Nieuws/Vrouw
934996502
Vrouw

De Urenfabriek deel 14: Feedback

Vrouw en haar bazin

Vrouw en haar bazin

In deel 14 van de Urenfabriek lees je hoe Felice omgaat met het commentaar van haar baas Ria op het advies dat zij heeft geschreven.

Vrouw en haar bazin

Vrouw en haar bazin

De hele week werk ik hard aan een advies voor een verzekeraar. Die heeft een standaard relatiebeding opgenomen in zijn arbeidsovereenkomsten.

Nu verdenkt deze verzekeraar een ex-werknemer ervan dat hij er met een belangrijke klant vandoor is gegaan. Ik moet advies geven. Van acht uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds werk ik door. Ik hou alleen even een Cup-a-Soup pauze. Eindelijk is het af. Ik heb alles gedubbelcheckt: recht- spraak, oude wet- en regelgeving, artikelen. Alles. Sietske heeft het advies thuis nog eens gecontroleerd op taalfouten. Het ziet er pico bello uit. Toch aarzel ik om het advies op vrijdagochtend in te leveren bij Ria. Is dit het aller-allerbeste dat ik kan?

Om half twaalf – vlak voor de lunch – klop ik aan bij Ria om haar het advies te overhandigen. Ze zit in haar grote fauteuil achter haar bureau en kijkt me aan over haar uilenbril. Na een paar seconden zegt ze: ‘Felice, ik was niet zo tevreden over je vorige advies.’

Daar is het dan. Mijn langverwachte feedback, nog voordat ze mijn perfecte nieuwe advies heeft gelezen.

‘Zullen we dit nieuwe advies maar eens samen doornemen? Dan weet je wat ik van jou verwacht.’

Eh... ja, oké,’ stamel ik, terwijl ik wil schreeuwen: ‘Lees eerst wat ik heb meegenomen!’

Als ik de kamer uitloop om een stoel te halen, roept ze: ‘Niet weglopen!’

Ik kom ongemakkelijk naast haar staan. Ria begint te strepen in mijn zorgvuldig voorbereide tekst. Af en toe zucht ze diep, maar zegt geen woord. Nadat ik daar een half uur heb gestaan en heb toegekeken hoe ze mijn tekst liquideert, krijg ik mijn advies terug. Mijn baby. Rood van de pennenstreken. Verminkt door haar kriebelige opmerkingen.

‘Goh eh... daar moet ik nog een hoop in veranderen, zo te zien,’ stamel ik.

‘Nou, je moet gewoon leren je te concentreren. Dat is moeilijk voor jou, popje. Ik zie dat je erg moet wennen aan het werkende leven. Misschien deed je het op de universiteit best aardig, maar nu moet je laten zien wat je kunt. Tentamens leren gaat ook zonder analytisch denkvermogen. Adviezen schrijven is weer een heel andere tak van sport,’ zegt ze.

Ik voel hoe ik misselijk word. Zonder nog iets te zeggen loop ik naar mijn kamer.

‘Felice,’ hoor ik de schrille stem van Ria uit haar kamer. Ik geef geen antwoord. Hoepel op trut, denk ik. ‘Felice!’ klinkt het nu nog feller. Ik wil haar kamer in rennen en Ria aan haar stroharen over haar bureau trekken en met de bureaulamp om haar oren slaan. Maar ik doe het niet. In plaats daarvan loop ik met gebalde vuisten terug naar de kamer van Ria.

‘Ja, Ría,’ antwoord ik geïrriteerd.

‘Haal jij even de printjes uit de printer? Nieuwe zaak. O ja, schrijf je je uren wel op “studie”? Anders wordt het zo duur voor de cliënt. En hij krijgt er zo weinig voor terug.’

Ik spat bijna uit elkaar van woede. Waarom belt die heks niet gewoon haar secretaresse? Ankie zit nota bene naast de printer! En waarom moet ik al mijn uren op studie zetten? Zo haal ik nooit het maandelijkse aantal voorschreven uren. Ik kan nog net de verleiding weerstaan om te spugen op die printjes, die ik uiteindelijk toch ga halen. Als ik ze op Ria’s bureau neerleg, zegt ze: ‘Felice, kun jij wat uitspraken zoeken over vergelijkbare gevalletjes Hema-arrest? Over dertig minuten op mijn bureau.’

