Nieuws/Vrouw
936730962
Vrouw

'Ik ken jouw innerlijke wereld niet, maar wil die wel begrijpen'

Je leest het in de krant of je ziet het op televisie. Je denkt dat het jou niet overkomt maar opeens gebeurt het wel. Het lijkt zo verwonderlijk dat iemand zichzelf van het leven berooft, of is het beter om te zeggen: zich van het leven verlost. Het is maar hoe je het bekijkt…

Opeens was daar een koud gevoel, een onheilspellende adem. Ik stap zomaar in de auto op weg naar jou. Ik ben niet de eerste want de deur staat al open… Je bent twee minuten eerder gevonden door een vriend met dezelfde intuïtie. "Pat, hij heeft gewoon te veel gedronken, laat hem maar zijn roes uitslapen, ik ga weg, doe jij straks de deur dicht?"

Ik sta in een koude hal en jij bent niet aanspreekbaar. Verdoofd loop ik naar de keuken. Op het aanrecht vind ik lege medicijnstrips. Ik ren naar boven: nog meer strips en lege flessen. In de hoek ligt een plastic zak met verkreukeld tape… Het is veel erger dan ik dacht.

Trillende handen

De ambulance is er snel. Ik rij achter je aan, maar ik kan de vaart niet bijhouden. Mijn handen trillen aan het stuur en achteraf heb ik geen idee hoe ik bij het ziekenhuis ben gekomen. Er worden vragen aan mij gesteld en uit mijn tas haal ik de lege doosjes. Ik geef ze aan de arts, hij leest mijn verdrietige ogen, pakt troostend mijn hand en zegt: "U heeft zijn leven gered."

Maar jij bent er niet blij mee. Het eerste wat je tegen mij zegt, na lange uren wachten op een stille gang, is dat je echt niet meer wilt. Echt niet meer… En ik voel letterlijk mijn hart breken. Want jij en ik kennen elkaar al zo lang, zo goed. Behalve eindredacteur van mijn veertig boeken ben jij al dertig jaar lang mijn allerbeste vriend. Je bent niet alleen intelligent en leuk; het leven ligt aan je voeten met alles wie je bent, maar andersom vind jij van niet.

"Goh, het is niet eenvoudig om dood te gaan," zijn je eerste woorden. Ik zie de humor er niet van in en loop weg naar een leeg donker parkeerterrein om op adem te komen. Dezelfde nacht word je overgebracht naar een speciale afdeling en merk ik dat je veters en broekriem zijn ingenomen. Een camera zoemt door de kamer en tikt en klikt… onheilspellend in de nacht.

Wervelwind

De dagen daarna koop ik het boek van Isa Hoes. Haar woorden bieden troost, want ja… ik ben mijn vertrouwen kwijt in jou. Hoe afschuwelijk klinkt dat, maar het is echt zo. Het stormt in mij tussen begrip, medelijden, woede en verlatenheid. Maar het gaat niet om mij maar om jou. Eerst maar jou, de rest komt later.

De weken glijden voorbij. Ik haal je op voor het bezoekuur. Samen met de honden lopen we over de Blaricumse heide en praten. Nee, niet meer zo open als voorheen, want ik durf niet zo goed te vragen waarom of hoe. Stel dat je het weer probeert en ik iets verkeerds gezegd zou hebben.

We gaan winkelen. Ik moet tekenen dat ik je zal terugbrengen. Je wilt naar de drogist en koopt scheermesjes. Ik verdring angstig wat ik denk. Opeens kan ik je tussen de hoge schappen niet meer vinden, raak ik in paniek als een moeder die een kind kwijt is, maar jij staat braaf bij de tandpasta.

Dan dringt het tot mij door: de onschuld tussen jou en mij is weg.

Lotgenoten

Jouw leven bestaat inmiddels uit de knutselclub in de ochtend, therapie in de middag en in de avond de gezamenlijke maaltijd. Ik merk dat jij na jaren worstelen voor het eerst de juiste medicatie en hulp krijgt en ontmoet in de conversatiekamer je lotgenoten. Mensen, zoals jij en ik, met een gezin, een leven en een huis. Alles lijkt hetzelfde met uitzondering van de diagnose manisch depressief of anders gezegd een bipolaire stoornis.

Ik wil het begrijpen, want wat kan ik voor jou doen? Op internet lees ik dat depressie een van de meest voorkomende psychiatrische ziekten binnen Nederland is. Twintig procent van alle vrouwen en tien procent van alle mannen krijgt minimaal eenmaal in het leven te maken met een depressie. Jaarlijks maakt gemiddeld één op de dertien Nederlanders een depressieve periode door. Dit houdt feitelijk in dat op elk willekeurig moment meer dan 700.000 mensen binnen Nederland depressief zijn. "Wat een aantal," zucht ik diep.

En dan is daar het moment dat je het vraagt: "Pat, je moet erover schrijven. Ik ben de schaamte voorbij. Maak het bespreekbaar, want er moet echt meer begrip en hulp komen." Dat vind ik moeilijk, oprecht zo moeilijk want jouw innerlijke wereld ken ik niet. Maar ik weet wel hoe het voelt om naast iemand te staan die het leven bijna heeft verlaten. En dat is een wervelwind van alle emoties die er zijn: van tekortgeschoten, naar boosheid, en een diep verdriet er tussenin. Maar dat laatste valt in het niet bij mensen die daadwerkelijk afscheid hebben moeten nemen.

Maar je hebt wel degelijk gelijk dat hier geen schaamte op rust, anders dan dat we er meer over moeten gaan weten, het bespreekbaar moeten maken, zodat de juiste hulp eerder komt en we de noodsignalen beter begrijpen. Hoe dan ook vind ik je dapper, stiekem soms ook niet, maar ja… ik ken jouw innerlijk wereld dan ook niet, maar wil die wel begrijpen.

Maak jij iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur dan een berichtje.