Vrouw/Seks & Relaties
64979624
Seks & Relaties

Feuilleton

De vechtscheiding 133: ’Ik ben er nog steeds niet uit wat ik wil en waar hij op uit is’

Er blijft een bed onbeslapen, maar van wie?

Er blijft een bed onbeslapen, maar van wie?

Anouk en Bas lijken het helemaal voor elkaar te hebben: ze hebben een goedlopende zaak, een mooi huis en een leuke tweeling (16). Ze vormen het ’perfecte’ plaatje, totdat Anouk en Bas plotseling lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Ze delen wekelijks hun verhaal, vanuit beide kanten bekeken. Deze week: Anouk.

Er blijft een bed onbeslapen, maar van wie?

Er blijft een bed onbeslapen, maar van wie?

Ik zak door mijn knieën en spreid mijn armen. Joelend van plezier werpt de tweeling zich tegen me aan. Ooit. Lang, lang geleden. Ver voor de pubertijd.

Ik sta nog even verwachtingsvol op de drempel van het huis dat Bas heeft gehuurd op Ibiza. De tweeling zit op de bank, verdiept in hun mobieltjes: „Ik kom vakantie met jullie vieren”, zeg ik opgetogen. „Gezellig hè”, voegt Bas daaraan toe. „Cool”, zegt Lente terwijl ze onverstoorbaar doorgaat met haar telefoon. Storm zegt niets. Hij staat op en loopt rakelings langs me heen terwijl hij handig mijn poging tot knuffel omzeilt. „Storm?” „Ja, en?” „Hoe vind je het dat ik hier blijf?” „Whatever”, zegt hij schokschouderend. Verbaasd kijk ik hem na. Storm is mijn knuffelkind.

„Wat is er aan de hand”, vraag ik aan Bas als we in de keuken aan de koffie zitten. „Wil hij niet dat ik hier ben?” „Nee hoor”, stelt Bas mij gerust. „Storm is in de pubertijd. Hij ging naar bed als onze baby: half stoer en half kind. De volgende ochtend werd hij wakker als puber. Hij zegt bijna niets, gromt en snauwt en vindt niets meer leuk.” „Joepie”, zeg ik teleurgesteld. „En onze prinses? Is die dan nu puber af?” „Nee”, bekent Bas. „Die is ook nog steeds puber.”

Los van twee puberende kinderen, is onze co-ouder vakantie fantastisch. Bas heeft een prachtig huis gehuurd op loopafstand van het dorp aan zee. Dat dorp met bijbehorende internationale jeugd hebben onze pubers snel gevonden. De supermarkt die halverwege het dorp ligt en waar ze naar toe gestuurd worden voor een brood, vinden ze dan weer niet.

„We willen uit”, opent Lente die avond het gesprek „Nee, daar hebben we het al over gehad. Vanavond zijn we thuis. Allemaal.” „We gaan barbecueën en een spelletje spelen. Dat is toch gezellig.” Lente gromt. „Lekker fikkie stoken”, probeert Bas. Storm schudt nukkig zijn hoofd. „Stom.” „Ah, kom op jongen, daar hou je van.” „Nee.” Ze houden hun zwijgen het hele eten vol. Bas en ik proberen ze regelmatig te betrekken bij ons gesprek, maar verder dan hier en daar een snauw of een ’weet ik niet’ komen we niet.

Als de laatste maïskolf op is, staat Lente op. „Mogen we dan nu uit?” „Nee, morgen mag je weer uit. Vanavond gaan we 30 Seconds spelen en op tijd naar bed. Morgen ligt er al vroeg een bootje voor ons klaar.” Ik pak het bordspel en installeer me aan de tafel. „Meisjes tegen de jongens.” Met veel gesteun en gekreun laten de kinderen zich op hun stoelen zakken. „Zooo saai”, maar halverwege het spel komt toch hun competitiedrang omhoog.

Lente ontpopt zich als een verbazingwekkend goede omschrijver. In een paar woorden maakt ze glashelder duidelijk wat ze bedoelt. We winnen glansrijk van de mannen. „Nu wij tegen jullie”, beslist Storm. Hij wil een ronde met zijn zus. Ik zet me naast Bas. „Jouw leeuwenvoeten.” „Sloffen.” „Tekenfilm waarbij je moest huilen.” „Finding Nemo.” „Weg van onze huwelijksreis.” „Route 66” „Stond jij op toen je je enkel verstuikte.” „Wasknijper.” Bas en ik gaan als een tierelier. Tegen alle verwachtingen in winnen we het potje.

„Stom”, zegt Storm. „Jullie spelen vals en zijn klef. Doe gewoon zoals normale gescheiden ouders doen.” De stemming is weer weg. „Dus ik mag uit”, zegt Lente. „Nee, we gaan morgen al om 7 uur naar de haven.” „Tijd genoeg.” zegt ze. Ze pakt haar tas en smeert hem met Storm in haar kielzog. „We zijn over een uurtje terug”, roept ze over haar schouder. „Wat nu? Gaan we er niet achteraan”, vraag ik aan Bas. Die schudt zijn hoofd. „Laat ze maar. We kunnen ze moeilijk de auto in sleuren”, zegt hij terwijl hij nog een glas wijn voor me inschenkt.

„Kom, dan gaan wij ook naar de sterrenhemel kijken.” Hij pakt de glazen en de fles en ik volg hem naar het terras. „Mooi hè?” „Ja, net zo mooi als jij.” Ik schiet in de lach. „Slijmerd.” „Nee, Anouk. Ik meen het. Samen met de kinderen ben jij het mooiste in mijn leven.” Hij buigt zich naar me toe, strijkt een haarlok weg en geeft me een kus op mijn voorhoofd. Eigenlijk wil ik hem te zoenen, maar ik laat het.

Ik ben er nog steeds niet uit wat ik wil en waar hij op uit is. Daarbij kunnen de kinderen ieder moment terugkomen. Ze hadden eigenlijk al terug moeten zijn. Ik verander van onderwerp. „Wat goed dat jij die wasknijper nog wist.” „Haha. Alsof ik dat hoofd van jou ooit zal kunnen vergeten. We horen in het huis een deur slaan. „Dat kwam van boven.” „Storm. Maar geen Lente?” Ik ga kijken, maar haar kamer is leeg. Dat is het 1 uur later ook nog en 2 uur later ook nog en 5 uur later ook...

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.