Nieuws/Wat U Zegt
2661818
Wat U Zegt

’Vervolging wegblokkeerders schadelijk voor aanzien overheid’

Deze week staan 34 verdachten voor de rechtbank op verdenking van het - onder meer - op 18 november vorig jaar blokkeren van een autosnelweg en het verhinderen van een demonstratie, somt Richard van der Weide (advocaat) op.

Middels een animatiefilmpje dat het openbaar ministerie (OM) recent op internet heeft geplaatst, probeert zij in de samenleving begrip te kweken voor haar beslissing betrokkenen strafrechtelijk te vervolgen. De kern van de boodschap is dat vrijheid van demonstratie een groot goed is en het niet aangaat dit grondrecht te saboteren. Voor de behandeling van de strafzaken zijn vier zittingsdagen bij de meervoudige strafkamer uitgetrokken.

Dit knelt de zaak

Uit de wet volgt dat het OM kan afzien van vervolging op gronden aan het algemeen belang ontleend. Dit is het opportuniteitsbeginsel, dat het OM de vrijheid biedt de ene verdachte wel en de andere niet te vervolgen. De beleidsruimte bij de vervolging van strafbare feiten stelt het OM in staat haar taken op zorgvuldige wijze uit te oefenen. Geen enkele zaak is identiek en het maken van keuzes is onvermijdelijk bij de handhaving van de strafwet.

De ernst van het feit en de mate van inbreuk op de rechtsorde behoren in de afweging al dan niet te vervolgen een rol te vervullen, net als de wijze waarop een zaak in geval van vervolging wordt afgedaan. De maatschappij zal, wil de overheid haar functie van monopolist in de strafrechtelijke handhaving kunnen legitimeren, de strekking van de vervolgingsbeslissing moeten kunnen begrijpen. Een ondoordachte wijze van vervolgen ondermijnt het draagvlak bij de bevolking en het gezag van de overheid. Dit laatste knelt wat mij betreft in deze zaak.

Infantiel filmpje poetst beeldvorming niet weg

In het onderhavige geval heeft het OM door op deze wijze te vervolgen haar imago schade berokkend. Vooropgesteld dat niemand het recht in eigen hand mag nemen, is de manier waarop het OM deze zaak heeft ingestoken onhandig en contraproductief. Bij een groot deel van de bevolking is immers de indruk ontstaan dat het OM de belangen van een kleine groep betogers (Kick Out Zwarte Piet, KOZP) heeft laten prevaleren boven het recht van kinderen het jaarlijkse sinterklaasfeest ongestoord te kunnen vieren. Die indruk moest klaarblijkelijk worden weggenomen door een wat infantiel aandoend filmpje, dat de beeldvorming bij het publiek natuurlijk niet zomaar wegpoetst.

De verdachten wilden slechts een statement maken door op te komen voor het recht van hun kinderen het jaarlijkse sinterklaasfeest zonder heisa te vieren, zonder enig racistisch motief. De burgemeester van Dokkum heeft dat belang - de viering van het feest - verkeerd ingeschat door aan KOZP een vergunning te verlenen tot het voeren van protest in de directe nabijheid van kinderen. Hier was sprake van een bestuurlijke onkunde. Het na de blokkade op de snelweg alsnog verbieden van de betoging in Dokkum uit vrees voor verstoring van de openbare orde is daarvan het beste bewijs.

Er was al voldoende normbevestiging

Het OM had haar doel, te weten het benadrukken van het belang van het recht op demonstratie, beter kunnen bereiken door de zaken tegen de verdachten (voorwaardelijk) te seponeren of een strafbeschikking (geldboete, taakstraf) uit te reiken. De blokkade was immers na korte tijd beëindigd en afgezien van enkele kleine aanrijdingen, was er schade noch letsel. De blokkeerders zullen ongetwijfeld door de politie ter plaatse zijn ingescherpt dat hun manier van optreden niet door de beugel kon, en voor zover dat niet het geval was zullen de daaropvolgende uitnodigingen voor verhoor op het bureau en de toepassing van dwangmiddelen voldoende normbevestigend hebben gewerkt.

Het aansluitend dagvaarden van alle verdachten voor een toch al door zittingskrapte geplaagde rechtbank is disproportioneel en ondermijnt het draagvlak van de overheid in de samenleving. Nu wordt een politieke discussie - te weten of Zwarte Piet een uiting van racisme is - in wezen in de rechtszaal uitgevochten, hoe zeer ook terecht het OM tracht aandacht te vragen voor de schending van een belangrijk grondrecht en de verkeersveiligheid. Ik vermag niet in te zien dat het OM deze zaak niet op een alternatieve wijze af had kunnen doen.

Richard van der Weide (advocaat)