1932785
Wat U Zegt

’Een momentopname, die niet allesbepalend mag zijn’

Uitslag Stelling: Eén toets voor alle scholen

Deze week buigen ruim 170.000 leerlingen van groep 8 zich over de eindtoets. Dat de Cito-toets sinds vier jaar concurrentie heeft gekregen, vindt twee derde van de stellingdeelnemers maar niets. „Er moet een duidelijke standaard zijn.”

Steeds minder scholen maken gebruik van de Centrale Eindtoets, de oude Cito-toets, die tot vier jaar geleden een monopoliepositie had in toetsenland. Alternatieve toetsen als IEP, Route8, DIA, CESAN of AMN, winnen ieder jaar aan populariteit. De meerderheid van de respondenten vindt dit geen vooruitgang. „Met verschillende toetsen is het appels met peren vergelijken.”

Dat vindt ook de Inspectie van het Onderwijs. Door de wildgroei aan eindtoetsen is het moeilijk om het landelijke niveau van leerlingen vast te stellen, luidt de kritiek van het controleorgaan. Een respondent vraagt zich af: „Hoe kun je nog onderwijsbeleid maken, evalueren en aanpassen als je geen eenduidig meetinstrument hebt?”

Uit onderzoek blijkt dat vooral scholen die niet zo goed scoorden op de Cito-toets zijn overgestapt op alternatieven. „Scholen zijn bang dat ze slecht scoren, dus misschien een ’zwakke’ school worden. Door voor een andere toets te kiezen, probeert men dit te voorkomen.” Een kwalijke zaak, vindt ruim 80 procent. De meeste respondenten pleiten dan ook voor één landelijke eindtoets.

Bijna de helft van de stemmers vindt een eindtoets een goed meetinstrument voor zowel het niveau van de leerling als van de school. Een kwart echter vindt zo’n eindtoets flauwekul. „Een momentopname van een gestrest kind. Dus moet je er ook geen enkele waarde aan hechten.”

Dat tegenwoordig het schooladvies van de juf of meester bepalend is in keuze voor het vervolgonderwijs vindt een nipte meerderheid een goede zaak, maar een bijna even grote groep respondenten vindt dit juist zorgelijk. „Leerkrachten klagen over te veel druk, grote klassen enz. en moeten vervolgens elk kind goed kennen?”, verwondert iemand zich.

„Het blijft een moeilijke kwestie”, vindt een ander. „Mijn jongste maakte, door omstandigheden, een slechte cito. Ik, als moeder, had bepaald geen klik met de leerkracht van groep 8. Gevolg, ze gaf vmbo-advies. Op het vmbo belden ze al na een maand, wat mijn zoon daar deed. Omdat hij op het einde van het jaar voor alle vakken minimaal een 8 stond, kon hij door naar de havo.”

Maar ook al is de eindtoets niet langer allesbepalend toch wordt er volgens de meeste stellingdeelnemers nog te veel belang aan gehecht. De druk op kinderen is er dan ook niet minder op geworden, menen veel respondenten.

De meerderheid denkt dat scholen ook goed zonder eindtoets kunnen. „Leerkrachten kunnen middels het leerlingvolgsysteem het niveau van de kinderen prima bepalen. Een eindtoets is mosterd na de maaltijd als de vervolgschool bekend is en wordt alleen maar misbruikt door de inspectie om scholen onderling te vergelijken”, vindt een respondent.

Ruim een kwart vindt het goed dat Cito niet langer het monopolie heeft en dat scholen nu kunnen kiezen ’voor een eindtoets die bij hun onderwijs past’. „De Cito-toets is verouderd”, reageert een respondent. „Die past niet meer bij de manier waarop kinderen nu leren. Daar zijn andere ontwikkelaars op ingesprongen. Er is beslist een markt voor.”