Nieuws/Vrouw
55464659
Vrouw

Carina behandelt 'cold cases': Iedere dode verdient een naam

'Iedere dode verdient een naam'

'Iedere dode verdient een naam'

Door spannende series als CSI en Cold Case smullen mensen van onopgeloste moord- of vermissingszaken. Gelukkig zijn die meestal binnen 50 minuten alsnog opgehelderd. Héél anders dan het werk van forensisch rechercheur Carina van Leeuwen (60), die al sinds 2010 probeert de identiteit te achterhalen van zo’n 90 mensen die in Amsterdam zijn begraven zonder naam. Samen met journaliste Sybilla Claus schreef ze hierover het boek Onbekend maar niet vergeten, dat volgende week verschijnt.

'Iedere dode verdient een naam'

'Iedere dode verdient een naam'

Vorige week leefde heel Nederland mee met de doodgeschoten vrouw die in juni in een weiland nabij de Belgische grens werd gevonden en nog steeds niet is geïdentificeerd. Ze kreeg een anonieme begrafenis in Terneuzen. Naar schatting liggen er nog 200 á 300 onbekende doden in Nederland. Maar exacte cijfers ontbreken, omdat deze niet worden geregistreerd.

Onbegrijpelijk, vindt Carina van Leeuwen, die zich hard maakt voor de ruim 90 Amsterdamse zogeheten nomen nescio’s. Een deel daarvan heeft een laatste rustplek gekregen op de begraafplaats Sint Barbara. In 2010 werden zij opgegraven, zodat er alsnog DNA kon worden afgenomen. Sindsdien zijn 34 zaken opgelost. Maar Carina rust niet voor al deze mannen, vrouwen en baby’s een naam hebben...

Waar komt toch die fascinatie vandaan?

"Ik vind het shocking dat je in Nederland – een land dat tot in de puntjes georganiseerd is en waar je nog niet eens zonder identiteitsbewijs in de tram mag stappen – begraven kunt worden zonder naam. Dan ben je dus niemand meer, je telt letterlijk niet meer mee! Ik vind het belangrijk dat een verhaal rond is, en dat is het voor deze mensen niet. Ook niet voor hun familie. Ergens op de wereld is er iemand die ze mist..."

Is dat niet een heel romantisch beeld? Het gaat immers in veel gevallen om drugsdoden of criminelen...

"Weet je, dat maakt mij dus niets uit. Het zijn inderdaad vaak mensen die niet zo succesvol zijn geweest in de maatschappij, maar ik ben ervan overtuigd dat zij ook niet op hun lijstje hadden staan om op een dag dood uit de gracht te worden gehaald.

Ik maak dus geen onderscheid tussen een lieve huisvader en een foute crimineel. Want ook die had een moeder en misschien ook wel kinderen of een vrouw. En die verdienen het om te weten wat er is gebeurd."

Welke zaak heeft je het meest geraakt?

„Ze raken me allemaal, maar de eerste keer dat ik een vader recht in de ogen keek om te vertellen dat zijn zoon al jaren dood was en hier begraven lag, was bij een Poolse jongen van 18. Hij had zelfmoord gepleegd door voor de trein te springen. Zijn ouders en broertje waren nog steeds naar hem op zoek, wisten niet eens dat hij in Nederland was geweest. Ik herkende hem bij toeval toen ik op een Poolse site met vermissingszaken keek. Normaal identificeren we niet zo snel iemand aan de hand van foto’s, want dat kan ook heel erg misgaan. Maar hij had van die mooie vlinderwimpers, die waren me bijgebleven.”

Wat doet dat met jou, als je opeens een persoon kunt koppelen aan een dossier? "Het was voor mij de bevestiging dat we niet voor niets zo hard gevochten hadden om dit mogelijk te maken: daar ging immers heel wat aan vooraf, het kost namelijk veel tijd en geld om deze cold cases op te lossen en daar was lange tijd geen draagvlak voor. Door deze familie wist ik dat we door moesten gaan.

Aan de andere kant was het ook heel moeilijk. Ik zeg altijd voor de grap dat ik niet voor niets met dode mensen werk: ik ben goed met feiten, niet met emoties. Niet dat ik een harde politievrouw ben, hoor; ik huil juist makkelijk met die mensen mee.

Maar het broertje bleef maar vragen: ’Waarom?’. Tja, waarom reist een jongen vanuit Polen helemaal naar Amsterdam om hier zelfmoord te plegen? Dat antwoord had ik ook niet. Ik kon alleen maar laten zien waar hij lag en zorgen dat ze hem alsnog mee naar huis konden nemen.”

