2751143
Wat U Zegt

Deelnemers: dierentuin belangrijk voor soortbehoud

Uitslag stelling: ’Zoo nog steeds zo leuk!’

Ondanks incidenten zoals eerder deze week tussen beren en wolven in Dierenrijk in Mierlo hebben dierentuinen anno 2018 nog steeds bestaansrecht. Veruit de meeste stellingdeelnemers (84 procent) vinden zoo’s waardevol voor de samenleving.

Dat een beer een wolf verscheurde in Dierenrijk wordt alom als een vervelend voorval beschouwd maar niet als een uiting van stress door dieren die op een te klein terrein moeten samenleven. Het leeuwendeel van de respondenten heeft zoo’s in Nederland bezocht en stelt dat huisvesting en verzorging van dieren in deze parken, voor zover zij kunnen beoordelen, dik in orde zijn. „Dieren hebben het er beter als de mensen zelf. Ze worden op en top verzorgd”, beweert een respondent. Een belangrijke voorwaarde voor velen is wel dat ’de leefbaarheid en de ruimte zo is ingedeeld dat de dieren geen stress en een goed leven hebben’. „Voor kleine hokken is geen plaats meer”, klinkt het. Kooien zijn ook uit, maar dik glas als doorzichtig hek wordt weer wel gewaardeerd.

De dierentuin staat nog steeds garant voor een heerlijk dagje uit. „Ik ben in Emmen en ook in Arnhem geweest, prachtig van opzet”, klinkt het enthousiast. Maar menigeen wijst naast de entertainmentfunctie ook op de educatieve rol van een zoo. „Zolang kinderen geloven dat melk in de koelkast bij de AH gemaakt wordt en geen idee hebben hoe hun knuffels er eigenlijk uit horen te zien is een goede dierentuin leerzaam”, laat een voorstander weten. Velen ageren ook tegen de in hun ogen ’linkse’ stellingname tegen zoo’s. „Dierentuinen moeten blijven bestaan. Ze horen bij het leven en onze cultuur”, moppert iemand. En: „Er wordt al heel veel verboden en afgeschaft om milieuredenen, laten we de dierentuinen behouden.”

„Fokprogramma’s in dierentuinen zijn waardevol voor de instandhouding van dieren”, betoogt een sympathisant. Dat zoo’s een belangrijk rol spelen in de conservering van soorten, wordt door de meesten (89 procent) onderkend. Ze fokken met beesten die in het wild met uitsterven bedreigd worden en leveren zo een bijdrage tot soortbehoud. In de samenwerkende dierentuinen over de wereld wordt zo een reservepopulatie van zeldzame diersoorten bewaard.

Een enkeling vermoedt dat het bestaan van dierentuinen ’massatoerisme naar de ’rimboe’ voorkomt. Maar de meesten (86 procent) denken dat de massa juist geen geld heeft om af te reizen naar verre oorden om (wilde) dieren te zien. Juist daarom vinden zij het behoud van zoo’s belangrijk zodat zoveel mogelijk mensen wilde beesten in het echt kunnen zien.

Toch zijn er ook deelnemers die genoeg hebben aan het aanschouwen van wilde dieren in films en documentaires op tv en/of in de bioscoop. Deze zoo-opposanten (14 procent) beweren dat de mens het dier misbruikt: „Dieren worden gebruikt door de mensen voor van alles: voeding, kleding, meubels, entertainment. De mens is een agressief ras en wil flora en fauna zo beheersen dat hij/zij er zelf beter van wordt.” Zij vinden een zoo sowieso onnatuurlijk: „Dieren horen in de vrije natuur en niet levend tentoongesteld te worden. Dieren behoor je in hun natuurlijke habitat te zien. In een dierentuin zitten gestreste dieren die onnatuurlijk gedrag laten zien. Je hart breekt als je ze ziet zitten in een veel te kleine omgeving.”