Nieuws/Wat U Zegt
1993257889
Wat U Zegt

Respondenten: Ouders aanspreken op gedrag van kind

Uitslag Stelling: ’Pestkoppen aanpakken’

Er moet een actiever antipest-beleid worden gevoerd. Het probleem moet niet alleen op scholen grondig worden aangepakt, maar ook erbuiten, zo vindt een aanzienlijke meerderheid van de stellingdeelnemers (85 procent).

Pesten gebeurt ook na school in de speeltuin, op de sportclub en online. Om het pestprobleem aan te pakken moet er daarom gekeken worden naar pesten buiten school, zo stelt Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer in het rapport ’In eenzaamheid gepest’. De meeste stellingdeelnemers zijn het hiermee eens. Een reactie: Alleen op school pesten aanpakken heeft geen zin, de meester of mentor doet een algemeen praatje en daarna gaat het pesten buiten school gewoon door en ik kan het weten.” De helft van de stemmers spreekt uit ervaring en zegt zelf ooit te zijn gepest. Van hen geeft 10 procent aan hier nog steeds last van te hebben. Een slachtoffer vertelt: „Ik ben gepest vanaf mijn 8e tot laat op de middelbare school. Nu bijna 60 en nog steeds last van mijn pestverleden. School greep niet in en de pesters zetten het pestgedrag bijna iedere dag voort buiten schooltijd (langs huis fietsen, schelden, als ze mij tegen kwamen achtervolgen en evt. fysiek geweld).” Anderen hebben kinderen of kleinkinderen die hiermee te maken hebben: „Mijn kleindochter werd gepest, mijn oudste kleindochter, aspirant agente, is toen buiten school met de pestkoppen gaan praten en het pesten is nu over.”

Professionals die met kinderen werken, zoals sportcoaches, jongerenwerkers en wijkagenten moeten veel alerter zijn op pesten, vindt men. „Bij sportclubs, scouting en andere jongerenverenigingen moeten begeleiders en trainers er alles aan doen om dit te voorkomen”, aldus een deelnemer. Een ander stelt: „Pestkoppen zou je steenhard moeten weren op sportclubs of andere verenigingen. Kun je je niet normaal gedragen? Eruit!” Velen maken zich vooral zorgen om online pesten: „Het grootste probleem is cyberpesten, daar krijg je moeilijk de vinger achter.”

Daarnaast zou het nuttig zijn om alle kinderen bewust te maken van hoe het voelt om gepest te worden, vindt een meerderheid van de deelnemers. Ook moeten de pestkoppen harder worden aangepakt, stelt het gros van de respondenten. Eén van hen oppert: „Pesters en ouders op een awareness en heropvoedingscursus sturen. De pester en familie moeten ervaren hoe het is op gepest te worden (bijv. via een bootcamp).”

Hoewel er zowel binnen als buiten school meer opgetreden moet worden tegen pesten, zijn vrijwel alle deelnemers het erover eens dat de belangrijkste pestvoorlichting toch vooral thuis moet plaatsvinden. „De ouders zijn de basis. Alle andere instituten, zoals ook scholen, zijn aanvullend”, wordt er gezegd. „Doe iets met de ouders van pesters. Die hebben vaak geen idee wat hun kind uitspookt of steken hun kop in het zand. Ouders van pestkoppen dienen op het gedrag van hun kinderen worden aangesproken.”

Een kleine minderheid vindt echter dat pesten nu eenmaal in de mens zit en niet uit te bannen valt. „Bij het leven horen situaties die vervelend zijn en pesten valt daar ook onder. Je wordt er ook weerbaarder door.” Een andere deelnemer is het hier absoluut niet mee eens: „Pesten ruïneert kinderlevens en moet integraal worden aangepakt en uitgeroeid!”