1025737
Wat U Zegt

Vrijheid van meningsuiting gaat de lezers boven alles

Uitslag Stelling: ’Respect niet af te dwingen’

Het omstreden verbod op godslastering is opgeheven. Wel gaat de regering alsnog onderzoeken of gelovigen niet op een andere manier juridisch beschermd kunnen worden tegen belediging op grond van geloof. Meer dan de helft van de deelnemers aan de Stelling van de Dag vindt dit niet nodig.

„In een seculiere gemeenschap is specifieke bescherming van religie nonsens”, meent een respondent. Velen vinden met hem dat de bescherming van gelovigen tegen belediging niet thuishoort in een wetboek. Toch vindt meer dan de helft wetten die beschermen tegen belediging in welke vorm dan ook belangrijk. „Een land heeft een toom nodig net als een paard, anders gaat het de verkeerde kant op”, stelt iemand.

Algemene bescherming tegen belediging vanwege ras, godsdienst, seksuele geaardheid of lichamelijke en verstandelijke handicap is vastgelegd in artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht. De Eerste Kamer stemde afgelopen dinsdag voor de afschaffing van het verbod op godslastering. Tegelijkertijd werd er een motie aangenomen waardoor de regering moet onderzoeken hoe artikel 137 kan worden aangescherpt om specifiek de gelovigen te beschermen tegen krenking op basis van geloof.

Spotten

„De huidige wet biedt voldoende bescherming tegen spot en belediging”, meent het merendeel van de respondenten. Een wettelijk onderscheid tussen belediging op grond van godsdienst en andere vormen van belediging wordt dan ook door 64 procent afgewezen. „Laster en belediging blijven gewoon strafbaar. Het verschil is dat je het bestaan van een god nu mag ontkennen, mag spotten met geloofsovertuigingen en tradities in het algemeen, zonder daarvoor vervolgd te worden.”

Daarbij komt dat „beledigd zijn een keuze is van de beledigde”, zoals iemand opmerkt. De invulling van de term ’beledigen’ is heel persoonlijk. Ongeveer de helft van de deelnemers vindt vloeken, schelden en grof taalgebruik bijvoorbeeld beledigend. „Belediging is zo’n ruime term. Wat de een beledigend vindt, is voor de ander heiligmakend. Zo vind ik als ongelovige niet-hetero grote delen uit de Bijbel enorm beledigend”, luidt een reactie. Lastig dus voor cabaretiers en andere grappenmakers op televisie om in te schatten hoe ver ze kunnen gaan. De deelnemers zijn hier verdeeld over. Ongeveer de helft (46%) vindt dat cabaretiers ongegeneerd individuen en groepen kunnen beledigen zonder dat hier consequenties aan verbonden zijn. De andere helft (48%) is voorzichtiger. „Cabaretiers maken te vaak misbruik van hun zogenaamde lolligheid en vrijheid van meningsuiting”, stelt een deelnemer. „Er ligt ergens een grens aan de vrijheid van meningsuiting als anderen disproportioneel of onnodig gekwetst worden. Je hebt daar een wettelijk mechanisme voor nodig.”

En juist aan die vrijheid van meningsuiting hechten we in Nederland veel waarde. Bijna driekwart van de deelnemers verkiest deze boven bescherming tegen belediging. „Wetten tegen belediging passen totaal niet in een maatschappij met vrijheid van meningsuiting. Belediging en kwetsend taalgebruik horen er gewoon bij. De gedachte dat je een soort recht hebt om je niet gekwetst te voelen is totaal van de zotte.”

Kan wederzijds respect in de samenleving überhaupt wel worden afgedwongen door wetten? De meesten vinden van niet. „Het is gewoon een kwestie van opvoeding en het bijbrengen van normen en waarden van kleins af aan. Een wet helpt een mens niet fatsoenlijker te worden, dit ligt bij de mens zelf.”