Nieuws/Wat U Zegt
1013772282
Wat U Zegt

Meesten willen niet naar 30 km/u binnen bebouwde kom

Uitslag Stelling: ’Handhaving moet beter’

Een standaard maximale snelheid van 30 km/u voor auto’s binnen de bebouwde kom van steden en dorpen, kan bij de meeste stellingdeelnemers op weinig enthousiasme rekenen. Bijna twee derde ziet geen heil in dit idee van Veilig Verkeer Nederland.

Voorstanders geloven dat als er overal 30 km gereden mag worden, dat ten goede komt aan de doorstroming van het verkeer in de stad. „En uit het oogpunt van veiligheid is een lage snelheid altijd goed, vooral voor fietsers en spelende kinderen”, stelt een respondent.

„Ik kom net uit Zweden en daar hebben ze het ook ingevoerd”, deelt iemand mee. „Het rijdt lekker rustig en iedereen houdt zich eraan. Ik denk wel dat het belangrijk is om het over het hele land in te voeren en niet alleen op enkele plekken. Dat zorgt voor duidelijkheid.”

Toch gelooft slechts een minderheid van de stellingdeelnemers (35%) dat het verlagen van de maximale snelheid binnen de bebouwde kom ook van invloed zal zijn op het aantal ongelukken in het verkeer. Velen denken dat betere handhaving meer zoden aan de dijk zal zetten.

„Het begint met controle”, reageert een stemmer. „Ik rijd vanwege mijn werk de hele avond in Den Haag rond, maar zie vrijwel nooit politiecontroles. Als dat vaker op meerdere plekken zou gebeuren, zou dat helpen. Ik kan zo een paar racebanen in de stad opnoemen waar nu al maar 30 gereden mag mag worden.”

„Veel automobilisten rijden als idioten door deze zones en er is geen agent te zien”, constateert ook een ander. „Vooral in dorpen wordt te hard gereden. Als de overtreders niet streng worden aangepakt, gaat een lagere snelheid nooit lukken.”

Het lijkt veel respondenten (55%) verstandig als gemeenten zelf mogen beslissen of ze een maximale snelheid van 30 km/u willen doorvoeren. „De wegen binnen de bebouwde kom zijn zeer verschillend. Verlaging van de snelheid zal volgens mij op doorgaande/verbindingswegen eerder meer gevaar opleveren dan minder”, aldus een deelnemer.

Een ander kan zich een 30 km-zone voorstellen in de binnenstad maar vindt de meeste straten en wegen daar niet geschikt voor. „De situatie moet ter plekke worden bekeken. En dat moet dan duidelijk worden aangegeven. Ik kom nog te vaak op plaatsen waar geen borden staan om te waarschuwen wat de maximale snelheid is en dat levert ook gevaarlijke situaties op.”

En dan zijn er nog deelnemers die geloven dat een maximale snelheid van 50 km/u juist veiliger is dan 30. „Door alle obstakels op wegen waar maar 30 mag worden gereden, zoals wegversmallingen, wordt vaak nog even gas gegeven om voor een fietser te komen bij een tegenligger”, constateert één van hen.

Een andere respondent vertelt: „Wij wonen aan een doorgaande weg in de bebouwde kom waar 30 km geldt. En op zo’n weg ga je met 30 km overal naar kijken behalve naar het verkeer. Een maximale snelheid van 50 km houdt automobilisten alerter”.

„Hahaha, en dan zeker ingehaald worden door fietsen en scootmobielen”, schampert een sceptische respondent. „Ik denk dat de ongelukken hierdoor juist toenemen.” Daar is een andere stellingdeelnemer het mee eens. „Levensgevaarlijk. Ik word nu al regelmatig door idiote fietsers ingehaald, terwijl ik 30 km/u in mijn auto rijd. Bovendien veroorzaak je nog meer opstoppingen en vollere wegen.”