Nieuws/Wat U Zegt
975037758
Wat U Zegt

Lezers erkennen te hoge werkdruk onder huisartsen

Uitslag Stelling: ’Amper tijd voor patiënten’

De landelijke actieweek van huisartsen om aandacht te vragen voor de hoge werkdruk in hun sector, kan op begrip rekenen bij het merendeel van de stellingdeelnemers: 77% van hen is het eens met de stelling ‘huisarts moet ondersteuning krijgen’.

Een sympathisant stelt: „Zorg dat huisartsen weer tijd kunnen besteden die jij en zij nodig vinden. Pers niet meer verplicht alles in blokjes van 5 of 10 minuten. Dit zorgt weer voor eer in het werk en geen fabrieksgevoel zoals nu. Huisartsen zijn mensen die met mensen omgaan, geen robots.”

Een ander haalt het verschil aan met vroeger: „De huisarts zoals ik hem ken uit mijn kindertijd bestaat niet meer. Die was altijd bereikbaar. Stond dag en vaak ook nacht voor zijn patiënten klaar. Hij had een doktersassistente die patiënten te woord stond en kleine medische handelingen verrichte. De huidige huisarts werkt in deeltijd en heeft wel 3 assistentes die patiënten proberen te beletten naar de praktijk te komen omdat de dokter het te druk heeft.”

Vooral de administratieve rompslomp die tegenwoordig bij het vak komt kijken breekt veel huisartsen op, weten stellingdeelnemers. „Het zijn de zorgverzekeraars die een papiermolen optuigen waarin de zorgverleners verdrinken”, aldus een deelnemer. „De arts verzuipt in het papierwerk omdat het systeem verrot is en op wantrouwen is gebaseerd.” Een ander meent: „Toenemende administratieve rompslomp haalt het plezier weg in alle verzorgende beroepen en gaat ten koste van de uitvoerende taken.”

Ook zijn er taken op het bordje van de huisarts bijgekomen, constateren velen. „Mijn huisarts is nog slechts 1,5 dag in de week beschikbaar voor het spreekuur”, klaagt een deelnemer. „De rest van de tijd is hij bezig met administratie en overige extra taken die overheid bij hem heeft gedumpt.”

Die verantwoordelijkheid moet teruggedraaid worden, vinden dan ook veel respondenten (69%). „Huisartsen moeten weer tijd krijgen voor hun patiënten door het terugleggen van al die extra taken op het bordje van de instanties die daarvoor verantwoordelijk zijn”, stelt één van hen.”Laat de instanties voor mensen in geestelijke nood weer toegankelijker zijn voor patiënten, laat verpleeghuizen hun capaciteit vergroten en zorg weer voor bejaardenhuizen. Het is momenteel niet goed gesteld met de zorg als je een hulpverlener nodig hebt.”

Toch zijn er ook respondenten (17%) die geloven dat het best meevalt met de werkdruk onder huisartsen. „Hoeveel ondersteuning willen ze er nog bij?”, vraagt een van deze deelnemers zich af. „Ze hebben al een normaal werkschema met vervangers, ze hebben al praktijkondersteuners voor de psychische patiënten, het houdt maar niet op. Het zijn geen huisartsen het zijn artsen die werken in een huisartsenpraktijk. Vroeger had je huisartsen, die zochten je thuis op, deze artsen willen je alleen op het spreekuur zien en graag zo min mogelijk.”

Een andere respondent gooit het op de weinige werkuren van veel ’moderne’ huisartsen. „Ik begrijp niet waarom huisartsen die nu in praktijken samenwerken het zwaarder hebben dan 30 jaar geleden toen ieder een eigen praktijk onderhield en ook nog vaker op huisbezoek kwam. Volgens mij ligt oorzaak vooral in al die parttime werkende artsen van tegenwoordig.”