Vrouw/Columns & Opinie
399748849
Columns & Opinie

Columns & Opinie

’Boeren weg? We moeten zélf een stap terug doen!’

Journalist Marianne ter Mors komt uit een elitair nest. Vaak op vakantie, mooie spullen en snelle auto’s... yes please! Het boerenleven doet haar niet veel. Tot ze vier jaar geleden in Zegveld komt wonen. De rust, de weidse uitzichten en de dieren geven haar elke dag een vakantiegevoel. Voor VROUW vertelt ze over het agrarische leven en de boerenprotesten.

Gisteren reed ik last minute naar Vlaardingen om een nieuw huisdier op te halen. Onderweg richting de A12 moest ik plotseling in de ankers voor een stoet tractoren. Mijn eerste reactie was: ‘Ah nee, niet richting Vlaardingen hoor jongens…’ Ik zag mijn plan om die superschattige cavia in mijn armen te sluiten al in het water vallen. Mijn tweede gedachte was echter iets heel anders: ’Zet hem op mensen, laat van je horen!’

Yuppen

Sinds vier jaar ben ik namelijk pro boer. Iets wat niet per se in de lijn der verwachting lag. Ik kom namelijk uit een nogal elitair gezin. We zijn allemaal hoog opgeleid, praten keurig ABN, lezen veel te ingewikkelde boeken en doen bij tijd en wijle slimme uitspraken. Al zeggen we zelf. Je zou ons ook gewoon yuppen kunnen noemen.

En gezien het leven ook voor yuppen soms grillig kan zijn, kwam ik na mijn zoveelste verhuizing terecht in Zegveld. Een klein dorpje onder de rook van Utrecht, waar een groot deel van de inwoners boer is. De uitgestrekte weilanden staan hier vol koeien en schapen.

’s Nachts hoor je hier geen verkeer, alleen een verdwaalde méééh. In het begin moest ik daaraan wennen. De stilte. De ruimte. Overal dieren en natuur om je heen. Waar ik niet aan hoefde te wennen, was mijn Zegveldse medemens. Iedereen is open en vriendelijk.

Er moet iets gebeuren

Je kunt het nieuws niet luisteren of je hoort wel iets over boerenprotesten. In Zegveld leeft dit enorm, boeren zijn immers het kloppende hart van het dorp. Zeker omdat Zegveld naast een Natura 2000-gebied ligt en dus 70% van de boerenbedrijvigheid weg moet. Op elke straathoek vind je dan ook een tractor met wilde spandoeken als ‘Geen Boer, Geen Voer’. Of ‘Wie Tjeerd eert, is het eten niet weerd.’

Twee weken geleden raakte ik aan de praat met een 20-jarige boerin uit het dorp. Haar opa heeft een boerderij en ze is daar altijd te vinden. Van jongs af aan weet ze: ik wil ook boer worden. Ik vraag haar wat zij vindt van de acties. Haar altijd vrolijke gezicht wordt ernstig. Ze vertelt dat ze mee is gegaan naar het boerenprotest in Stroe. De gewelddadige acties keurt ze af, maar er móét iets gebeuren.

Het kan toch niet zo zijn dat 70% van alle bedrijven weg moet? Ze vervolgt haar verhaal met iets dat ik nog niet wist, namelijk dat veel boerenbedrijven een belangrijke rol spelen in de verwerking van restafval. Dat eten de dieren op. En, haar blik verandert van ernstig in uitdagend, als de boeren hier geen voedsel meer produceren, dan moet dat toch geïmporteerd worden? Enneh, is dat wél goed voor de stikstofproblematiek?

Ik heb er ook geen antwoord op. Maar echt kans om na te denken geeft ze me niet, want eenmaal op stoom rollen er nog veel meer argumenten uit. Stikstofproblematiek wordt per land geregeld. Dat het probleem vanuit Nederland verschoven wordt naar een ander land, daar heeft niemand het over.

Daarbij zijn een heleboel boeren, zo meent de jonge Zegveldse boerin, juist ontzettend gemotiveerd om te innoveren. Alleen moeten ze daar wel de tijd voor krijgen, wat nu dus niet het geval is. Het voelt een beetje als: zeg je het woord stikstof, dan volgt automatisch de oplossing in het woord boer. Zo simpel ligt het niet.

Als er één groep echt vervuilend is…

Ons gesprek blijft me bij. Stikstof is geen landelijk probleem, het is een mondiaal probleem. Iets waar wij allemaal, dus niet alleen de overheid, onze verantwoordelijkheid in hebben te nemen. Want hoe zit het met mijn fellow yuppies? Die de ene zakenreis na de andere pleziertrip maken met het vliegtuig? Laten we wel wezen, als er één groep echt vervuilend is, dan is het wel mijn rijke medemens. En ik vind dat ik dat mag zeggen, omdat ik zelf óók uit zo’n nest kom en van het goede leven hou.

Dus ja, de boeren moeten een stap zetten. Hoe en wat, daar heb ik verder geen verstand van. Maar de gemakzucht die in mijn kringen heerst, ergert me mateloos. Verbannen we straks een hele beroepsgroep, een deel van ons cultureel erfgoed, omdat we te beroerd zijn zélf iets in te leveren? Als het aan mij ligt niet. Dat eindeloze consumeren mag best wat minder. Dan betalen we sámen de rekening. Wel zo eerlijk. Laten we allemaal #trotszijnopdeboer.

Wil je niets van VROUW missen? Speciaal voor de trouwste lezeressen versturen we elke dag een mail met al onze dagelijkse hoogtepunten. Abonneer je hier.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.