Ik ga haar vergiftigen. Echt waar. Steeds als ik denk dat het niet botter kan worden, doet Ria er toch weer een schepje bovenop. Staat ze er dan nooit bij stil hoe het overkomt als ze mensen zomaar afblaft en kleineert? Ik zie wel dat ze zielig is, maar dat betekent niet dat ik haar gedrag daarom maar moet pikken. Of zou ze gelijk hebben? Ben ik echt zo’n slechte stagiaire, die nog moet leren werken? Nee, er is helemaal niets mis met mijn analytisch denkvermogen. Wat een onzin zeg, dat universiteitsverhaal. Tentamens op de universiteit zijn toch ook juridische problemen die je moet oplossen? Het heeft kennelijk weinig indruk op Ria gemaakt dat ik de tentamens van de Orde van Advocaten alle drie in één keer heb gehaald. Ik heb er drie weekenden lang alles voor opzijgezet. En iedere avond na kantoortijd gestudeerd. Je hoort daar vrij voor te krijgen van kantoor, maar daar wilde Ria niets van weten. Eén dag heb ik bedongen, om drie tentamens te leren. Dat is natuurlijk veel te weinig. Bovendien ontving ik op die dag continu mailtjes van haar. Ik was blij dat ik het zekere voor het onzekere had genomen door in mijn vrije tijd te studeren voor de tentamens. Opgelucht en trots vertelde ik Ria dat ik ze allemaal had gehaald. Haar reactie: ‘Ik had niet anders van je verwacht. Lian heeft ook geen tentamen gemist.’ Wat een bummer.

Terug op mijn plek bestudeer ik de krabbels van Ria bij mijn advies. Positief denken. Het is toch een stap vooruit dat ze mijn advies dit keer heeft gelezen en niet meteen het hele document heeft gewist. Nu heb ik eindelijk wat feedback gekregen, dat wilde ik toch zo graag? Naast de doorgestreepte zinnen staan nauwelijks leesbare aantekeningen in de kantlijn. Na lang puzzelen lees ik dat het commentaar bijna uitsluitend gaat over mijn woordkeus. Het woordje ‘nu’ moet ik overal veranderen in ‘thans’. ‘Uw vraag over’ moet worden ‘uw vraag met betrekking tot’. Zo staan er nog veel meer ouderwetse toevoegingen. Zoals ‘opgemerkt zij’, ‘niettegenstaande het voorgaande’ en ‘het zou zo kunnen zijn dat’. Dat is haar enige commentaar op mijn stuk! Mijn woordkeus is te modern. En op het eind moet ik een alinea toevoegen om het kantoor in te dekken. Daarin staat dat het advies maar een van de drie mogelijke strategieën betreft. En dat Blick niet aansprakelijk is voor de schade als er uiteindelijk een betere strategie blijkt te zijn. Of als wij bepaalde wetten of verdragen over het hoofd hebben gezien. Ik wil leren van dit commentaar. Ook al ben ik het er inhoudelijk niet mee eens. Wat heeft een cliënt nou aan een advies dat hij nauwelijks kan lezen, laat staan begrijpen? Ik geef mezelf maar even een schouderklopje: juridisch-inhoudelijk heeft ze geen letter veranderd. Dat is goed nieuws. Niks mis met mijn analytisch vermogen dus. Eerder met Ria’s denkvermogen. Lekker analytisch van haar om te zeggen dat ik niet analytisch kan denken, terwijl ze bedoelt dat ik archaïscher moet schrijven. Onbegrijpelijker, deftiger, broodje bal. Logisch van Ria, goeie zet! Want stel je voor dat de cliënt begrijpt wat er staat in haar advies, dan kan hij dus ook boos worden als het niet juist blijkt! Mijn broek zakt er een meter van af. Met tegenzin maak ik een woordenlijst op mijn computer. Ik noem het bestand: ‘Woordenlijst voor juridische teksten in Ria-stijl.’ Dit is het resultaat:

Over de auteur

Fleur Brockhus is ex-advocate en schrijver van romans De Urenfabriek, Juffrouw Holle - sprookje voor de moderne vrouw en De Inspiratiepraktijk. Daarnaast blogt zij over een bloeiend leven op fleursfinest.com en schrijft ze o.a. columns voor Advocatie.nl. Fleur woont met haar man en drie zoontjes in Blaricum.

Volgende week lees je hoe het verder gaat met Felice.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.