Vrouw/Seks & Relaties
568777541
Seks & Relaties

Feuilleton

De vechtscheiding 147: ’We laten ze praten over wat ze dwarszit’

„Mijn hand gaat door: weer naar beneden, een snelle aai en weer omhoog.”

„Mijn hand gaat door: weer naar beneden, een snelle aai en weer omhoog.”

Anouk en Bas lijken het helemaal voor elkaar te hebben: ze hebben een goedlopende zaak, een mooi huis en een leuke tweeling (16). Ze vormen het ’perfecte’ plaatje, totdat Anouk en Bas plotseling lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Ze delen wekelijks hun verhaal, vanuit beide kanten bekeken. Deze week: Anouk.

„Mijn hand gaat door: weer naar beneden, een snelle aai en weer omhoog.”

„Mijn hand gaat door: weer naar beneden, een snelle aai en weer omhoog.”

Nee, ik moet er niet aan denken om met de kinderen, hun oom en hun vader om tafel te moeten, maar durf dat nu niet te zeggen. Niet nu. Bas streelt nog steeds mijn schouders en armen. Ik probeer me weer te ontspannen en kruip wat dichter tegen hem aan en fluister dan: „Dat is heel lief, maar we moeten het echt eerst zelf proberen voor we buitenstaanders vragen te bemiddelen.”

Zelfde pad

Ik kijk hem vragend aan. Bas legt een vinger onder mijn gezicht en duwt het zachtjes omhoog: „Wijze vrouw”, antwoordt hij en kust mijn mond. „Heerlijke, wijze vrouw.” Zijn kus wordt vuriger; ik streel zijn gladde borstkas en laat mijn vingers al spelend naar beneden dwalen. Een hele snelle aai over zijn kruis, dan weer terug omhoog en weer naar beneden voor een langere aai. Zijn lijf reageert enthousiast. Mijn hand gaat door: weer naar beneden, een snelle aai en weer omhoog. Net zo lang tot hij hard is. Dan vervolg ik het zelfde pad met mijn mond.

„Hoe gaan we het aanpakken?” vraagt Bas aan de ontbijttafel. Ik heb net een stapel boterhammen naar het tuinhuis gebracht. Het wordt tijd dat er een einde komt aan deze gekkigheid. „Tja, we kunnen ze niet ontvoeren en tegen hun wil dwingen om over hun gevoelens te praten.” Helaas, het zou mijn leven zoveel makkelijker maken. Bas grinnikt. „Dat klopt, maar ik wil verder met ons leven. Zolang ze nog geen diploma hebben, zijn wij in de lead. Wie betaalt, bepaalt.”

Compromis

Ik zucht. Hier is autoritaire Bas weer. Zijn wil is wet. „Meebewegen is op dit moment veel beter”, werp ik tegen. „Dus?” „Ik ga vanmiddag met Storm praten; jij gaat langs bij Lente. We laten ze praten over wat ze dwarszit. Echt praten, Bas. En als ze helemaal leeg zijn, vragen we ze wat ze nodig hebben om weer terug te willen komen.” Bas denkt even na en zegt dan: „Ze laten praten lijkt me een goed plan. Maar daarna is het klaar.” „Klaar?” „Ja, nadat ze hun hart hebben gelucht vertellen we dat we zondagavond met het gezin gaan praten.” Ik ga akkoord met dit compromis.

Storm kijkt verbaasd als ik ’s middags in het tuinhuisje zit: „Wat doe jij hier?” „Ik kom luisteren”, zeg ik. „Luisteren…”, schampert hij. „Waarnaar kom je luisteren?” „Naar jou.” „Je komt naar mij luisteren. Wat ga ik dan vertellen?” „Waarom je hier leeft en niet thuis.” „Mam, dat weet je.” „Nee, ik dènk dat ik het weet, maar eigenlijk heb ik jou nooit horen vertellen waarom je liever in het tuinhuis bent.”

Opgelucht

Stukje bij beetje begint Storm te vertellen. Over dat hij niet begrijpt waarom we nu weer bij elkaar zijn. En dat hij het ongemakkelijk vindt om zijn ouders zo te zien. Dat het hem van de ene kant blij maakt, maar dat hij van de andere kant ook weet dat het zo maar voorbij kan zijn. En dan was hij voor niets blij. Ik knik, hum en luister. Ik zie dat het hem oplucht om erover te praten. Op een rare manier lucht het mij ook op. Het is alsof de flinke muur tussen ons wordt neergehaald. Aan het eind van het gesprek besluit Storm weer op ’gewoon’ in ons huis te komen wonen.

Ook het gesprek met Lente en Bas ging goed: „Ze kroop uiteindelijk tegen me aan.” Hij smelt weer bij de herinnering. Lente komt ook zondag eten en dan bespreken we wat zij van ons verwachten en wat wij van hen verwachten. Het ziet er naar uit dat we eindelijk ècht verder kunnen.

Belgische adviseur

Ook op het werk gaat het goed. Ik vind het fijn om weer bezig te kunnen zijn en het gevoel te hebben ergens aan bij te dragen. Iedereen is aardig. Alleen Sara blijft flauwe opmerkingen maken en kinderachtig doen. Ik spreek er Bas nog een keer op aan en probeer haar verder te mijden. Gelukkig werkt ze niet meer voor het Brussel-dossier. Het werk daarvoor gaat prima. Ik heb inmiddels aardig wat informatie verzameld. Mede dank zij Chantalle, onze Belgische adviseur.

„Je weet goed wat je nodig hebt”, antwoordt zij via Skype als ik haar dat compliment geef. „Kortom, we zijn een goed setje”, zeg ik lachend. Chantalle lacht mee. Dat trekt de aandacht van een langslopende collega. Nieuwsgierig kijkt hij naar haar scherm. „Dat is Anouk”, verduidelijkt zij: „van het kantoor van Bas. Weet je wel, die Hollander die jij voor de zomer hebt rondgeleid?” Hij schiet in de lach: „Ach ja. Die Bas. Die kon wel een goede rondleiding gebruiken.”

Bordeel

„Je hebt hem ook veel laten zien”, complimenteer ik hem. „Inderdaad, mooie pandjes, goeie barretjes en natuurlijk Louise 55.” „Dat zaakje met die mooie jurken?” „Ach wel, de dames van Louise 55 zijn om veel zaken bekend, maar niet om hun mooie jurken. Louise 55 is een bordeel”

Meer VROUW

Wil je niets van VROUW missen? Speciaal voor de trouwste lezeressen versturen we elke dag een mail met al onze dagelijkse hoogtepunten. Abonneer je hier.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.