Vrouw/Columns & Opinie
766132279
Columns & Opinie

Columns & Opinie

’Lieve pap, ik hoop zo dat ik je binnenkort weer zie’

Lieve pap, acht weken geleden zag ik je voor het laatst. Op dat moment maakten we ons nog maar weinig zorgen over corona. We wisten dat we onze handen goed moesten wassen en afstand moesten bewaren, maar verder leefden we nog zorgeloos ons leven. De RIVM zei dat we ons nog niet zoveel zorgen hoefden te maken, tenslotte… en dus gaf ik je gewoon een kus en dacht dat ik je het weekend daarna weer zou zien.

Je woont al meer dan drie jaar in een verpleeghuis. Omdat je zo dement bent, dat het niet meer verantwoord was om je bij mamma te laten wonen. Daar ging een lange tijd van verdriet en twijfelen aan vooraf. Je bent natuurlijk niet alleen mijn lieve vader, maar vooral ook mijn hele slimme vader. Als psycholoog en hoogleraar methoden en technieken en schrijver van verschillende boeken, bewonderde ik je altijd om je kennis. Wat ik als kind ook aan je vroeg: overal wist je altijd antwoord op. En je kon me altijd helpen met mijn huiswerk, of het nu Frans was of Natuurkunde.

Verschrikkelijk ongeluk

Toen je 38 jaar was, kreeg je een verschrikkelijk ongeluk. Je belandde in het centrum van Amsterdam met de fiets onder een vrachtwagen. Ik was pas 9, maar ik weet het nog heel erg goed. De eerste dagen was het de vraag of je het überhaupt zou overleven en daarna hoe je eruit zou komen. Maar je herstelde weer helemaal en promoveerde zelfs dat jaar op selectie en zelfselectie in enquête-onderzoek. Het leek alsof er niets aan de hand was: ons gezin - bestaande uit twee ouders, mijzelf en mijn jongere zusje en broertje - leefde weer ons gelukkige leven.

We werden allemaal ouder, gingen de deur uit en kregen kinderen. Mamma en jij hadden een voorbeeldhuwelijk. Jullie woonden met z’n tweetjes op een woonboot, maakten mooie reizen en pasten met liefde op de kleinkinderen. Iedere vrijdag kwamen mamma, jij of jullie samen naar ons toe. In 2015 besloten jullie je huidige boot te verkopen en een nieuwe - gelijkvloerse - ark te laten bouwen.

Gekke dingen

In dat jaar gebeurden er wat gekke dingen. Zo gingen mamma en ik samen naar een theatervoorstelling in Bussum. Daarna was er een verjaardag in Amsterdam. Jij zou met je eigen auto komen. Maar je kwam uren te laat. Je zei dat je ’de ringweg’ niet snapte. Huh? Daar had je toch al duizenden keren gereden? Ook lukte het je niet om je werkkamer op te ruimen. Je wist eigenlijk niet wát in welke doos moest. En toen werden we ongerust.

We gingen naar de huisarts, die je doorverwees naar de neuroloog. Die zag het meteen. Uit een scan kwam naar voren dat het fietsongeluk wel degelijk schade had aangericht. Er was een behoorlijke hersenbeschadiging. Jouw gezonde deel van je hersenen had het kapotte deel van je hersenen jarenlang overgenomen. Maar nu je ouder werd, ging dat niet meer. „Beginnende dementie, als gevolg van hersenletsel”, zei de neuroloog. We waren verslagen. Daar zaten jullie dan op die gloednieuwe boot. Eigenlijk kon mamma je nauwelijks alleen laten. We gingen op zoek naar dagopvang. Twee en later drie keer per week werd je met een busje opgehaald, zodat mamma dingen voor zichzelf kon doen, zoals boodschappen en afspreken met vriendinnen.

Politie

Een jaar later belde mamma op een regenachtige avond op. Je ging een wandeling maken, maar was al urenlang weg. We gingen naar je op zoek en schakelden de politie in. Uiteindelijk vond een taxichauffeur je, 7 kilometer verderop. „Uw man en vader is niet meer beginnend maar heel erg dement”, zei de politie. „Misschien moet u een andere oplossing zoeken.” Pas toen durfde mamma toe te geven dat de zorg voor jou haar eigenlijk heel zwaar viel. En gingen we op zoek naar een verpleegtehuis. We vonden er één, vlak om de hoek. Je kwam op een gesloten afdeling. Want je mocht niet nog een keer weglopen.

Vanaf dat moment woonde je dus niet meer thuis. Je kwam op een afdeling met acht bewoners. Allemaal oud en allemaal dement. De één lief en gezellig, de ander agressief. Of zelfs schreeuwend en vloekend. We richtten een eigen kamer voor je in. Dan had je minder last van die mensen. Maar je zat toch liever in de woonkamer. Keek tv. Of deed een spelletje. Ik denk dat je het gedrag van die mensen minder storend vond dan wij. Of je merkte er minder van dan wij. Gelukkig waren de verzorgers stuk voor stuk even lief voor je. Daar zijn we heel blij mee.

Corona

In het begin ging mamma elke dag bij je op bezoek. Ze bleef voor je zorgen en deed je was. Ook kwam ze in de cliëntenraad. Dat laatste doet ze nog steeds, maar gelukkig heeft ze de zorg wat meer kunnen loslaten. Mijn zus en ik gingen zo vaak mogelijk in het weekend. We maakten een wandeling, deden een spelletje of praatten over vroeger. Dat deed je heel graag. Af en toe namen we je mee naar buiten, naar een restaurant of een bezienswaardigheid, maar dat werd steeds minder. Want dat vond je verwarrend.

En toen werd corona ineens wél heel serieus. Er mocht nog slechts één bezoeker per persoon naar binnen. Niet iedereen hield zich daaraan. Sommigen namen tóch hun kinderen mee. En juist jullie mogen deze ziekte niet krijgen. Geen wonder dat de verpleeghuizen dicht moesten. Ik vind het terecht, hoe verschrikkelijk ook. Vooral voor mamma. Zij kon nog één keer naar je toe. Ik niet. Ik zat op dat moment in zelfquarantaine, omdat een collega met corona was besmet. En mijn zus ook niet. Ik ben dus al twee maanden niet meer bij je op bezoek geweest. Het enige dat we af en toe kunnen doen is bellen. Ik mis je enorm. Ik hoop dat je het begrijpt en tegelijk hoop ik dat je er niks van snapt. Ik kan mijn verdriet niet met je delen. Misschien maar goed ook. Maar pap, ik hoop zo dat ik je binnenkort weer zie…

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.