Vrouw/Columns & Opinie
549987494
Columns & Opinie

Ik word papa

Deel 28 - ’En dan maak ik misschien wel mijn grootste fout ooit..’

Kamran (36) en zijn vrouw (32) verwachten hun eerste kind. Hij is nieuwschef bij De Telegraaf, zij werkt op het hoofdkantoor van een winkelketen. Voor Kamran gaat als toekomstig vader een wereld open. Wekelijks schrijft hij over hetgeen hem verbaast en verrast. Vandaag deel 28: 38 weken en 5 dagen.

„Minder leven”, hoor ik de verloskundige van dienst zeggen. Ze heeft de spoedpoli van het ziekenhuis aan de lijn. Het is zondagochtend. Om 7:24 uur hebben we de 24-uursdienst van de verloskundigenpraktijk gebeld. Mijn vrouw voelt zich niet lekker. Ik hoor de paniek in haar stem. „Ik voel hem al even niet meer.” Het zal toch niet. Nee, ik moet positief blijven. Juist nu.

Ik troost haar terwijl ze onder de douche staat in de hoop dat de baby in haar buik weer enig teken van leven geeft. Al de hele zwangerschap voelt ze hem continu. Maar nu… En dat een week voordat ze is uitgerekend.

Een kaarsje brandt

Hoe anders is de avond ervoor. We zitten tot laat op het balkon. Sinds haar verlof is begonnen, is dit de eerste dag dat ze echt niets heeft gedaan. Een ontspannen dagje samen. Eindigend op het balkon. Een kaarsje brandt. Zij leest een boek. Ik tik een column. Een heel dierbare, misschien wel mijn mooiste. Even schiet ik vol. Als de baby aan het begin van de nieuwe week komt, zal niemand deze ooit lezen. Maar mocht de bevalling pas rond het weekend zijn, dan is er alvast een week vooruit gewerkt.

Met frisse buitenlucht in de longen zoeken we ons bed op. Eerder die dag heb ik de klossen - raar woord eigenlijk - onder het bed geplaatst en bij de deurbel de sticker voor de verloskundige geplakt. We zijn er daadwerkelijk klaar voor. Maar nog een weekje wachten, ik teken ervoor. In bed voel ik de baby. Het blijft een wonderlijk gevoel.

Weeën

De volgende ochtend zitten we dus plots met een verloskundige in de woonkamer. Een beetje gel op de hartslagmeter. ’Tok-tok-tok’, daar is-ie weer. Gelukkig. Voor de zekerheid gaan we naar het ziekenhuis voor een hartfilmpje. „Dit zijn de grafieken van jullie harten, echt keurig. En kijk, dit zijn de weeën”, zegt de ziekenhuisverloskundige, gekleed in een witte doktersjas. „Het is begonnen. Ik denk dat jullie morgenochtend rond dit tijdstip trotse ouders zijn.” Naast me zie ik tranen van geluk. Het gaat goed. En het gaat gebeuren.

We maken ons op voor een lange dag. De belangrijkste tip tijdens de zwangerschapscursus die we hebben gevolgd: ga slapen als het grote moment zich aandient, pak je rust. Ik heb eigenlijk dienst en werk vanuit huis tot in de avond. Geen bedrust deze dag. Mijn vrouw vergeet ook te slapen. De weeën worden heftiger. Ze staat onder de douche, zit op de fitnessbal. Ze eet niet meer. Af en toe een slokje water. Tussen de weeën door kletsen we. We lachen.

Fout

In de avond toch maar weer de verloskundige aan de lijn. Tegen tienen komt ze langs. „Morgenochtend is jullie baby er. Ik denk een meisje.” We moeten maar tussen 1 en half 2 onze eigen verloskundige bellen, die nachtdienst heeft. Tussen 1 en half 2? Dan pas…Pfff… dit wordt nog een lange nacht. Maar ik geloof niet dat ik van ons twee ook maar enig recht op klagen heb. Zul je zien dat de baby er pas om 7:24 uur is, denk ik. Zijn we 24 uur bezig. Ik waan me even Jack Bauer (uit de serie 24): ’Today is the longest day of my life.’

De intensiteit van de weeën neemt ondertussen toe. Af en toe hangt mijn vrouw aan me. Ik geef haar een light touch-massage zoals ik dat heb geleerd tijdens de cursus. En dan rond middernacht maak ik de grootste fout van de dag. Misschien wel mijn grootste fout ooit. Zo voelt het althans. Ik voel dat ik iets hartigs moet eten om niet van mijn stokje te gaan. Een zakje chips gaat open. Oven baked mediterranean herbs flavour. Heerlijk. Drie chipjes kraken tussen mijn kaken. „Doe die zak nu weg! Gatver. Hoe kan je dat doen?”, hoor ik een ferme stem. Ik zwijg. Poets m’n tanden. Wat werkt ook alweer tegen knoflook? Ik eet snel wat sla. Drink een glas melk.

In bad

Twee uur later zit ik achter het stuur. Het gaat anders dan in de film. Ik scheur niet over de Amsterdamse straten. De baby komt niet op het parkeerdek. Nee, dat duurt nog 5 uur en 28 minuten. Iedere seconde daarvan in het bevalcentrum staat me bij. Is voor altijd in mijn geheugen gegrift.

Het is heftig en intens. Krachtig en bijzonder. En vooral ook ontspannen en kalm. Onvoorstelbaar hoe rustig de bijna moeder in bad ligt. Ondanks alle pijn blijft ze mooi diep ademhalen. Als het even niet lukt, lever ik mijn bescheiden bijdrage. Ik fluister in haar oor dat ze dit kan. We halen samen diep adem: in en nog langer uit. Het zijn - op een bepaalde manier - onze meest intieme uren ooit samen.

Om 7:26 uur - exact 1 etmaal en 2 minuten na het verontrustende belletje - komt ons kindje ter wereld. In bad. Met oerkracht duikt hij het water in. Een onderwatersalto om de navelstreng weg te draaien volgt. Even zwemt hij daar. Daarna boven water. Een hap adem. Een krijs. Gehuil. Op weg naar moeders borst. En dan zie ik het. „Het is een jongetje!”

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.