Nieuws/Vrouw
610343290
Vrouw

In het nieuws

Alice: Die laatste inbraak heeft mijn leven veranderd

De detailhandel luidt de noodklok over de forse toename van gewapende winkelovervallen. De modezaak van Alice Zegerius (51) was keer op keer doelwit van inbraken en winkeldieven. Toen op een nacht de hele zaak werd leeggeroofd, stortte Alice in.

„Mijn man Michael en ik liepen in Parijs toen we gebeld werden door een medewerkster. ’De winkel is leeg’, zei ze. Ik reageerde geïrriteerd. ’Hoe bedoel je, de winkel is leeg?’ ’Nou gewoon, er hangt niets meer’, luidde haar antwoord.”

„Op dat moment drong tot me door dat we opnieuw waren beroofd, maar dit keer erger dan ooit. Op de bewakingscamera’s was te zien dat de inbrekers 4,5 uur lang binnen zijn geweest en letterlijk álles hadden meegenomen. Toen ik ’s avonds de lege rekken zag, stortte ik in: die winkel was mijn kindje, ik had hier zo hard voor gewerkt! Nu werd alles me in één nacht afgenomen. Sinds die avond heb ik nooit meer één stap in de winkel gezet. Ik durf er niet eens in de buurt te komen; te pijnlijk.”

„Ik zit al mijn hele leven in de mode, heb nooit iets anders gewild. Op mijn achttiende had ik de modeacademie afgerond en ik heb daarna altijd in kledingzaken gewerkt. In 2004 begon ik mijn eigen zaak in de Beethovenstraat in Amsterdam-Zuid. Mijn man Michael en ik verkochten in Beverly Beethoven kleding in het hogere segment. Van een blouse van 300 euro keek in die buurt niemand op, en de Victoria Beckham spijkerbroeken van 500 euro vlogen de winkel uit.”

„Helaas niet alleen op de goede manier, ook winkeldieven hadden het op de jeans gemunt. Aan het eind van de dag waren er altijd wel een paar weg, terwijl ik er constant met mijn neus bovenop zat. Als ik alleen in de winkel stond, voelde ik me kwetsbaar. Ik werd bang. Steeds vaker ging ik met spanning in mijn lijf naar de zaak. We regelden goede beveiliging: rolluiken, poortjes, bewakingscamera’s, een alarm.... Al onze jassen hingen aan hangers met staalkabels en een slot. En nog ging het mis.

Daders op het spoor

„De eerste inbraak was in 2008: iemand die een steen door de ruit gooide, met een betonschaar de kabels doorknipte en er binnen een minuut met een flinke buit vandoor ging. Het was een ravage, met kapotte paspoppen en glassplinters in het meubilair. We lieten een nieuwe ruit plaatsen, de verzekering keerde uit, het leed leek geleden. Maar al snel gebeurde het opnieuw.”

„Na drie inbraken zette de verzekeraar ons op straat - we werden te duur. Gelukkig lukte het uiteindelijk om een andere verzekeraar te vinden. Maar na vier diefstallen was ook die het zat: moesten we verplicht gepantserd glas en sensoren op het raam plaatsen. Elke keer verzonnen we weer wat nieuws, maar het was vechten tegen de bierkaai. De inbrekers bleken altijd slimmer. Als midden in de nacht onze telefoon ging, wist ik hoe laat het was. Ik raakte er een beetje aan gewend. Maar, dacht steeds: ’Ze krijgen me niet klein...’”

„In de zomer van 2013 hadden we net de nieuwe collectie winterjassen binnen. Het waren bijna vijftig dozen, drie medewerksters zouden het hele weekend gaan uitpakken. Michael en ik gingen die zondag voor afspraken naar Parijs, maar hij kon nergens zijn sleutels vinden. Dat vonden we op dat moment niet raar, ze lagen vast ergens. We pakten de auto, gingen nog even langs de winkel om daar te zoeken - zonder succes - en reden vervolgens naar Parijs.”

„Toen we de middag erop werden gebeld dat de winkel was leeggeroofd, gaf ik in eerste instantie Michael de schuld. Misschien had hij het rolluik niet goed gesloten en het alarm vergeten aan te zetten? Hoe kon het anders gebeurd zijn? Er waren geen sporen van braak. Maar toen we het alarm controleerden, bleek dat dit ’s nachts om twee uur was uitgeschakeld. Wij konden dat niet zijn geweest.”

