Nieuws/Wat U Zegt
1321139986
Wat U Zegt

’Racen door de buurt en midden op de weg parkeren’

Uitslag stelling: Pakketdiensten in de fout

Al die busjes die pakketjes aan huis afleveren zijn een ramp, zeker in oude stadswijken, vindt de meerderheid van de stellingdeelnemers. „Bij ons in een kleine straat komen per dag drie tot vier besteldiensten langs”, klaagt een respondent.

Het aantal online aankopen neemt steeds verder toe en daarmee ook het aantal bestelbusjes dat de pakketjes moet bezorgen. Dat zorgt voor veel overlast, zo blijkt uit cijfers van Veilig Verkeer Nederland, die in ruim een jaar tijd 1250 klachten binnenkreeg over pakketbezorgers die te hard rijden of fout parkeren.

Bijna 90 procent van de respondenten kan zich hier iets bij voorstellen. „Ze racen hier door de woonwijk alsof ze op het circuit van Zandvoort zijn! Ze geven geen voorrang, parkeren op op- en afritten en gedragen zich asociaal als je weigert een pakketje voor de buren aan te nemen”, moppert iemand. Een andere respondent vertelt afgelopen week met haar kind van drie nog te zijn aangereden door een DHL-bezorger met extreme haast. „Hij was zo agressief omdat hij het naar eigen zeggen erg druk had en nog 130 pakketjes moest doen.”

Daar wringt hem nou net de schoen, menen voor- en tegenstanders van de stelling. Het probleem lijkt terug te voeren op de tijdsdruk waaronder de chauffeurs moeten werken: veel bezorgen tegen een lage prijs. „Pakketbezorgers worden uitgebuit, vandaar hun haast”, reageert een respondent. „Geef ze een schappelijke vergoeding en voer een strafpuntensysteem in om veilig rijgedrag af te dwingen.” Het gros maakt zelf ook weleens gebruik van pakketdiensten of laat boodschappen of maaltijden thuis bezorgen. Ruim een op de drie heeft geen problemen met het toenemend aantal pakketbezorgers. „Eerst alles bestellen via internet en dan maar mopperen over de overlast van de bezorger. Typisch Nederlands.”

Maar ook bij de ’eens’-stemmers merken velen op dat ’wij’ door online te winkelen het probleem met de pakketbezorgers zelf in de hand werken.

De meesten denken dat de consument zich te weinig bewust is van het feit dat het bezorgen van pakketjes vervuilend is. „Om maar niet te spreken van al het verpakkingsmateriaal dat gebruikt wordt. Iets van 5 cm hoog zit in een doos van 30 cm met allemaal piepschuim, belachelijk.”

Dat de pakketjes bezorgd worden door allemaal verschillende bezorgdiensten helpt ook niet mee. Een aantal stellingdeelnemers lijkt het beter om – ’net als vroeger toen we de PTT nog hadden’ – weer terug te gaan naar één centrale pakketdienst.

Ruim 40 procent ziet een oplossing in afhaalpunten in de wijk waar mensen zelf hun (kleinere) pakketten kunnen afhalen, 17 procent voelt meer voor wijkpunten waar de verschillende bezorgdiensten de pakketten afleveren, waarna de verdere bezorging per (bak)fiets gebeurt.

Wat volgens velen ook zou helpen is het zelf kunnen kiezen van het aflevermoment en het afschaffen van gratis retourneren. „Dan denken mensen veel beter na voordat men lukraak weer dingen laat bezorgen die later weer teruggestuurd worden.”

Andere respondenten stellen simpelweg dat we minder online moeten shoppen. „Gewoon weer naar de winkels. Goed voor de middenstand, de werkgelegenheid en je kunt zien wat koopt. Dus dan hoeft het ook niet teruggestuurd te worden.”