Nieuws/Vrouw
508912665
Vrouw

Feuilleton - De vechtscheiding

De vechtscheiding Deel 29: Bas treft mij rollebollend met zijn broer

Anouk en Bas lijken het helemaal voor elkaar te hebben: ze hebben een goedlopende zaak, een mooi huis en een leuke tweeling (14). Ze vormen het ’perfecte’ plaatje, totdat Anouk en Bas plotseling lijnrecht tegenover elkaar staan. Ze delen wekelijks hun verhaal, vanuit beide kanten bekeken. Deze week: Anouk.

Bas treft mij rollebollend met zijn broer, terwijl hij met de kinderen binnenkomt. Hoewel hij alleen maar „zorg jij voor je kinderen” snauwt, zie ik zijn ogen dat hij gekrenkt is. Hij doet koel, maar zo voelt hij zich niet. Goed zo.

’Wat wij deden was fout’

Jammer dat de kinderen net achter Bas binnenkwamen en dus volop getuige zijn geweest van dit incident. Storm rent woedend naar zijn kamer. Lente blijft in de keuken staan. Een minzaam lachje rond haar mond. „Ik ga naar Storm,” mompel ik en wil langs haar naar boven lopen. „Nee,” zegt ze streng. „Ik ga hem zo halen. Laat hem eerst maar even afkoelen.”

Ze loopt naar de kraan om thee te zetten. „Zijn jullie nu een setje?” vraagt ze. Voor ik iets kan zeggen antwoordt Casper: „Nee, wat wij deden was fout en zal nooit meer gebeuren.” Dat steekt meer dan ik had verwacht. „En waarom deden jullie dat dan?” gaat Lente streng verder. „We lieten ons meeslepen.”

Als een volleerd rechercheur draait ze om ons heen: „En hoe zeker weten we dat jullie je een volgende keer niet meer mee laten slepen?” Casper schraapt zijn keel: „Omdat we dat allebei niet meer willen.” „Ook als jullie niet betrapt kunnen worden?” Dan heb ik genoeg van haar spelletje. „Het spijt ons. Meer kunnen we niet zeggen. En wil je nu Storm gaan halen?” „Nee,” zegt ze. „Loop zelf maar.”

Paaien

Ook Storm heeft er moeite mee. Om ze allebei te paaien klap ik de laptop weer open en laat hen de vakantiesite zien. Ze klikken braaf door de site, maar tonen weinig enthousiasme. „We laten nog weten of we met jou daar naartoe willen.” „Jullie hebben geen keus,” werp ik tegen. „We laten het nog weten,” zegt Lente nog een keer. Ze trekt haar broertje mee en samen verdwijnen ze naar boven.

Het volgende weekend ga ik naar mijn ouders om geld te lenen. Geen leuk klusje, maar ik moet het doen: ik heb niet genoeg geld voor de vakantie, want ondanks de korting is het een behoorlijk bedrag. Mijn ouders weten nog niet dat we gaan scheiden en ik twijfel of ik ze het wel moet vertellen. Ze houden niet van mislukkingen.

„Zo lieverd,” zegt mijn moeder, terwijl ze als begroeting met haar wang tegen die van mij strijkt en me een luchtkus geeft. „Je bent weer wat voller geworden. Je bent toch niet aan het verslonzen?” Ik glimlach braaf, alleen het oog van mijn moeder ziet een pondje meer. „Natuurlijk niet, mammie. Het is de tijd van de maand,” lieg ik.

Vulgair

„Natuurlijk verslonst ons prinsesje niet,” zegt mijn vader terwijl hij me een kus op mijn voorhoofd geeft. „Zo hebben we haar toch niet opgevoed.” Mijn moeder knikt zuinig. Ze gaat zitten op de bank en gebaart mij hetzelfde te doen. Ik ga zitten; knieën tegen elkaar, half schuin, handtas bij mijn voeten. Zo heeft ze het mij geleerd. De benen over elkaar slaan vindt ze vulgair.

„Waarom komen de kinderen niet mee naar hun grootouders?” Ze roert in haar koffie en legt het lepeltje behoedzaam op het schoteltje. Dan kijkt ze me doordringend aan. „Ze zijn druk, mammie.” „Natuurlijk. Storm voetbalt op zaterdag.” Mijn vader springt graag voor zijn kleinzoon in de bres. „En hoe gaat het met die man van je op dat kantoortje?”

Met ‘dat kantoortje’ doelt mijn vader op het makelaarskantoor van Bas. Mijn vader is oud-eigenaar van een van de grootste makelaarskantoren van het land. Hij heeft nooit begrepen waarom ik niet bij hem ben gaan werken, maar voor het kantoor van mijn man koos. „Het kantoor draait prima, maar...” „Maar?” herhaalt mijn moeder vragend.

Leugen

Ik twijfel even en besluit dan te liegen. Uiteindelijk is de leugen ook voor mijn ouders beter dan de waarheid: „Het geld zit momenteel vast. Een goede belegging. Bas is er de hele zomer druk mee. Daarom ga ik dit jaar alleen met de kinderen op vakantie.” Al ratelend vraag ik uiteindelijk om het geld. Ik krijg het en moet dan nog heel lang opzitten en luisteren naar de succesverhalen van mijn broer de chirurg en mijn zus de actrice.

Gesloopt kom ik die middag thuis. Ik trap mijn pumps uit en doe de rits van mijn rokje los. Met een glas en een fles ga ik op de bank zitten. „Zou je dat nu wel doen?” hoor ik. Daar zit Lente op de schommelstoel. “Hé lieverd. Wat bedoel je?” „Nou, zou je nu wel gaan drinken. Je weet wat er de vorige keer gebeurde.”

Ik reageer er niet op, maar verander van onderwerp: „Ik ben bij opa en oma geweest om geld te lenen voor de vakantie.” „O ja, over de vakantie gesproken,” onderbreekt Lente me. „Ja? Wat is er met de vakantie?” „Wij gaan alleen met je mee als papa ook meegaat.”

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.