Vrouw/Mama
380034501
Mama

Opvoeddilemma

’Ik betaal mijn dochter (6) zodat ze haar bord leegeet’

„Kind, ga toch eens recht voor je bord zitten en kijk niet zo sip.”

„Kind, ga toch eens recht voor je bord zitten en kijk niet zo sip.”

Omdat het opeten van haar groenten voor de dochter (6) van Ike nogal eens een uitdaging is, heeft Ike daar iets slims op bedacht. Althans, dat vond ze zelf. Opmerkingen van haar vriendinnen hebben haar aan het twijfelen gebracht. Ze vraagt aan VROUW of de kritiek op haar ’slimme’ methode terecht is.

„Kind, ga toch eens recht voor je bord zitten en kijk niet zo sip.”

„Kind, ga toch eens recht voor je bord zitten en kijk niet zo sip.”

„Ik betaal mijn kind voor het leegeten van haar bord”, vertelt Ike. „En dat werkt goed. Mijn dochter heeft het niet zo op groenten en liet regelmatig de helft van haar avondeten staan. Ik heb al verschillende dingen geprobeerd: haar groenten gepureerd tot een onherkenbare substantie, ik heb haar net zo lang aan tafel laten zitten totdat ze haar bord leeg zou eten en ik heb geprobeerd om er een wedstrijdje ’wie-het-eerst-z’n-bord-leeg-heeft’ van te maken.”

„Dat hielp allemaal niet, totdat ik aan haar voorstelde om er een klein zakcentje voor te geven als ze haar groenten zou opeten. Niet veel, vijf cent, maar genoeg om haar aan het eten te krijgen. Ideaal, vind ik, maar sinds een paar vriendinnen me hebben bekritiseerd, weet ik niet meer waar ik goed aan doe. Zij vinden het pervers dat ik mijn dochter geld geef voor iets wat ze uit zichzelf zou moeten doen, maar ik lees online op genoeg websites dat belonen best mag. Wat is nou wijsheid?”

Niet uit zichzelf

Kinderdiëtist Daphne Zaalberg staat aan de kant van Ike’s vriendinnen. „Als je je kind betaalt om iets te eten, doet hij/zij dat vanuit een extrinsieke motivatie. Je doel wordt weliswaar bereikt, maar je kind doet het niet vanuit zichzelf, maar puur om het geld. Om de beloning. Het risico daarvan is dat dat effect op een gegeven moment uitdooft. De beloning is dan niet genoeg meer, en er is steeds meer geld nodig om het beoogde effect nog te bereiken.”

Daarbij, vervolgt Zaalberg, zorg je er met een beloning voor dat je kind het eten van groenten een negatieve associatie blijft oproepen. „Een beloning betekent dat je iets aantrekkelijks aanbiedt ten opzichte van iets dat minder leuk is. Vergelijk dat bijvoorbeeld met een baan die je niet leuk vindt, maar waarbij je wel ieder jaar promotie kunt maken. Dan blijf je nog wel even hangen, maar dat maakt het werk niet leuker.”

Hoge druk

„Zo werkt dat ook met het eten van groenten. Je kind eet ze door de beloning wel, maar om de verkeerde redenen. Ik ben ervan overtuigd dat kinderen groenten moeten leren eten en dat ouders hun kind daarbij vooral veel meer autonomie kunnen geven dan ze denken. De druk op jonge ouders is groot: ’jong geleerd, is oud gedaan’, wordt vaak gezegd, en daarom voeren ouders de druk bij hun kinderen al net zo hoog op.”

Op jonge leeftijd mag die lichte dwang dan wel werken, maar hoe ouder je kind wordt, hoe groter de kans dat hij/zij zich gaat verzetten en juist weer minder groenten gaat eten, stelt Zaalberg. „Dan krijgen ze hun eigen mening, en als er bovendien geen beloning meer is, waarom zouden ze die groenten dan nog eten?”

Kind bepaalt

Zaalberg pleit ervoor om al van jongs af aan naar je kind te luisteren. „Gezonde kinderen kunnen heel goed zelf aangeven wat ze nodig hebben. Verlaag daarom de druk en stap af van het idee dat je kind per se iedere dag zijn/haar bord leeg moet eten. Het kan zijn dat je kind de ene dag met gemak 200 gram snoeptomaatjes opeet, om vervolgens twee dagen geen groenten te eten. Dat kan! Het is veel belangrijker om naar de weekinname en het totaalplaatje te kijken. De voedingsstoffen die in groenten zitten, kun je namelijk ook in heel veel andere producten vinden. Kinderen kunnen ook prima zelf inschatten of ze verzadigd zijn. Het belangrijkste vind ik: de ouder bepaalt wat er op tafel komt, het kind bepaalt of het eet en hoe veel.”

Handje helpen

Dat neemt niet weg dat je je kind een handje kunt helpen, vervolgt Zaalberg. „Het is bijvoorbeeld wetenschappelijk bewezen dat je kind meer bereid is groenten te eten als je ze aanbiedt op andere momenten dan tijdens het avondeten. Vlak vóór het avondeten bijvoorbeeld, als je kind trek heeft, werkt het vaak beter om ze wat groenten te laten eten. Veel kinderen eten ook sneller rauwkost dan andere, gekookte groenten. Rauwkost is knapperiger en daardoor aantrekkelijker om te eten.”

„Het is ook belangrijk om alle zintuigen te prikkelen tijdens het eten en om vooral een plezierige omgeving te creëren waarin dat gebeurt. Door eten aan te raken, te ruiken en te zien kun je er samen een ontdekkingstocht van maken en zo de intrinsieke motivatie van je kind stimuleren. Zo lust mijn eigen kind bijvoorbeeld wèl crème fraiche, maar broccoli vindt ze minder lekker. Daarom dip ik soms de broccoli in de crème fraiche; dan zijn het met sneeuw bedekte bomen. Vervolgens is de keuze om de broccoli op te eten nog steeds aan haar, maar we hebben in elk geval plezier. Dat adviseer ik overigens ook aan ouders: zeg ’Je mag het opeten, maar het hoeft niet’. Dat werkt al heel anders op een kinderbrein dan dwang.”

Omdat de dochter van Ike inmiddels al wel 6 jaar oud is, en de meeste eetproblemen tussen de leeftijd van 2 en 6 jaar optreden en ook op te lossen zijn, raadt Zaalberg het haar aan om advies te vragen van een kinderdiëtist. Samen kan dan bekenen worden waar het vandaan komt dat ze moeite heeft met haar groenten en kan er een passend plan worden gemaakt.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.