Vrouw/Columns & Opinie
710097871
Columns & Opinie

’Ik zie verschrikkelijk op tegen alles wat nog gaat komen’

„Als 2021 al zo’n afschuwelijk jaar was, wat staat me dan in 2022 te wachten?”

„Als 2021 al zo’n afschuwelijk jaar was, wat staat me dan in 2022 te wachten?”

Ik wil wel schrijven over mijn goede voornemens, over toekomstplannen, over dat prachtige onbeschreven blad dat voor ons ligt in de vorm van een nieuw jaar, maar ik ben leeg. Ik heb niks te melden. Coronamaatregelen? Jongens, jullie doen maar. Ik ben inmiddels murw geslagen. Een hele dag regen? Prima. Fijn als het weerbeeld zich aanpast aan mijn stemming.

„Als 2021 al zo’n afschuwelijk jaar was, wat staat me dan in 2022 te wachten?”

„Als 2021 al zo’n afschuwelijk jaar was, wat staat me dan in 2022 te wachten?”

Begin ik normaal gesproken vol goede moed aan een nieuw jaar, aan een nieuwe dag. Nu ben ik al gesloopt terwijl het nog moet beginnen. Ik zie verschrikkelijk op tegen alles wat nog gaat komen. Want 2021 was nou niet bepaald mijn jaar. Dan zou je denken: dan ben je toch zeker dolblij dat het voorbij is? Maar wie zegt dat het zo is? Wat garandeert dat je, op het moment dat 31 december 1 januari wordt, opnieuw kan beginnen? Dat is toch ook maar een systeempje dat ooit is uitgedacht door een Romein die zich verveelde en dacht: laat ik eens iets leuks doen met de maanstanden. Morgen is niet de eerste dag van de rest van je leven, morgen is alleen maar de volgende dag waarop je moet dealen met alles wat je liever zou vergeten.

Reptielenbrein aan zet

In 2021 vonden ze een uitzaaiing in mijn hoofd, een opleving van de kanker die ik dacht achter me gelaten te hebben. De metastase, zoals dat met een mooi woord heet, is bestraald. Bij de laatste scan leek het probleem weer onder controle. Maar het zaadje is gezaaid. Waar een keer zo’n ding kan verschijnen, kan het ook een tweede keer gebeuren toch? Sindsdien is de angst weer aan zet. Mijn reptielenbrein dat niet kan filteren en alleen maar primaire emoties kent, heeft de overhand genomen.

Kom terug...

In 2021 overleed een vriendin. Ze liet euthanasie plegen. Op de dag waarop het gebeurde, ging ik met haar kleindochter van twee naar Artis. We stonden bij de zeehondjes op het moment waarop ik wist dat de laatste injectie gegeven zou worden. Een zeehond dook steeds onder water. ’Kom terug, kom terug’, riep het peutertje wier handje ik in de mijne had. Het sneed door mijn ziel.

In 2021 ging mijn vader dood

Ik zat nog in de verwerkingsfase toen het bericht kwam dat mijn vader was overleden. Het was amper twee weken later. Hij, Parkinsonpatiënt maar verder nog bij zijn volle verstand, was gestikt tijdens het eten. Ik draaide uren achter elkaar zijn lievelingsmuziek. De begrafenis viel net buiten de lockdowns. Dat was de enige meevaller. Op een mooie zomerse dag zwaaiden we hem uit.

Fles wijn per dag

Ik ga niet goed samen met stress, nog geen week later struikelde ik over een stoepje en brak ik allebei mijn ellebogen. Ik las over de vriend van André van Duin, die ineens botkanker had gekregen en dat ze daar achter waren gekomen doordat hij onverwachts zijn sleutelbeen brak. Mijn reptielenbrein vierde feest. Ik dronk iedere dag een fles wijn leeg en werd misselijk wakker. Misselijk… maagkanker, een nieuwe uitzaaiing in het hoofd? Ik had eigenlijk ook iedere dag hoofdpijn toch? Ik liep rond met hartkloppingen en een knoop in mijn buik.

Lichaam zonder ziel

Dat werd er niet beter op toen mijn moeder belde. Er was longkanker bij haar geconstateerd. Ze heeft nog vijf weken geleefd. Weken waarin ik ongeveer vier uur per nacht sliep. Op de dag voor kerstmis blies ze haar laatste adem uit. Ik was erbij. „Wat fijn voor je”, zeiden de mensen. Ik vond het helemaal niet fijn. Ze was al een paar dagen in slaap, het was niet alsof we nog even mooie woorden uit konden wisselen. Ik had haar liever herinnerd zoals ze was, zonder dat beeld dat nu steeds over dat van mijn levende moeder schuift; dat van een vrouw die er niet meer is, een lichaam zonder ziel.

In 2021 werd ik wees

We hebben haar deze week begraven. Net in 2022. Een goed begin, is het halve werk. De kop is eraf. Van het jaar dan. Ik heb de wijn maar even de deur uitgedaan. Niet onder het motto van goede voornemens en dry january enzo, maar omdat ik het gevoel heb dat mijn lijf een beetje moet herstellen om dat reptielenbrein tot zwijgen te brengen. Ik heb wekenlang op scherp gestaan en nu ben ik alleen nog maar moe. En bang. Want als 2021 al zo’n afschuwelijk jaar was, wat staat me dan in 2022 te wachten? Ik heb geen ouders meer die kunnen overlijden, maar wel een heleboel andere mensen die me dierbaar zijn. En wat garandeert me dat die kanker wegblijft, we corona onder controle krijgen en ik ooit weer ’s morgens wakker word met dat fruitige blije gevoel van: ’hoera, een nieuwe dag’?

Het leven is eindig

„Morgen kun je onder een auto lopen”, zegt mijn man, „maar ik ook. Is dat een reden om er vandaag dan maar geen feestje van te maken? Het leven is eindig. Voor iedereen. We weten alleen niet wanneer.” En mijn dochter heeft haar verjaardagsplan klaar. „We gaan naar de orchideeëntuin”, zegt ze. „Want oma zei dat ze op mijn verjaardag terug zou komen als vlinder. Ik neem graag het zekere voor het onzekere. Daar barst het van de vlinders.”

Om half twee ’s nachts heb ik gisteren (of eigenlijk vandaag) een vakantie geboekt. Schouders eronder Hurkmans. Niks garandeert dat 2022 een topjaar wordt. Maar om nou meteen van het tegenovergestelde uit te gaan… Nou dat reptielenbrein nog de mond zien te snoeren.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.