Vrouw/Columns & Opinie
553906234
Columns & Opinie

’Op de koude operatietafel stroomden de tranen over mijn wangen’

Zo��n tien procent van de zwangerschappen eindigt in een miskraam. Grote kans dus dat er op werk en in je vriendenkring vrouwen rondlopen wie het is overkomen. En toch praten we er bijna niet over. Daar mag wat Mariëlle betreft verandering in komen.

Een blauw plusje. Met ingehouden adem keek ik naar de test in mijn hand, die trilde alsof ik net een fles wijn achterover had gegoten. Van wijn zou het de komende tijd niet meer komen. Want - weer keek ik met grote ogen naar de test - een F*CKING blauw plusje. De rest van de dag ging voorbij als een soort waas. Ik had het koud en heet tegelijk, was ontzettend kalm en knapte aan de andere kant uit elkaar van spanning en was dolblij én doodsbang. Eén ding wist ik in ieder geval zeker: ik zou een superleuke moeder worden.

In de weken erna deed ik nog zes tests. Want hoewel alle signalen er waren: ik kon niet geloven dat ik écht zwanger was. Ik besprak het met een aantal vriendinnen zodat zij mij rugdekking konden geven als ik werd aangesproken op het niet drinken van alcohol of de extreme vermoeidheid. En stiekem ook omdat ik het met geen mogelijkheid voor me kon houden. Hállo, er groeide een kindje in mijn buik! Wat mij betreft mocht de hele wereld het weten. Zeker na de eerste echo, waarop we een hartje hadden zien flikkeren en waarna de verloskundige bevestigde dat alles er voor zover zij kon zien goed uitzag. Met mijn hoofd in de wolken zweefde ik door het leven. Tot ik er een week later keihard vanaf donderde.

Ratelen

Ik zou dat weekend naar mijn ouders gaan en wilde ze het grote nieuws vertellen met een zo recent mogelijk kiekje van hun eerste kleinkind. Enthousiast stroopte ik mijn shirt omhoog voor de pretecho. Maar de bevestigende ’ja hoor, kijk eens’ die ik de eerste keer wel had gehoord, bleef uit. Dat er dit keer geen flikkerend stipje te zien was, had ik direct gezien. Omdat ik geen idee had wat ik moest doen of zeggen, begon ik te ratelen. Over dat ik in een app had gezien dat die kleine nu ongeveer 2,5 centimeter moest zijn. Over de positie waarin ik lag - kon ze het zo wel goed zien? Over van alles en nog wat en tegelijkertijd over helemaal niets.

Beduusd verliet ik dezelfde verloskundigenpraktijk waar ik een week eerder nog trillend van enthousiasme een gesprek had gevoerd over het tijdig regelen van kraamzorg. Waarschijnlijk was het hartje niet lang na die eerste echo gestopt met kloppen. In de dagen die volgden werd duidelijk dat de miskraam niet vanzelf op gang kwam. Ik kreeg pillen om de boel op te wekken, maar ook die deden hun werk niet. Toen ik een paar weken later koorts kreeg en werd vastgesteld dat vrijwel alles nog in mijn baarmoeder zat en waarschijnlijk was gaan ontsteken, onderging ik met spoed een curettage. Vlak voor ik onder narcose ging, kwam alles eruit. Terwijl ik op de koude operatietafel lag, stroomden de tranen over mijn wangen.

Kloppen

De dagen daarna was ik duf. Van de narcose, van de schrik, van het verdriet - ik denk van alles bij elkaar. Dit heb ik eerder nog niet toegegeven, maar ik voelde me mislukt. Waarom lukte het anderen wel, en mij niet? En hartstikke leuk, die cijfertjes op internet die beweren dat zooo ontzettend veel vrouwen dit meemaken, maar als die zouden kloppen, dan zou ik ze toch zeker moeten kennen? Dat bleek inderdaad het geval. Ik wist het zelf alleen niet. Toen ik er gesprekken over voerde of het gewoon terloops ter sprake bracht, omdat ik het niet wilde doodzwijgen, kreeg ik de ene na de andere ’ik ook!’ te horen. Allemaal vrouwen die ik al lang kende, niemand van wie ik het wist voor ik mijn eigen ervaringen deelde. Gek eigenlijk, want als zoveel vrouwen hiermee te maken krijgen, dan kunnen we er toch gewoon open over praten?

Dooddoeners als ’Je was gelukkig nog niet zo ver’, ’Je weet nu in ieder geval dat je zwanger kunt worden’ en ’Misschien was het gewoon nog niet jouw tijd’ mogen technisch gezien misschien waar zijn, ze betekenen niet dat je niet verdrietig mag zijn. Het is mens-eigen om ongemakkelijk te worden in de buurt van verdriet. Maar omdat je een anders verdriet om een miskraam niet kunt oplossen is erover praten nog altijd een soort taboe, lijkt wel. Dat begint al met het pas ’mogen’ vertellen dat je zwanger bent na de eerste twaalf weken. Die heb ik nooit echt gesnapt. Als ik me daaraan had gehouden, hadden degenen van wie ik houd alleen mijn verdriet gezien en de enorme glimlach en twinkeling in mijn ogen moeten missen. Dat vind ik niet eerlijk tegenover hen, niet tegenover mij en niet tegenover dat ieniemienie mensje dat in mij groeide. Want het mocht voor deze keer dan misschien niet zo zijn, een paar weken lang was ’ie het middelpunt van mijn wereld.

Meer VROUW

Speciaal voor de trouwste lezeressen versturen we elke dag een mail met al onze dagelijkse hoogtepunten. Abonneer je hier.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.