Nieuws/Wat U Zegt
996914
Wat U Zegt

 ’AIVD en MIVD niet openbaar controleren, maar wel grondig’

Uitslag Stelling: Houd diensten geheim

Grote tweespalt bij de deelnemers aan de Stelling van de Dag over hoe om te gaan met de spionnen van de Algemene en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Wat u betreft hoeven de AIVD en MIVD geen nadere mededelingen te doen over hun werkwijze, maar moeten er wel nieuwe wetten komen die de regels en procedures voor de geheime diensten nauwkeuriger vastleggen.

De dag na het Tweede Kamerdebat dat verantwoordelijk minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) bijna de politieke kop kostte zijn de deelnemers aan de stelling weinig scheutig met hun vertrouwen in de inlichtingenorganisaties. „De Nederlandse geheime diensten bestaan uit figuren die zelfs bij de padvinderij de mist in gingen!” verklaart een respondent die de spionnen het liefst aan de ketting legt. „Stiekeme incompetente amateurs”, voegt iemand anders daaraan toe.

Schrikbarend

Het vertrouwen in de geheime diensten is niet helemáál weg, maar wel schrikbarend laag. De woensdagnacht door fractievoorzitter Geert Wilders (PVV) nog als ’helden van Nederland en laatste verdedigingslinie tegen terrorisme en tegen de bad guys ’ omschreven diensten geven de helft van u geen veiliger gevoel. Slechts 37 procent denkt dat de AIVD en MIVD de afgelopen vijf jaar terreuraanslagen hebben voorkomen, een iets groter deel denkt van niet.

Grootste pijnpunt is de ’ontsnapping’ van Driss D. De jihadtoerist was onder toezicht gesteld van de reclassering na een paar dubieuze reisjes naar het Midden-Oosten, maar vertrok niettemin vrolijk naar Syrië. Acht op de tien respondenten leiden daaruit af dat de AIVD onvoldoende grip heeft op Nederlandse jihadstrijders.

„Het gajes laten ze gewoon lopen”, foetert iemand. En een ander: „Die geheime diensten vormen straks een grotere bedreiging voor onze vrijheid dan de jihadisten die ze niet in de gaten kunnen houden.”

Maar als de vraag rijst of de geheime diensten meer in de openbaarheid moeten treden, slaat bij veel deelnemers de twijfel toe. Zeven op de tien begrijpen het volkomen dat AIVD en MIVD ’omwille van de staatsveiligheid’ bijna geen mededelingen doen over hun operaties. „De AIVD moet meer vrijheid krijgen in de strijd tegen terrorisme, en minder bemoeienis van de politiek”, vindt iemand. „Het gaat om onze veiligheid.”

Ruim zes op de tien zijn het dan ook oneens met de stelling dat de Kamercommissie ’Stiekem’ voortaan in het openbaar moet worden bijgepraat over wat de geheime diensten doen. „Geheim moet geheim blijven, anders hebben de terroristen vrij spel”, laat iemand weten. „Hitsige Tweede Kamerleden moeten zich er niet mee bemoeien”, zegt iemand die ook vindt dat alleen de fractievoorzitters moeten worden geïnformeerd.

De tweespalt is compleet als het de vraag betreft of er nieuwe wetten en regels voor de geheime diensten moeten komen. Jazeker, vinden zes van de tien respondenten. „Ook de AIVD moet verantwoording afleggen”, legt iemand uit.

„Er moeten wetten zijn die de normale burger beschermen tegen escalatie en onjuiste behandeling door de geheime diensten”, schrijft iemand. En een ander: „Aangezien de wereld de laatste twintig jaar zeer veranderd is wat betreft onze digitale wereld, moeten er nieuwe wetten komen over wat ze wel en niet mogen.”

Toch zijn er ook die onze spionnen juist méér vrijheid gunnen. „Veiligheid vereist geheimhouding”, geeft een voorstander aan, „en vrijstelling van wetten.”