Vrouw/Alles komt goed
596559589
Alles komt goed

Alles komt goed

Deel 24: Hysterisch roep ik dat ik niet meer weet hoe ik moet persen

Renée Brouwer heeft vier kinderen. In juli 2018 verloor ze tijdens haar vakantie in Spanje haar ongeboren tweelingdochters waar ze later het boek Alles komt goed over schreef. Hierna werd ze nogmaals zwanger en schreef daarover voor VROUW. Vandaag lezen we haar laatste blog, want - spoiler - de baby is er!

Inleiden

04:05 uur: Wrijvend over mijn harde buik staar ik naar mijn spiegelbeeld. Het is vrijdag 3 januari, een uur of vier ’s ochtends, en ik kan niet meer slapen. Ik ben in het ziekenhuis en in het kleine badkamertje van mijn eenpersoonskamer maak ik met een opgewonden gevoel nog een paar laatste selfies van mijn mooie, bolle buik. Ondertussen denk ik terug aan gisteren, de dag dat ik precies 37 weken zwanger was en tijdens een controle al twee tot drie centimeter ontsluiting bleek te hebben.

Ook mijn baarmoedermond bleek al helemaal verweekt te zijn en omdat ik vlak daarvoor had aangegeven dat ik de steeds grotere spanning in mijn hoofd nog maar moeilijk trok (we waren in de afgelopen week al drie keer in allerijl naar het ziekenhuis gegaan omdat ik steeds veel harde buiken en voorweeën had en me erg zorgen maakte), stelde de gynaecoloog voor om de bevalling te gaan inleiden.

In principe was de baby al helemaal klaar en omdat ze steeds zo goed groeide, had ze ook al een mooi geschat gewicht van rond de 3500 gram. Ik was zo opgelucht toen ik dat hoorde. Eerder had de gynaecoloog steeds gezegd dat we op z’n vroegst pas met 38 weken zouden gaan inleiden, maar blijkbaar gaf mijn lichaam al aan er klaar voor te zijn en godzijdank nam zij dat serieus.

Plannen

En dus pakte ze haar agenda erbij om de geboorte van onze dochter te plannen… „Zeg het maar”, zei ze terwijl ze naar haar scherm staarde. „Het zou morgen al kunnen, maar als jullie dat nog te vroeg vinden, kan het ook volgende week. We hebben nog plek.” Een beetje onwennig keken mijn vriend en ik elkaar aan. Hoe raar was dit?

„Hoe zit jij met werk?” vroeg ik droog. Ik moest direct lachen om mezelf. Alsof we een dagje weg planden… „Oh, dat is geen probleem”, zei mijn vriend. „Maar misschien volgende week ergens?” „Volgende week?!” riep ik. „Zolang kan ik niet wachten hoor!” „Want?” vroeg mijn vriend. „Je staat op ontploffen?” „Uhh… Ja?!” antwoordde ik. „Ik heb continu harde buiken en ik heb dus blijkbaar al genoeg ontsluiting. Dan gaan we toch niet wachten?” „Hmm…” was het enige wat hij zei.

Longetjes

Verward keek ik hem aan. Wat deed hij nou raar? „Zijn haar longetjes ook al helemaal klaar?” informeerde hij bij de gynaecoloog. „Want dat is toch de reden dat een inleiding normaal pas vanaf 38 weken plaatsvindt?”

„Dat klopt”, antwoordde de gynaecoloog. „Vaak vinden we het beter om de baby nog even een weekje langer te laten zitten, maar in principe zijn haar longen er wel klaar voor. Dat in combinatie met de ontsluiting is voor mij genoeg reden om nu al te gaan inleiden. Maar denk er anders samen nog even rustig over na wat jullie willen. We hebben geen haast, met de baby gaat alles goed. Neem dus even de tijd samen, dan bel ik jullie aan het einde van de middag om een dag te prikken...”