„Ik trok wit weg... alleen wij en de vijf dames die voor ons werkten, kenden de code. Ook de bewakingsbeelden wezen uit dat de dief door iemand geïnformeerd moest zijn. Hij wist bijvoorbeeld meteen het lichtknopje in het magazijn te vinden. Er was voor 80.000 euro aan kleding gestolen. En dat was alleen nog maar de inkoopsprijs. En de verzekering betaalde niets uit, omdat er geen braaksporen waren.”

Vermoedens

„Eerst werden we zelf als verdachten aangewezen, maar de politie sloot gelukkig snel uit dat wij er iets mee te maken hadden. Wie het dan wel was geweest? We hadden direct onze vermoedens. Eén van de medewerkers was in het magazijn geweest toen Michael er ook was, en moet toen kans hebben gezien de sleutelbos uit zijn tas te halen. Ze ontkende, maar in de weken erna zagen we haar veranderen. Ze werd steeds stiller en had op een dag een blauw oog. We vermoedden dat ze door een bende onder druk werd gezet. Ook had ze opeens een nieuwe scooter en een Louis Vuitton-tas.”

„Later heeft de politie bevestigd dat we op het goede spoor zaten, dat meisje zat inderdaad in een verkeerd circuit. Maar ze hebben het bewijs nooit kunnen rondkrijgen. Ook de daders zelf zijn nooit gepakt, ook al wisten we hoe ze er uitzagen. Op onze eigen camerabeelden zag je geen gezichten vanwege hun capuchons, maar op beelden van een nabijgelegen winkel waren ze duidelijk te zien. Vanwege de wet op de privacy mochten die alleen niet als bewijs dienen...

Verraden

Michael is nog steeds bezig de waarheid boven tafel te krijgen, maar ik kan het niet meer opbrengen. Iedereen die voor ons werkte, zag ik als familie. Ze kwamen regelmatig bij ons thuis. Ik voelde me zo besodemieterd en in de steek gelaten! Iemand die ik dacht te kennen, had me verraden. En de mensen van wie ik verwachtte dat ze me zouden helpen, zoals de verzekering en de politie, deden dat niet. Ik was in alles en iedereen teleurgesteld, vertrouwde niemand meer behalve mijn man.”

„Om mijn verdriet niet te hoeven voelen, stortte ik me volledig op een nieuwe winkel. Geen dure kleding meer, maar alleen items beneden de 50 euro. Geen doelwit voor criminelen dus. Daarom voelde ik me daar veiliger. Maar voor de medewerkers was het geen pretje om met me te werken: ik was wantrouwend, snauwerig en onhebbelijk. Sommigen namen daarom zelfs ontslag.”

Antidepressiva

„Maandenlang heb ik niets anders gedaan dan werken. Ik kon nergens meer van genieten en durfde niets meer. De winkel en mijn huis waren de enige plekken waar ik nog kwam. Vriendinnen zag ik niet meer. Mijn leven leek een nachtmerrie, en ik snapte niet hoe ik daarin was terechtgekomen. Uiteindelijk heb ik hulp gezocht. Ik heb antidepressiva gekregen en ben gaan praten met een coach.”

Het heeft veel tijd gekost, maar inmiddels kan ik zeggen dat ik weer een beetje boven Jan ben. Ik doe weer af en toe leuke dingen, zoals lunchen met een vriendin of naar de bioscoop met Michael. Ik wil dat mijn leven weer wordt zoals vroeger, en ik voel dat het gaat lukken. Maar die laatste inbraak heeft mijn leven wel veranderd. Er zou daarom meer aandacht moeten zijn voor de slachtoffers van winkeldiefstal.

In plaats daarvan gaat het vooral om de rechten van de daders. Vanwege de privacywetgeving moeten rechercheurs zich aan regels houden die hen beperken om de daders op te sporen, waardoor die er vaak mee wegkomen. We zijn veel te soft. Zwaarder straffen lijkt me de enige oplossing, dan wordt stelen vanzelf minder aantrekkelijk.”

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.