Nieuws/Wat U Zegt
394696
Wat U Zegt

Stemmers: ’Megasalaris hoort niet bij liefdadigheid’

Uitslag Stelling: Kritisch op goede doelen

De animo om geld te doneren aan het goede doel neemt zichtbaar af, wanneer de directeur van de desbetreffende stichting een bovenmodaal salaris verdient. Een ruime meerderheid van deelnemers aan de Stelling vindt dat de beloning omlaag moet.

Meer dan de helft van de stemmers geeft nog wel regelmatig aan liefdadigheidsinstellingen. Voor de meesten gaat dit om bedragen tussen 1 en 100 euro per jaar, 15% van hen geeft meer. Organisaties op het gebied van gezondheid kunnen daarbij rekenen op het grootste aandeel, gevolgd door instellingen die de armoede bestrijden.

De deelnemers aan de Stelling zijn wel behoorlijk kritisch. Zo kijkt ruim de helft van de donateurs van tevoren wel naar de organisatiestructuur van het beoogde goede doel. Uit de vele reacties blijkt dat het salaris van de directie zwaar meeweegt bij het besluit wel of geen geld te geven. Zo zegt deze lezer: „Ik gaf vroeger wel. Maar toen duidelijk werd dat de top van die instellingen wordt bevolkt door mensen die het vijfvoudige verdienen als ikzelf, ben ik van mening dat ik niet meer hoef te geven.”

Enkele respondenten geven aan dat zij via de kerk hun bijdrage leveren. De zending en diaconie doen ook veel aan armoedebestrijding, onderwijs, gezondheid, kinderopvang, jeugdwerk en dergelijke. „Van mijn giften gaat bijna alles naar kerkelijke instellingen”, geeft iemand aan, die hier als gelovige meer vertrouwen in heeft.

Maar liefst driekwart van de deelnemers vertrouwt er niet op dat hun geld op de juiste plaats terecht komt. „Er blijft bij veel instellingen wel iets aan de strijkstok hangen”, veronderstelt een van hen. Nog iemand verklaart: „Als ik iets geef is het aan een instelling waarvan ik weet dat 100% ten goede komt aan het doel.”

Een liefdadigheidsinstelling zou, als het aan 60% van de stemmers ligt, volledig moeten draaien op vrijwilligers, „zodat het opgehaalde geld niet in de zakken van de managers terecht komt.” Maar er zijn ook deelnemers die een deskundige - en dus betaalde - leiding noodzakelijk achten. „Het gaat mij om het ideaal dat bereikt moet worden. Daar heb je goede mensen voor nodig en dat kost nu eenmaal geld.”

Voor mensen die in hun vrije tijd collecteren voor het goede doel heeft de meerderheid wel waardering. Zo doet 70% van de stemmers wel de deur open voor collectanten. Niet in de laatste plaats omdat dit dikwijls bekenden zijn uit de buurt. Zo vertelt iemand: „Ik woon op een dorp en geef aan de collectante. Maar ik zeg er wel bij dat ik het geheel oneens ben met deze manier van geld werven, als een directeur een ver bovenmodaal salaris heeft.”

Een collectant verklaart: „Ik collecteer zelf zo’n zes uur per jaar. Triest dat de directeuren daarvan zo’n megahoog salaris krijgen.” Deze vrijwilliger valt bij: „Ik ben vrijwiliger, dat is mijn manier van geven aan zo’n instelling, ook al hanteert deze eveneens een hoog directiesalaris.”

Er zijn ook stemmers die puur kijken of het goede doel bij hen past. Zoals deze, die meldt: „Ik geef aan een goed doel omdat ik hoop dat kanker een normale, niet-dodelijke ziekte wordt.” En een ander zegt: „Jantje Beton, daar heb ik bijvoorbeeld niets mee. Mensen moeten zelf maar voor een speeltuintje zorgen. Maar ik trakteer wel eens een dakloze op een broodje gezond. Ik geloof dat als je deelt, dat het altijd bij je terug komt.”

Eline Verburg