Nieuws/Wat U Zegt
1177600
Wat U Zegt

Voor- en tegenstanders liggen overhoop over belang privacy

Uitslag Stelling: Databank splijt meningen

Na 13 jaar heeft dna-onderzoek een verdachte opgeleverd in de zaak Marianne Vaatstra: de 45-jarige veeboer Jasper S., die niet eerder in beeld was bij de politie. Pleit dit voor verplichte dna-registratie voor iedereen? Tot nu toe wordt alleen dna van veroordeelden en verdachten van zware misdrijven opgeslagen in een databank. De meningen zijn verdeeld. De jastemmers zijn met 52% net in de meerderheid. „Van mij mag het. Het is vreselijk als je kind is vermoord en je zo lang in onzekerheid zit over de dader.”

Niet toestaan, zeggen de tegenstanders. Het is met een kanon op een mug schieten – „incidenteel als in de Vaatstrazaak is afdoende” – en bovendien een schandelijke aantasting van de privacy. „Dna verplicht afnemen is de volgende stap in het ontnemen van de privacy onder het mom van ’veiligheid’.” Big Brother is watching you.

Onzin, zeggen de jastemmers. „Privacy bestaat al jaren niet meer. Men weet bijna alles al van ons. Bonuskaart, gsm, navigatie, bankpas, ga zo maar door!” Privacy moet ondergeschikt zijn aan het oplossen van misdrijven, vinden de voorstanders.

Pakkans

Gevraagd naar het belangrijkste voordeel van verplichte dna-registratie wordt het makkelijker kunnen identificeren van slachtoffers genoemd, bij rampen bijvoorbeeld. Maar, zeker net zo belangrijk is het sneller en vaker kunnen oplossen van misdrijven „omdat de pakkans veel groter wordt.” Daar gaat een preventieve werking van uit, is de verwachting. „Dan denk je wel drie keer na voordat je wat flikt.”

Wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen, is een veel gebruikt argument van de voorstanders. De tegenstanders zijn het daar helemaal niet mee eens. „Kom niet aan met ’ik heb niks te verbergen’”, reageert iemand boos, „ik ben geen misdadiger en wens ook niet zo behandeld te worden.”

Bij algehele dna-registratie worden mensen al meteen neergezet als potentiële dader. Voor reeds veroordeelde criminelen is zo’n registratie prima maar niet voor de gewone burger, reageren velen verontwaardigd. De kans op fouten is bovendien groot, betogen de neestemmers.

Daarnaast bestaat de vrees dat derden misbruik zullen maken van de dna-gegevens, bijvoorbeeld zorgverzekeraars, en dat ermee gemanipuleerd wordt. „Je hebt een kam, haalt hem door het haar van iemand die dronken is, je pleegt een misdrijf en legt de kam op het plaats delict. Wie wordt dan als schuldige aangewezen?”

Dat een dnadatabank preventief werkt, zien de tegenstanders ook niet zo. „Een verkrachting bijvoorbeeld is een impulsmisdrijf. Zelfs al heeft men een kilo dna opgeslagen, het zal de daad niet voorkomen.”

Ruim de helft van de deelnemers heeft er weinig vertrouwen in dat de overheid zorgvuldig genoeg omgaat met dnagegevens. Wat als de gegevens gehackt worden? De overheid heeft al eerder aangetoond slordig om te gaan met digitale bestanden. En wie is onze regering in de toekomst? „Het verleden geeft het antwoord. Niet doen!”

Ten slotte rest de vraag of onze samenleving er veiliger op wordt met een verplichte dna-registratie. Ook hier heerst verdeeldheid. De een ziet het als ’een oplossing voor een veiliger land’, de ander noemt het een ’schijnveiligheid’.