Nieuws/Vrouw
3607890
Vrouw

VROUW Magazine

'Mijn hond is rijp voor de psychiater, net als zijn baasje'

‘Hoe zei u dat uw hond heet?’ vraagt de mevrouw aan de andere kant van de lijn. ‘Felan? Ach nee, ik zie het al. We zitten hartstikke vol. Het komende half jaar hebben we echt geen tijd.’ Marjoleins hond is een Ier met een reputatie en veel haar en geen trimsalon wil hem daar vanaf helpen.

Aan mijn voeten ligt mijn uiterst gezellige haarbal. Vrolijke snoet en behept met een bijzonder opgewekt karakter. Je kunt probleemloos bij me inbreken. Ik vermoed dat hij iedere boef enthousiast kwispelend begroet: “Wat leuk dat je er bent. Kom binnen. Kan ik ergens mee helpen? Nee joh, neem gerust mee, die tv…”

Wereldhond

Zolang je geen kat bent, heb je van hem geen centje last. En als je wel een kat bent, dan nog alleen als je toevallig boven hem woont en je in zijn territorium waagt. Kom je hem op straat tegen, dan doet hij gewoon net of hij je niet ziet. Net zo gemakkelijk.

Lees ook: Wendy Louise (48) is ongewild kinderloos: Ik woon nu met mijn zus

Een wereldhond dus. En toch ben ik nu al een halve dag aan het bellen met trimsalons. Want in die haarbal zit namelijk niet alleen een gezellig, maar ook een behoorlijk beeldig hondje verscholen, mits er af en toe iets aan zijn vacht wordt gedaan. En daarin zit ’m het probleem. Mijn terriër verandert in een monster zodra iemand met een trimmes bij hem in de buurt komt.

Behalve in de hondensalon

Eerst gaat hij trillen, dan ontbloot hij zijn tanden, doet uitvallen naar de hondenkapper, slaat wild met zijn poten om zich heen en begint te schuimbekken. In de acht jaar dat ik hem heb, ben ik bij elke hondensalon in mijn woonplaats wel een keer geweest.

Soms kreeg ik hem half getrimd terug, soms kon ik hem gewoon weer als haarbal ophalen (“Ja sorry mevrouw, hij zal onder mijn handen maar een hartaanval krijgen…”). Ik hoef tegenwoordig zijn naam maar te noemen en ik word al met een kluitje in het riet gestuurd.

“Felan? Die Ierse terriër? Hè, wat jammer nou. Gaat helaas niet lukken. We zitten helemaal vol voor de komende drie decennia...”

Best of the nest

Even voor de duidelijkheid: hij hoeft er van mij helemaal niet uit te zien als een adellijk hondenprinsje. Sorry fokker, van wie ik hem ooit heb gekocht. Ik weet dat hij ‘best of the nest’ was (voor de hondenleken: dat is de hond waarvan men verwacht dat hij prijzen kan gaan winnen in shows en waar geld mee te verdienen valt in fokprogramma’s), maar eerlijk gezegd interesseerde me dat geen biet.

Lees ook: Anita Witzier: Ik ben dolverliefd op ollie

Hij was gewoon de laatste pup die u nog had. Ik doe geen hondenshows en toen hij de juiste leeftijd had, hebben we al zijn kansen op voortplanting door de dierenarts om zeep laten helpen. Waarom ik hem dan toch wilde kopen? Omdat hij een Ier is. En er waren op dat moment geen andere nestjes. En waarom ik per se een Ier wilde? Omdat ik er altijd een heb gehad.

Familiedingetje

Ik heb een foto van mezelf als pasgeborene in de wieg. Over de rand kijkt de hond van mijn ouders naar zijn piepkleine nieuwe huisgenootje. Die hond was mijn eerste Ierse terriër. Ik lig onder een lakentje waarop mijn moeder diezelfde hondjes heeft geborduurd.

Zo’n zelfde foto heb ik van mijn indertijd pasgeboren dochter. Ze ligt in de Maxi-Cosi met trouwhartig een hondenkop op haar schoot. Ook een Ier. Het is een familiedingetje. Ierse terriërs zijn onze honden. Eigenwijs, koppig, aanwezig, druk, gezellig en goedhartig. Een beetje zoals we zelf ook zijn.

Afijn, ze kunnen dus ook heel knap zijn. Tenminste als ze eens in het half jaar naar de kapper gaan. En anders worden het haarballen. Ook schattig, maar zo hoort hij er dus niet uit te zien. En je moet ook zo vaak stofzuigen.

Wietolie

Felan is Ier nummer zeven in mijn leven. De andere zes waren ook niet onverdeeld dol op dat gepluk aan hun haren, maar zo’n drama als deze ervan maakt, heb ik nooit eerder ervaren. Waar het vandaan is gekomen? Geen idee. Hoe dit op te lossen? Ook geen idee.

Ik bel de dierenarts. “We kunnen hem onder narcose brengen en dan plukken,” zegt ze, “maar narcose brengt altijd een risico met zich mee. Dus om hem eens per half jaar onder zeil te brengen, is ook weer zoiets.” Een hondengedragsdeskundige stelt voor hem aan de wietolie te doen. Welja, heb ik mijn kinderen drugsvrij weten te houden, gaat mijn hond aan de wiet. “Het kan geen kwaad, hoor,” zegt ze, “gewoon een druppeltje door zijn eten iedere dag…” Ik vind het toch een dingetje.

