikt naar de rest van de groep en loopt terug naar zijn cliënt. Wat een engerd, ik wil hem een schop geven tegen zijn arrogante achterste. Hij vindt zichzelf overduidelijk een koning. Alle knapheid is als sneeuw voor de zon verdwenen. Ria ziet nog steeds lijkbleek. Iemand moet de leiding van haar overnemen. Lian wendt zich tot mevrouw De Vries en informeert of ze misschien nog vragen heeft. Onze cliënt wil weten hoe groot de kans is dat we deze zaak winnen. Lian antwoordt: ‘Dat is heel moeilijk in te schatten. Kijk, u bent wel de gedaagde. Die hebben het vaak moeilijk in de rechtszaal, omdat ze de schijn tegen hebben. Een eiser spant natuurlijk niet voor niets een procedure aan tegen u. Fodex heeft niet helemaal gehandeld volgens de wet, maar we hopen dat de rechter inziet dat de eis van Coenders pertinent onredelijk is.’

Daar moet de cliënt het voor nu mee doen. We nemen afscheid van haar en lopen terug naar de auto. Er hangt een ongemakkelijke stilte als we terugrijden. Na zo’n twintig minuten zegt Ria via de spiegel tegen mij: ‘Felice, dit was heel slecht. Heel erg slecht. Geen goed leermoment. Wis deze ochtend uit je geheugen.’

Lian zegt: ‘Ria, je pleidooi verdiende geen schoonheidsprijs, maar ja, wat wil je ook met zo’n zaak en zo’n tegenpartij?’

Ria reageert fel: ‘Wederpartij. Het is wederpartij, geen tegenpartij. Die heb je in een voetbalwedstrijd. Hoe vaak moet ik dat nog herhalen?’

Lian zwijgt. Als we in Amsterdam zijn, slaat Ria af bij Dauphine, een restaurant bij het Amstelstation. ‘Laten we hier even een broodje eten, voordat we teruggaan naar kantoor,’ stelt ze voor.

‘Goed plan,’ reageert Lian enthousiast.

‘Gezellig,’ zeg ik verbaasd. Ria wil lunchen? Wat zou ze nemen? Ik gok een groene salade.

Als we uit de auto stappen, gaat de telefoon van Lian.

‘Het is kantoor,’ zegt ze tegen Ria als ze van ons weg loopt om op te nemen. Ria en ik lopen naar het restaurant. Ria ziet nog steeds zo wit als een doek en ze heeft meer dan ooit die verbeten blik in haar ogen. Haar hele gezicht lijkt wel verkrampt. Ik krijg ineens medelijden met deze vrouw. Deze gespannen, sombere, calvinistische vrouw. Zonder erbij na te denken, zeg ik tegen Ria: ‘Weet je, misschien helpt het als je niet zo streng bent voor jezelf.’

Ze reageert niet. Heeft ze me niet gehoord? Het zweet breekt me uit. Ik heb meteen spijt van mijn bijdehante opmerking. Wat ik bedoelde te zeggen was: als je jezelf kunt vergeven dat je niet alles perfect doet, kun je misschien ook wat vriendelijker zijn voor je omgeving. Voor mij bijvoorbeeld. Maar dat zeg ik natuurlijk niet. Zwijgend lopen we het restaurant binnen. Ria bestelt een groene salade.

Tijdens de Dauphine-lunch reppen we met geen woord meer over de zitting. Dat zorgt ervoor dat Ria zich enigszins ontspant. Lian deelt zelfs persoonlijke dingen met ons. Zo vertelt ze hoe zij haar man heeft ontmoet.

‘Ik had schoon genoeg van mannen. Mijn ex had het die week voor de derde keer in een jaar uitgemaakt, dus ik was er helemaal klaar mee. Zul je net zien dat je dan de ware ontmoet. Ik werd door mijn beste vriendin gevraagd om ceremoniemeester te zijn op haar huwelijk. Had ik geen zin in, want het laatste waar je met een gebroken hart mee bezig wilt zijn, is het huwelijk organiseren van iemand anders. Maar goed, tegen je beste vriendin zeg je geen nee. Tijdens de eerste kennismaking met het bruidspersoneel ontmoette ik de andere ceremoniemeester, mijn Robert. Dat was de beste vriend van de man van mijn beste vriendin. Het was meteen raak. Ook al woonde hij helemaal in Washington. Het is waar wat ze zeggen: van een huwelijk komt een huwelijk.’

Het doet me goed om eens iets persoonlijks te horen over mijn kamergenoot. De lunch is eigenlijk best gezellig, ook al vraagt niemand mij iets. Nuttig ook: ik hoor allerlei nieuwe dingen over mijn collega’s. Zo vertelt Lian dat haar man Robert is ontslagen bij ING. Althans, daar komt het op neer. In haar eigen woorden zit Robert ‘momenteel op de bank’. Hij is investment banker. Door de crisis zijn flink wat banen geschrapt, waaronder die van Robert.

‘Ik weet zeker dat hij in no time weer een baan heeft. Robert is ontzettend goed in zijn vak,’ zegt Lian zo overtuigend mogelijk. ‘Robert past nu op de baby, dat scheelt kosten voor de crèche. Zo kan hij lekker bonden met de baby.’

Over de auteur

Fleur Brockhus is ex-advocate en schrijver van romans De urenfabriek, Juffrouw Holle - sprookje voor de moderne vrouw en De inspiratiepraktijk. Daarnaast blogt zij over een bloeiend leven op fleursfinest.com en schrijft ze o.a. columns voor Advocatie.nl. Fleur woont met haar man en drie zoontjes in Blaricum.

Volgende week lees je hoe het verder gaat met Felice.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.