Harde buiken

Eenmaal thuis was ik door het dolle heen. Nog even en dan zou ik mijn baby eindelijk in mijn armen hebben! Waggelend ging ik naar de wc. Omdat de baby al helemaal is ingedaald, staat mijn blaas continu op knappen. Ben ik net geweest, dan moet ik serieus alweer. Alleen deze keer was het anders…

Tot mijn schrik veegde ik namelijk veel bloed en slijm af na het plassen. Kwam het door het inwendige onderzoek of was het toch opeens echt begonnen? Twijfelend belde ik het ziekenhuis en we moesten direct terug komen. Daar werd ik aan een CTG gelegd, maar natuurlijk namen toen mijn harde buiken weer af.

Volgens de dienstdoende arts was er dus geen reden om aan te nemen dat de bevalling begonnen was en daarom wilde ze mij weer naar huis sturen. Alleen kreeg ik op dat moment opnieuw harde buiken en dus moest ik weer aan een CTG.

Angst

Uiteindelijk gingen er zo een paar uur voorbij en tegen de tijd dat het buiten al donker was, vroeg de arts wat ik zelf wilde. Er waren geen sterke weeën te zien, dus haar voorstel was om mij weer naar huis te sturen, maar dat wilde ik niet. „Waar ben je bang voor?” vroeg ze.

In een flits kwam alles van Joëlle en Féliz in mijn hoofd voorbij. „Nou, dat het weer gebeurt hè”, zei ik een beetje geïrriteerd. „Dat het thuis alsnog doorzet en dat ik opnieuw in mijn eentje ga bevallen…” „Dat begrijp ik”, zei ze, „maar we hebben nu geen enkele reden om aan te nemen dat het nu al is begonnen. En als dat wel zo is, dan kun je natuurlijk meteen weer terugkomen.”

Aansteller

Ik zuchtte. „Ja, als we dan nog op tijd zijn… Sorry hoor, maar ik krijg nu een beetje het gevoel dat ik me aanstel. Vanmiddag zei onze eigen gynaecoloog nog dat ik morgen al zou kunnen worden ingeleid en nu word ik met harde buiken en bloedverlies weer naar huis gestuurd. Ik voel me gewoon niet veilig thuis.” Blijkbaar maakte die laatste zin wel genoeg indruk. „Ik begrijp het”, zei ze. „Ik ga opnieuw overleggen, goed?”

Wandelen

Na opnieuw een tijdje wachten, kwam ze met een nieuw voorstel. „Ik heb goed nieuws: de inleiding kan in ieder geval al morgen plaatsvinden. Verder lijkt het ons een goed idee dat jullie nu even twee uur lang door het ziekenhuis gaan wandelen. Zijn de harde buiken er dan nog steeds, dan mag je alsnog blijven hier vannacht. Maar laten we dat eerst even afwachten…”

Om een lang verhaal kort te maken: na twee uur wandelen meldden we ons opnieuw mét harde buiken en zelfs ook weeën die ik voorzichtig moest wegpuffen. Godzijdank mocht ik toen blijven. En nu is het dus midden in de nacht en ik sta stijf van de adrenaline. Over drie uur is mijn vriend er weer en dan zullen ze ook direct de vliezen gaan breken. Ik kan niet wachten!

Tas met babykleertjes

10:45 uur: Pff… Uiteindelijk duurde het allemaal wat langer voordat ik aan de beurt was, maar inmiddels lig ik in een verloskamer en mijn vliezen zijn net gebroken. Ook is het infuus met weeënopwekkers ingebracht en mijn vriend pakt nu de tas met babykleertjes uit. Zo gek dat we die kleertjes straks echt gaan gebruiken…

10:55 uur: De sfeer is echt super relaxed. We hebben lekker een muziekje aan en we doen een spelletje Rummikub ter afleiding. Alsof we straks de marathon gaan lopen, maken we samen nog een selfie en sturen het naar mijn moeder en zussen die thuis met onze zoontjes zijn. „We zijn begonnen!” appen we.