Lees ook: Marije: Mijn minnaar wil dat ik kies tussen hem en mijn man

Via Google vind ik een mevrouw zo’n 100 kilometer verderop. Ze is gespecialiseerd in honden met een rugzakje. Nou me dunkt dat we hier zo’n exemplaar hebben. Enig obstakel: ze heeft een klantenstop. Maar als je echt een probleemgeval hebt, kun je haar altijd bellen.

Arrogante koninkjes

“Tja, een Ierse terriër," zegt ze peinzend als ik haar aan de telefoon heb, “dat zijn toch eh… andere honden.” Ik val er een beetje stil van. As we speak ligt mijn haarbal voor dood in zijn mand, oorloos knuffelkonijn in de poten en bot onder handbereik. “Hoe bedoelt u?” vraag ik.

“Nou ja, ze zijn nogal eigengereid, hè. En arrogant ook. Het zijn een beetje koninkjes. Ik heb een tijdje in een pension gewerkt en als er dan een Ier kwam logeren, ging dat meestal toch wat moeilijker dan met, laten we zeggen, een labrador.”

Gelijkwaardig

Ik vind het een beetje beledigend. Hoezo is mijn hond anders? Ja, iedereen met een Ierse terriër zal kunnen beamen dat we het hier niet hebben over een goedzakkerige lobbes, maar over een pittig hondje. Maar dat zijn andere soorten terriërs ook. En vlak een teckel ook niet uit qua temperament.

Natuurlijk ken ik alle theorieën over honden en roedels en de plaats van de diverse gezinsleden in zo’n club (baas bovenaan, hond onderin), maar ik weet inmiddels ook dat het bij een Ier zo niet werkt. Baas bovenin, prima. En dan daar meteen onder de rest van de goegemeente, inclusief de hond, dus.

Lees ook: Erna (62) heeft een hulphond: Kaiko geeft me zelfs injecties

Hij beschouwt zichzelf toch een beetje als gelijkwaardig aan de kinderen. Dat is niet erg, want hij is dol op ze. En zij op hem, dus niemand bevecht die rangorde verder.

Eens een Ier, altijd een Ier

“Ik zou het niet weten,” zeg ik tegen de mevrouw-die-gespecialiseerd-is-in-honden-met-rugzakjes, “ik heb nooit een ander soort hond gehad.”

Lees ook: Wanneer mogen homoseksuele voetballers eindelijk zichzelf zijn?

“Nee,” zegt ze, “dat zal wel niet. Dat zie je vaker bij mensen met een Ierse terriër. Je zweert bij zo’n hond of je hebt er niks mee.” Het voelt een beetje als een veroordeling: alsof ik zelf eigenlijk ook een rugzakje heb met mijn onmogelijke arrogante hond. Ieder normaal mens zou toch zeker gewoon voor een goedzak van een hond gaan, zo een die op commando kan zitten, poten geven, omrollen en doodliggen, in plaats van voor een die het niet in zijn hondenkop haalt om zich te onderwerpen aan dat soort menselijke fratsen.

Een hond met een etiketje

“Maar ik wil het eventueel wel proberen,” zegt ze er achteraan. Ik eigenlijk niet meer. Ik had een hond met een trimprobleem en nu heb ik er ineens een met een etiketje; een hond die rijp is voor een psychiater. Net als ik kennelijk. “Mens, ga lekker labradoodles kammen,” denk ik. Maar dat zeg ik niet. Want dat is toch een beetje een ding als mensen denken dat je niet goed wijs bent. Je wil per se bewijzen dat je prima spoort en een heel aangenaam welopgevoed mens bent.

Ze komt met een datum en ik zeg: “Prima, we zullen er zijn.” En daarna zet ik koffie en lijn ik Felan aan voor een fikse wandeling. Nog net niet fluitend besproeit hij een aantal bomen, snuffelt hij gezellig aan wat andere langslopende honden en negeert hij drie katten met dikke staarten.

Pittige haarbal

“Wat denk jezelf?” vraag ik. “Denk je dat die mevrouw jou van je trauma af kan helpen?” Hij kwispelt blij met zijn staart. Van links naar rechts. Ik zie er een ‘nee’ in.

Lees ook: Stop met dat opdringen van je levensstijl! We leven in een vrij land

Weer thuis app ik de dame dat ik ervan afzie. Vervolgens bestel ik op internet hondenwiet. Ik denk niet dat ik daarvoor terecht kan bij de plaatselijke coffeeshop. En nou ja, ik ken genoeg mensen die zich suf hebben geblowd en er niks aan over hebben gehouden en wie weet helpt het. Maar als hij er een sloom braaf hondje door gaat worden, stop ik er meteen weer mee. Dan liever een pittige haarbal. Ook best leuk.

Het verhaal van Marjolein over haar hond Felan is dit weekend ook te lezen in VROUW Magazine (elke zaterdag bij de Telegraaf).