Vrouw/Opgebiecht
625243075
Opgebiecht

Opgebiecht

’Had ik maar nooit toegegeven aan zijn kinderwens’

Bewust kinderloos

Bewust kinderloos

„Eigenlijk zou ik willen dat ik de klok kon terugdraaien. Dat ik beter had nagedacht. Mijn man was altijd degene met een kinderwens, zelf had ik die niet. Toch gaf ik toe. Nu onze zoon er is, weet ik dat ik er beter nooit aan had kunnen beginnen.”

Bewust kinderloos

Bewust kinderloos

„De kinderwens van mijn man was er al vanaf het moment dat het serieus tussen ons werd. Zelf koesterde ik mijn vrije leventje. Ik vond het heerlijk om na mijn werk op de bank te kruipen, voor niemand te hoeven zorgen. Genoot van samen uit eten of naar de film, en had helemaal geen zin om dat op te geven voor zo’n klein wurmpje van ons samen.

Die eerste jaren begreep hij dat best. Dan zagen we in de supermarkt een krijsend kind een pot appelmoes kapot gooien en keken wij elkaar lachend aan: “Toch nog maar even niet!” Alleen ‘vergat’ ik hem te vertellen dat ik in plaats van ‘even niet’ eigenlijk ‘nooit’ dacht.

Afgepeigerde vriendinnen

Steeds meer bevriende stellen kregen een baby. Ik vond het leuk om op kraamvisite te gaan, wilde zo’n versgeboren aapie zelfs best even vasthouden, maar mijn eierstokken gingen er niet van rammelen. Integendeel. Ik zag vooral hoe afgepeigerd die vriendinnen eruit zagen, hoe gestrest ze reageerden op het snerpende gekrijs van hun kindjes. Maar mijn vriend verkeerde na zo’n bezoekje steevast op een roze wolk.

Hij begon aan te dringen. We hadden niet eeuwig de tijd, vond hij (hij is vijf jaar ouder dan ik en wilde niet pas na zijn veertigste aan een gezin beginnen). Ik werd er nerveus van. Op een gegeven moment kreeg hij zelfs een huilbui. Vader worden was voor hem het allerbelangrijkst, zei hij.

Twijfel

Mijn man in tranen, dat vond ik moeilijk. En ik begon te twijfelen. Ik gunde hem ook wel een kind. Misschien moest ik maar gewoon meegaan met zijn wens, het zou hem zó gelukkig maken. Misschien had ik gewoon wat langer tijd voor nodig. Zou het geluk evenwijdig groeien met mijn uitdijende buik. En zou ik daarna niet meer begrijpen wat me tegenhield om een kind in mijn leven te verwelkomen.

Onze zoon is drie jaar, inmiddels. Hij speelt, groeit, ontdekt, knoeit met spinazie en is dol op Brandweerman Sam. Hij is bovendien een echt vaderskindje. En dat laatste komt – dat weet ik zeker – omdat hij voelt dat zijn moeder niet zoveel met hem heeft.

Natuurlijk, ik zie heus wel dat hij een lief kind is. Maar die roze wolk is bij mij nooit gekomen. Zwanger zijn vond ik verschrikkelijk. Toen hij een baby van een paar dagen was, bekroop me voor het eerst de angst dat ik nooit zou veranderen. Dat ik kinderen nooit echt leuk zou gaan vinden.

Vermoeiende verplichting

Die eerste maanden maakte ik mezelf wijs dat ik gewoon niet zo’n babymoeder ben. Dat ik meer zou hebben met een pratend, voetballend kind. Nou, praten doet hij inmiddels als de beste, balletjes trappen ook (voornamelijk met zijn vader). Maar het gevoel verandert niet.

Wat mis ik mijn vriendinnen. Wat mis ik het uitslapen in het weekend. Ik snak naar een vakantie met z’n tweetjes, maar dat wil mijn man niet. Een relaxed weekend, uitgebreid borrelen of samen uitgebreid koken – dat zit er gewoon niet meer in. Wat baal ik als ik na mijn werk langs het kinderdagverblijf moet en hij zit te gillen in zijn autozitje, terwijl ik ook hondsmoe ben. Als hij vervelend doet in de supermarkt, denk ik weemoedig terug aan die jaren dat gillende kindertjes ook voor mijn man een reden waren een gezin ‘on hold’ te zetten.

Ik had mijn hart moeten volgen, ook al was ik mijn man misschien kwijtgeraakt. Ik had niet moeten toegeven omdat hij zo graag wilde, want ondanks dat ik van mijn zoon houd, blijft de zorg voelen als een vermoeiende verplichting.

Teleurstelling

Het ergste vind ik: mijn man voelt mijn spijt wel, al kaart hij het nooit aan. Het blijft bij stil verwijt. Laatst zat onze zoon met zijn vingers tussen de deur. Gillen, krijsen, ontroostbaar. Ondanks dat ik dat zielig vond, was mijn eerste reactie nogal snibbig: “Blijf dan ook van die deur af, dat heb ik toch zo vaak gezegd?”

Mijn man sloeg zijn armen beschermend om onze zoon heen, het snotterige gezichtje tegen zijn schouder. Terwijl hij zo in een omhelzing zat, keek hij me strak aan. Daarna wendde hij verwijtend zijn ogen af. Alles aan hem straalde uit: wat ben jij een waardeloze moeder. Zijn teleurstelling snijdt echt door mijn ziel.”

De rubriek Opgebiecht is gebaseerd op waargebeurde verhalen. Dit verhaal verscheen eerder op VROUW.nl.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.