Klaar voor de bevalling

Klaar voor de bevalling

Pijnstormen

13:45 uur: We gaan lekker. Tussen mijn weeën door heb ik al drie potjes gewonnen en op zich kan ik de lichte pijn goed opvangen. Maar dan wordt het opeens zwaarder en ik moet me echt focussen om de pijnstormen vanuit mijn buik met mijn ogen dicht weg te puffen. Ondertussen hoor ik mijn vriend stiekem wat steentjes omdraaien, op zoek naar de jokers. Dit doet hij altijd als ik niet oplet en zo fanatiek als ik ben, roep ik nog dat hij niet mag valsspelen, maar dan volgt er alweer een nieuwe wee…

13:55 uur: Onrustig hang ik met mijn infuus en al over de wc. Ik moest plassen, maar ik heb weer een wee en een zware ook. „Ik voel wat naar beneden zakken”, zeg ik licht in paniek tegen de verpleegkundige die achter de deur op me wacht. „Kan het zijn dat ik al moet persen?” „Nou, dat denk ik nog niet hoor”, zegt ze vriendelijk. „Kom maar weer lekker liggen als je klaar bent.”

Pompje

14:02 uur: Eindelijk lig ik weer. De vijf meter naar mijn bed leek wel een kilometer, want ik moest elke keer stoppen met lopen om een wee op te vangen. Nu gaat het hard. Elke wee is pijnlijker en ik roep dat ik graag pijnstilling wil. „Waar is die ruggenprik?!”

14:05 uur: Mijn ontsluiting wordt gemeten. Al zes centimeter! De ruggenprik kan ik dus mooi vergeten en plotseling raak ik in paniek. Dit kan ik niet. Ik weet niet hoe ik de pijn moet opvangen. Ik wil weg hier. Geef me iets tegen de pijn. Geef me zo’n pompje. Ja, geef me zo’n pompje!

14:15 uur: Happend naar adem open ik mijn ogen om te kijken waar dat verdomde pompje blijft. Met een bezorgde blik staart mijn vriend me aan. Helemaal vergeten dat hij er ook nog is. „Je doet het goed”, zegt hij bemoedigend. Ik grom alleen en roep dan met alle kracht die ik heb: „Dit doe ik nooit meer!!”

Wegglippen

14:17 uur: Eindelijk. De verloskundige propt een staafje in mijn hand en zegt dat ik bij de volgende wee op het knopje mag drukken. Als een bezetene begin ik direct te drukken. Ik ben inmiddels helemaal in mezelf gekeerd en volledig in paniek. Joëlle, Féliz, de bevallingen van de jongens: alles raast in hoog tempo in mijn hoofd aan me voorbij en plotseling bevind ik me weer in de Spaanse verloskamer waar ik moest bevallen van Joëlle. „Push, push!” hoor ik de vrouwen in het kamertje weer roepen. Ondertussen voel ik de baby verder naar beneden zakken en ik begin te huilen. Ze ontglipt me, net als de meisjes en ik kan het niet tegenhouden.

14:20 uur: Met elke wee begin ik harder te schreeuwen. Vloekend kondig ik een nieuwe wee aan. „Ik moet naar de wc!” schreeuw ik. „Ze drukt er heel erg tegenaan!”

14:21 uur: De verloskundige checkt opnieuw mijn ontsluiting. Tien centimeter! „Heel goed Renée”, moedigt ze me aan. „Ga maar persen!”

Pijn

14:22 uur: Hysterisch roep ik dat ik niet meer weet hoe ik moet persen en ik gil alles bij elkaar. Ik schaam me dood. Geen idee waar die oerschreeuwen vandaan komen, maar alles doet verdomd veel pijn. Met mijn andere bevallingen was ik absoluut niet zo, maar ja: bij de eerste twee had ik ook lekker een ruggenprik en bij de andere twee was ik verdoofd door de shock. En dit doet zo ongelooflijk veel pijn!