Er zijn nog tientallen zaken onopgelost, ook al heb je van deze mensen nu dna. Hoe kan dat? "Dat is ook een gevolg van series als CSI, waarbij oude dossiers netjes gebundeld zijn in één witte doos en je een laptop hebt waar met één druk op de knop miljoenen gegevens uitrollen. Ik ben jaloers op die laptop, haha. In werkelijkheid zijn veel gegevens van oude zaken helemaal niet opgeslagen, zijn ze vernietigd of verdeeld over verouderde computersystemen en tientallen losse mappen.

Om toestemming te krijgen om bijvoorbeeld iemands telefoon- of bankgegevens op te vragen, moet ik eerst 35 formulieren invullen. En aan dna kún je heel veel zien, maar het mág niet. Wij zien bij de politie alleen een reeks getallen, waaraan je hooguit kunt afleiden of het een man of vrouw is. En zo lopen we constant tegen grenzen op. Technisch kunnen we al heel veel, maar het moet ook juridisch kloppen en we moeten er ethisch aan toe zijn. Vooral dat laatste vind ik niet zo gefundeerd."

Waarom niet? "Er heerst een bepaalde angst dat de overheid gegevens voor de verkeerde doeleinden gebruikt. Terwijl wat we met z’n allen op onze smartphones delen, veel privacygevoeliger is dan dna. Ik snap de zorgen heus wel, maar daarom hoop ik dat ons boek ertoe bijdraagt dat mensen wat beter begrijpen wat we doen.

En vooral: waarom. Als slechts 6 procent van alle Nederlanders zijn dna in een commerciële databank zou uploaden – en we die informatie vervolgens ook mogen gebruiken, want dat mag nu niet – is dat al voldoende om de meeste cold cases op te lossen. Daarmee kunnen we moordenaars en verkrachters oppakken die nu nog vrij rondlopen. En we kunnen onbekende doden met hun familie herenigen. Wat als het jouw vader, moeder of kind was, die al 20 jaar vermist is?"

Over een paar jaar ga je met pensioen, wie ontfermt zich dan over de onbekende doden? "Ik heb alle vertrouwen in de nieuwe generatie. Dat is weer een voordeel van CSI: vroeger was ik één van de weinige vrouwelijke forensisch rechercheurs, maar sinds er in die series allemaal hooggehakte knappe dames sporenonderzoek doen, is het aantal vrouwen op de opleiding enorm gestegen. Jongeren staan in de rij om hier stage te lopen.

Maar ik wil nog lang niet stoppen en hoop ook dat ik tegen die tijd de grootste bulk heb geïdentificeerd. De techniek gaat snel: met isotopenonderzoek kunnen we nu aan de hand van wat iemand heeft gegeten, zien waar diegene is geweest. We kunnen aan de hand van een schedel een compositietekening maken van hoe iemand eruit heeft gezien. En wat nu nog niet kan, kan over een paar jaar misschien wel.

Het probleem is alleen dat er wel iemand is die aan die cold cases moet blijven denken. De naamlozen kunnen het niet, want zij hebben geen stem meer. Daarom zie ik dat als mijn verantwoordelijkheid. Op mijn kast staat de schedelreconstructie van een vrouw die in 1999 in een kliko in de rivier de Gaasp is gevonden, haar losse lichaamsdelen gedeeltelijk in cement gegoten. Zij staat symbool voor alle onopgeloste zaken die nog tot in detail in mijn hoofd zitten."

Je hebt vast afschuwelijke dingen gezien, hoe ga je daarmee om? "Ik zit inderdaad de hele dag vreselijke foto’s te kijken. Ik heb veel doden gezien, zowel herkenbaar als verminkt. Voor mij is het op zo’n moment gewoon een object van onderzoek, de emotie blok ik. Ik hoop niet dat ze na mijn pensioen allemaal alsnog langskomen, maar nu heb ik er nog geen last van. Sterker nog: ik denk dat, juist doordat ik vooral de zwarte kant van de maatschappij zie, ik nog meer de mooie dingen in het leven waardeer. Ik kan bijvoorbeeld ontzettend blij worden als ik in het voorjaar de eerste vlinders zie. Het dubbeltje had bij ons allemaal zo de andere kant op kunnen vallen, en dan had ook jij of ik in een naamloos graf gelegen. Dat realiseer ik me elke dag."

Dit verhaal verscheen eerder op de VROUW-pagina van De Telegraaf.

Jij op VROUW.nl

Wil jij een verhaal delen met de redactie?

Stuur dan een berichtje

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.