1320208
Wat U Zegt

Deelnemers: meer personeel voor kleinere klassen

Uitslag stelling: Uitleg over schoolgelden

1 / 2

„Onderwijs is heel belangrijk voor de toekomst van onze kinderen, daar mag best geld aan besteed worden, maar wel controle blijven uitoefenen”, zo verwoordt een deelnemer aan de Stelling van de Dag de mening van de meerderheid (96%).

1 / 2

Het is velen een doorn in het oog dat schoolbesturen totaal geen rekenschap hoeven af te leggen over de gelden die zij van de overheid krijgen. Zo schrijft iemand: „In de huidige situatie kan een schoolbestuur met de zogeheten lumpsum (grote zak geld) doen, wat ze er mee willen. Maar extra geld bereikt de lesvloer vaak niet. Verantwoording is een vies woord.”

Dat het onderwijsgeld in deze situatie soms aan verkeerde zaken wordt besteed, komt doordat schoolbesturen andere prioriteiten stellen, denken de meesten. „Voorkomen moet worden dat het geld uitgegeven wordt aan dure projecten zoals overdreven uitstapjes naar het buitenland.” En een ander valt bij: „Wel grote nieuwe gebouwen maar geen geld meer om personeel fatsoenlijk te betalen.”

Dat gedane beloftes over miljarden euro’s voor het onderwijs komen bij velen over als verkiezingsretoriek. „Typisch een D66-verkooppraatje. Deze partij denkt alle problemen op te lossen door te roepen: er moet meer geld bij.” Iets meer dan de helft vindt het een goede zaak dat er miljarden euro’s naar het onderwijs gaan, terwijl een derde fervent tegenstander is. De meesten zijn het er wel over eens dat er een diepgravend onderzoek komt naar de besteding van de miljoenen euro’s die de afgelopen jaren aan het onderwijs zijn gegeven. Ook zouden de financiële schoolreserves in kaart moeten worden gebracht, zodat ’rijke’ onderwijsinstellingen minder krijgen. „Er zijn scholen(gemeenschappen) waar de reservepot overloopt van het (ons belasting) geld”, laat een deelnemer weten. Juist vanwege het gemeenschapsgeld, heeft de samenleving er recht op te weten waar de miljoenen aan besteed zijn.

Het onderwijs gaat velen aan het hart, maar over de inrichting ervan en het oplossen van knelpunten wordt heel verschillend gedacht. „Kleinere klassen, meer goed opgeleide leerkrachten, minder bemoeienis met het leerprogramma van bovenaf”, klinkt het. En: „Omhooggevallen managers besturen een school als een bedrijf en dat is het per definitie niet. De managers moeten er tussenuit.” Weer een ander stelt dat de lessen toe zijn aan een ’kwaliteitsverbetering’. Zo schrijft iemand uit het onderwijsveld: „„Wat ik bijvoorbeeld zie bij onze kinderen, is dat er prachtige werkboeken worden gebruikt, die lijken op de vakantieknutselboeken. Allemaal hippe methoden, maar beter taal en rekenen hebben ze er niet van geleerd.” Deze deelnemer herinnert eraan dat de oude lesmethodes zo slecht niet waren. Meer mensen zijn die mening toegedaan. In deze reacties weerklinkt het pleidooi: „Ouderwetse leerprogramma’s weer invoeren, tafels stampen en de LTS weer terug.”

Een kleine meerderheid (53%) vindt dat het beroep van leraar aantrekkelijker gemaakt kan worden door het salaris van de leerkracht te verhogen. Maar meer loon alleen helpt niet. De werkdruk verlagen is ook belangrijk. „Meer onderwijsassistenten zouden helpen”, denkt iemand. De meeste deelnemers (68%) zien meer personeel voor kleinere klassen als beste oplossing om het onderwijs uit het slop te trekken.

René van Zwieten