Wat U Zegt/Columns
30445
Columns

Terreurdreiging houdt Den Haag gespannen

Wat als het hier gebeurt? Het is een vraag die men zich in Den Haag al een tijd stelt, maar waar niemand echt een antwoord op heeft. ’Het’ slaat op een terroristische aanslag, vergelijkbaar met de drama’s die dicht bij huis zijn gebeurd, zoals in Frankrijk, Duitsland en België. Het is een kwestie van tijd, schatten betrokkenen in. De vraag is niet of, maar wanneer het noodlot toeslaat. Een verontrustend bericht, zeker nu er verkiezingen voor de deur staan.

Vaststaat dat voorname politici veel meer weten dan het grote publiek. Zo overleggen de minister-president en de ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie, Binnenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie geregeld over terreurdreiging met de veiligheidsdiensten en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Ook worden de belangrijkste fractievoorzitters uit de Tweede Kamer op reguliere basis door de diensten bijgepraat over actuele operaties.

Het laatste is een belangrijke parlementaire controle op datgene wat omwille van de veiligheid zo geheim mogelijk moet blijven. Los van de rel die vorig jaar ontstond over het lek uit deze commissie-Stiekem, weten fractieleiders doorgaans te zwijgen over datgene wat daar achter de schermen besproken wordt, zoals staatsgeheime informatie. Het heeft als voordeel dat politieke petten in die commissie ook af gaan. Datgene wat besproken wordt mag immers niet naar buiten, dus een politiek nummertje maken binnenskamers wordt als het goed is niet bekend en heeft dus weinig zin. Of je nu van de PvdA of van de PVV bent.

Het geheime karakter van de commissie-Stiekem druist natuurlijk in tegen openbare parlementaire en journalistieke controle. Het schrappen van de vergaderingen zou de controle op het werk van de veiligheidsdiensten echter nóg beperkter maken, wat in deze tijd van terreurdreiging onwenselijk is.

Het brengt wel met zich mee dat het grote publiek alleen kan oordelen over wat openbaar wordt of zichtbaar is op straat. Zo werden er na de aanslag in Berlijn ineens allerlei extra zware objecten geplaatst rond de kerstmarkt op het Lange Voorhout in Den Haag, om de hoek van het parlementsgebouw. Hoewel de Amerikanen al jaren waarschuwen voor aanslagen op kerstmarkten in Europa, was het drama in Berlijn kennelijk nodig om tot deze preventieve maatregel over te gaan. Navraag bij de minister levert op dat ’het lokale gezag’ over de beveiliging van dit soort evenementen gaat. Natuurlijk is het goed dat er na de aanslag snel door de burgemeester werd opgeschaald, maar het wringt dat dat pas gebeurt als het in een buurland misgaat.

Aan het Binnenhof wijzen betrokken politici erop dat dergelijke maatregelen vaak ook gewoon cosmetisch zijn. Wie kwaad wil, kan in Nederland ontelbare plekken vinden om onschuldige mensen aan te vallen. Daar is geen kerstmarkt voor nodig.

Onze bescherming ligt intussen in handen van een selecte groep politici en veiligheidsambtenaren, die grotendeels onzichtbaar hun werk moeten doen. Op de Haagse achtergrond blijft evenwel twijfel sluimeren rond een sleutelfiguur, minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie. Over de laconieke manier waarop de man zijn werk doet is al veel gezegd en geschreven. Onheilspellend is dat er breed in Den Haag wordt verteld dat in deze werkwijze geen verandering is gekomen.

In ambtelijke kring valt te horen dat de minister de komende campagnemaanden vooral veel op reis naar het buitenland gaat. Het is te hopen dat hij zijn terreurstukken over de grens leest, iets wat hij volgens een nauw betrokkene uit zijn staf de eerste drie maanden na zijn aantreden onvoldoende deed.

Ook in het kabinet heerst zorg over de scherpte van de VVD’er. Zo viel het een bewindspersoon op dat, op het moment dat er achter de schermen een grote internationale terreurdreiging was, de minister ruzie stond te maken over een futiliteit op heel ander terrein. Alsof de ernst van de situatie niet tot hem doordrong.

De terreurbestrijding zou daarom nu voor een belangrijk deel op de schouders van de premier rusten, die na de aanslag met MH17 een uitstekende verstandhouding heeft opgebouwd met NCTV Dick Schoof. Betrokkenen wijzen erop dat hun band dusdanig nauw is gebleven, dat ze ook over andere zaken dan de crash Van der Steur gewoon passeren. De minister wordt geïnformeerd, maar zou verder in de bijrijdersstoel zitten. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Maar deugen doet het natuurlijk niet.

In de Tweede Kamer verbaasde Van der Steur de voorbije week toen hij werd geconfronteerd met een alarmerend rapport, dat vermeldde dat de screening van vreemdelingen een chaos is. Het onmiddellijk doorlichten van nieuwkomers was niet zo nodig, maar kon ook later wel, vond de bewindsman. De Kamer was het niet met hem eens. Het uitstralen van een dergelijk gebrek aan urgentie past niet bij de terreurdreiging die Europa momenteel in zijn greep houdt.

Hoe aan- of afgehaakt de minister momenteel op het terreurdossier is, zullen we pas merken als het misgaat. Laten we hopen dat er geen aanleiding zal zijn om het te willen weten.