14:30 uur: Ik pers me een ongeluk, maar ik heb niet het idee dat er ook maar iets gebeurt daar beneden. Opeens voel ik de hand van mijn vriend op de mijne. „Je doet het goed lieverd.” Zwaar puffend open ik mijn ogen en ik kijk hem aan. „Ik doe het helemaal niet goed, er gebeurt niks!” Huilend ga ik in gedachten weer terug naar de bevalling van Féliz. Toen wilde ik juist niet dat er iets gebeurde, maar voordat ik het wist, staarde ik naar het kleine opgekrulde lijfje in mijn onderbroek. Wat als ik deze baby ook weer zo aantref straks? Wat als zij ook doodgaat? „Ik kan niet meer!” roep ik uitgeput. „Laat me maar gaan, ik ga dood!”

Damage control

14:35 uur: Oké, blijkbaar dus niet... Ik weet niet waar ik de kracht vandaan haal, maar ik blijf persen, terwijl de verloskundige me door de pijn en wanhoop heen coacht. „Ga maar door je trauma’s Renée. Laat het verdriet en alles wat erbij hoort toe. We zien het hoofdje al van deze baby, je bent er bijna!”

14:38 uur: Mijn lichaam neemt het compleet van me over. Ik schreeuw nog steeds alles bij elkaar en tussen de weeën door probeer ik nog iets aan damage control te doen. „Sorry hoor”, roep ik. „Normaal ben ik niet zo hyste-eeeeerisch!” Daar komt weer een wee en ik pers met alles wat ik heb. Een gigantische pijn volgt en de verloskundige roept blij dat het hoofdje geboren is. „Kijk maar!” roept ze. „Kijk maar naar beneden!”

Maar ik schreeuw dat ik dat niet wil en ik houd mijn ogen stijf dicht. Ondertussen neemt de wee af en de verloskundige zegt tegen mijn vriend dat hij alvast bij mijn voeteneind kan komen staan. We hebben van te voren gevraagd of hij de baby kon aanpakken als ze geboren zou worden en nu is het moment daar. „Niet flauwvallen he!” roep ik nog bezorgd, maar dan volgt er weer een nieuwe wee.

Zoë Rose

14:39 uur: Ik pers met alles wat ik in me heb en ik schreeuw als ik de schoudertjes eruit voel komen. Dan gaat het opeens heel snel en voor mijn gevoel trekt mijn vriend onze dochter voorzichtig uit mij, waarna hij haar met tranen over zijn wangen aan mij geeft. Totaal in shock hoor ik mezelf nog steeds schreeuwen van ongeloof en ondertussen begint de baby te huilen. Ik ben direct stil. Oh mijn god. Ze is er. ZE IS ER! En ze huilt en ze leeft!

Met grote ogen kijkt ze me huilend aan en ik overlaad haar direct met allemaal kusjes, terwijl ik wel honderd keer sorry tegen haar zeg, omdat ik zo heb liggen schreeuwen. Allebei beduusd van wat we zojuist samen hebben meegemaakt, kijken we elkaar alleen maar aan en dan kijk ik naar mijn vriend die net zo beduusd naar ons kijkt. Opgelucht en dolgelukkig geven we elkaar een kus. Ze is er, onze dochter Zoë Rose. Ze is er. En we houden nu al onbeschrijfelijk veel van haar…

Zoë Rose

Zoë Rose

Laatste blog

Renée: „Beste lezers, helaas was dit de laatste blog die ik voor VROUW over mijn zwangerschap en de bevalling van Zoë Rose schreef. Bij deze wil ik jullie bedanken voor het lezen van mijn blogs en alle lieve reacties ik regelmatig van jullie kreeg. Ik zal blijven schrijven over mij en mijn gezin, dus wil je op de hoogte blijven? Volg me dan op Instagram en wie weet zie ik je daar.”

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.